Bronnen

Heidelbergse Catechismus

Catechismus · Zondag 6 van 52

Zondag 6

De ware Middelaar

16

Waarom moet hij een waarachtig en rechtvaardig mensch zijn?

Omdat de rechtvaardigheid Gods vorderde, dat de menschelijke natuur, die gezondigd had, voor de zonde betaalde; en dat een mensch, zelf zondaar zijnde, niet konde voor anderen betalen.

17

Waarom moet hij tegelijk waarachtig God zijn?

Opdat hij, uit kracht zijner Godheid, den last van den toorn Gods aan zijne menschheid zoude kunnen dragen, en ons de gerechtigheid en het leven zoude kunnen verwerven en wedergeven.

18

Maar wie is deze middelaar, die tegelijk waarachtig God en een waarachtig rechtvaardig mensch is?

Onze Heere Jezus Christus, die ons van God tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, en tot eene volkomene verlossing geschonken is.

19

Waaruit weet gij dat?

Uit het heilig Evangelie, hetwelk God zelf eerstelijk in het Paradijs heeft geopenbaard, en daarna door de heilige Patriarchen en Profeten laten verkondigen, en door de offeranden en andere ceremoniën der Wet laten voorbeelden, en ten laatste door zijnen eeniggeboren Zoon vervuld.