Bronnen

Heidelbergse Catechismus

Catechismus · Zondag 27 van 52

Zondag 27

De doop en de wedergeboorte

72

Is dan het uiterlijk waterbad de afwassching der zonden zelve?

Neen het; want alleen het bloed van Jezus Christus en de Heilige Geest reinigt ons van alle zonden.

73

Waarom noemt dan de Heilige Geest den Doop het bad der wedergeboorte en de afwassching der zonden?

God spreekt alzoo niet zonder groote oorzaak; namelijk, niet alleen om ons daarmede te leeren, dat, gelijk de onzuiverheid des lichaams door het water, alzoo ook onze zonden door het bloed en den Geest van Jezus Christus weggenomen worden, maar veelmeer, omdat Hij ons door dit Goddelijk pand en waarteeken wil verzekeren, dat wij zoo waarachtiglijk van onze zonden geestelijk gewasschen zijn, als wij uitwendig met het water gewasschen worden.

74

Zal men ook de jonge kinderen doopen?

Ja het; want mitsdien zij alzoowel als de volwassenen in het verbond Gods en in zijne gemeente begrepen zijn, en dat hun door Christus' bloed de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, die het geloof werkt, niet minder dan den volwassenen toegezegd wordt, zoo moeten zij ook door den Doop, als door het teeken des Verbonds, der Christelijke Kerk ingelijfd en van de kinderen der ongeloovigen onderscheiden worden, gelijk in het oude Verbond of Testament door de Besnijdenis geschied is, voor dewelke in het nieuwe Verbond de Doop ingezet is.