Catechismus · Zondag 39 van 52
Zondag 39
Het vijfde gebod
Wat wil God in het vijfde gebod?
Dat ik mijnen vader en mijne moeder, en allen die over mij gesteld zijn, alle eere, liefde en trouwe bewijze, en mij hunner goede leere en straffe met behoorlijke gehoorzaamheid onderwerpe, en ook met hunne zwakheid en gebreken geduld hebbe, aangezien het Gode belieft, ons door hunne hand te regeeren.
1Eph. 6:1, 2, 5
1Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in den Heere; want dat is recht. 2Eert uw vader en moeder (hetwelk het eerste gebod is met een belofte), 5Gij dienstknechten, zijt gehoorzaam uw heren naar het vlees, met vreze en beven, in eenvoudigheid uws harten, gelijk als aan Christus;
Efeziërs 6 lezen2Col. 3:18, 20, 22
18Gij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in den Heere. 20Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in alles, want dat is de Heere welbehagelijk. 22Gij dienstknechten, zijt in alles gehoorzaam uw heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoudigheid des harten, vrezende God.
Colossenzen 3 lezen3Eph. 5:22
22Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan den Heere;
Efeziërs 5 lezen5Spreuken 4:1
1Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.
Spreuken 4 lezen6Spreuken 15:20
20Een wijs zoon zal den vader verblijden; maar een zot mens veracht zijn moeder.
Spreuken 15 lezen7Spreuken 20:20
20Wie zijn vader of zijn moeder vloekt, diens lamp zal uitgeblust worden in zwarte duisternis.
Spreuken 20 lezen8Ex. 21:17
17Wie ook zijn vader of zijn moeder vloekt, die zal zekerlijk gedood worden.
Exodus 21 lezen9Rom. 13:1
1Alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd.
Romeinen 13 lezen10Spr. 23:22
22Hoor naar uw vader, die u gewonnen heeft; en veracht uw moeder niet, als zij oud geworden is.
Spreuken 23 lezen11Gen. 9:24
24En Noach ontwaakte van zijn wijn; en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had.
Genesis 9 lezen121 Petr. 2:18
18Gij huisknechten, zijt met alle vreze onderdanig den heren, niet alleen den goeden en bescheidenen, maar ook den harden.
1 Petrus 2 lezen13Eph. 6:4, 9
4En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren. 9En gij heren, doet hetzelfde bij hen, nalatende de dreiging; als die weet, dat ook uw eigen Heere in de hemelen is, en dat geen aanneming des persoons bij Hem is.
Efeziërs 6 lezen14Col. 3:20
20Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in alles, want dat is de Heere welbehagelijk.
Colossenzen 3 lezen15Rom. 13:2, 3
2Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie van God wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen. 3Want de oversten zijn niet tot een vreze den goeden werken, maar den kwaden. Wilt gij nu de macht niet vrezen, doe het goede, en gij zult lof van haar hebben;
Romeinen 13 lezen16Matth. 22:21
21Zij zeiden tot Hem: Des keizers. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.
Mattheüs 22 lezen