Bronnen

Heidelbergse Catechismus

Catechismus · Zondag 3 van 52

Zondag 3

Schepping en val van de mens

6

Heeft dan God den mensch alzoo boos en verkeerd geschapen?

Neen Hij; maar God heeft den mensch goed en naar zijn evenbeeld geschapen, dat is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid, opdat Hij God zijnen Schepper recht kennen, Hem van harte liefhebben, en met Hem in de eeuwige zaligheid leven zoude, om Hem te loven en te prijzen.

7

Vanwaar komt dan zulke verdorven aard des menschen?

Uit den val en de ongehoorzaamheid onzer eerste voorouderen, Adam en Eva, in het Paradijs, waar onze natuur alzoo is verdorven geworden, dat wij allen in zonden ontvangen en geboren worden.

8

Maar zijn wij alzoo verdorven, dat wij ganschelijk onbekwaam zijn tot eenig goed en geneigd tot alle kwaad?

Ja wij; tenzij dan dat wij door den Geest Gods wedergeboren worden.