Bronnen

Heidelbergse Catechismus

Catechismus · Zondag 34 van 52

Zondag 34

De wet en het eerste gebod

Van de Wet.

92

Hoe luidt de Wet des Heeren?

God sprak alle deze woorden, Exod. 20:1—17, Deut. 5:6—21:

Ik ben de HEERE uw God, die u uit Egypteland, uit den diensthuize, uitgeleid heb.

Het eerste gebod.

Gij zult geene andere goden voor mijn aangezichte hebben.

Het tweede gebod.

Gij zult u geen gesneden beeld, noch eenige gelijkenisse maken, van hetgene dat boven in den hemel is, noch van hetgene dat onder op de aarde is, noch van hetgene dat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen. Want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen bezoeke aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten; en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben en mijne geboden onderhouden.

Het derde gebod.

Gij zult den name des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden, die zijnen name ijdellijk gebruikt.

Het vierde gebod.

Gedenkt des Sabbathdags, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de Sabbath des HEEREN uws Gods. Dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uwe dochter, noch uw dienstknecht, noch uwe dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uwe poorten is. Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage. Daarom zegende de HEERE den Sabbathdag, en heiligde denzelven.

Het vijfde gebod.

Eer uwen vader en uwe moeder, opdat uwe dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft.

Het zesde gebod.

Gij zult niet doodslaan.

Het zevende gebod.

Gij zult niet echtbreken.

Het achtste gebod.

Gij zult niet stelen.

Het negende gebod.

Gij zult geene valsche getuigenis spreken tegen uwen naaste.

Het tiende gebod.

Gij zult niet begeeren uws naasten huis; gij zult niet begeeren uws naasten vrouwe, noch zijnen dienstknecht, noch zijne dienstmaagd, noch zijnen os, noch zijnen ezel, noch iets, dat uws naasten is.

93

Hoe worden deze tien geboden gedeeld?

In twee tafelen; waarvan de eerste leert, hoe wij ons jegens God zullen houden; de andere, wat wij onzen naaste schuldig zijn.

94

Wat gebiedt God in het eerste gebod?

Dat ik, zoo lief als mij mijner ziele zaligheid is, alle afgoderij, tooverij, waarzegging, superstitie of bijgeloof, aanroeping van de heiligen of van andere schepselen, mijde en vliede, en den eenigen waren God recht leere kennen, Hem alleen vertrouwe, in alle ootmoedigheid en lijdzaamheid mij Hem alleen onderwerpe, van Hem alleen alles goeds verwachte. Hem van ganscher harte liefhebbe, vreeze en eere, alzoo, dat ik eer van alle schepselen afga en die varen late, dan dat ik in het allerminste tegen zijnen wil doe.

95

Wat is afgoderij?

Afgoderij is, in de plaats des eenigen waren Gods, die zich in zijn Woord geopenbaard heeft, of benevens Hem, iets anders verzinnen of hebben, waarop de mensch zijn vertrouwen zet.