Bronnen

Bronnen

Heidelbergse Catechismus

Zacharias Ursinus en Caspar Olevianus · 1563 · 52 zondagen · 129 vragen

Opgesteld in Heidelberg en verdeeld over 52 zondagen, zodat de hele leer in één jaar aan de orde komt. 129 vragen en antwoorden over ellende, verlossing en dankbaarheid.

Alle zondagen

52 zondagen · 0 van 52 gelezen
  1. Zondag 1De enige troostWat is uw eenige troost, beide in het leven en sterven?
  2. Zondag 2De kennis van de ellendeWaaruit kent gij uwe ellende?
  3. Zondag 3Schepping en val van de mensHeeft dan God den mensch alzoo boos en verkeerd geschapen?
  4. Zondag 4Gods rechtvaardigheidDoet dan God den mensch niet onrecht, dat Hij in zijne wet van hem eischt, wat hij niet doen kan?
  5. Zondag 5De noodzaak van een MiddelaarAangezien wij dan naar het rechtvaardig oordeel Gods tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben, is er eenig middel, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en…
  6. Zondag 6De ware MiddelaarWaarom moet hij een waarachtig en rechtvaardig mensch zijn?
  7. Zondag 7Het ware geloofWorden dan alle menschen wederom door Christus zalig, gelijk zij door Adam zijn verdoemd geworden?
  8. Zondag 8De drie-enige GodHoe worden deze Artikelen gedeeld?
  9. Zondag 9God de Vader en de scheppingWat gelooft gij met deze woorden: Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde?
  10. Zondag 10De voorzienigheidWat verstaat gij door de voorzienigheid Gods?
  11. Zondag 11Jezus, de ZaligmakerWaarom wordt de Zone Gods Jezus, dat is, Zaligmaker, genoemd?
  12. Zondag 12Christus, de GezalfdeWaarom is Hij Christus, dat is, een Gezalfde, genaamd?
  13. Zondag 13Gods eniggeboren Zoon, onze HeereWaarom is Hij Gods eeniggeboren Zoon genaamd, zoo wij toch ook Gods kinderen zijn?
  14. Zondag 14De menswordingWat is dat gezegd: Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria?
  15. Zondag 15Het lijden van ChristusWat verstaat gij door het woordeken: Geleden?
  16. Zondag 16Dood, begrafenis en nederdaling ter helWaarom heeft Christus zich tot in den dood moeten vernederen?
  17. Zondag 17De opstandingWat nut ons de opstanding van Christus?
  18. Zondag 18De hemelvaartWat verstaat gij daarmede: Opgevaren ten hemel?
  19. Zondag 19Aan Gods rechterhand; de wederkomstWaarom wordt daarbij gezet: Zittende ter rechterhand Gods?
  20. Zondag 20De Heilige GeestWat gelooft gij van den Heiligen Geest?
  21. Zondag 21De kerk en de vergeving van zondenWat gelooft gij van de heilige algemeene Christelijke Kerk?
  22. Zondag 22Opstanding van het vlees en eeuwig levenWat troost geeft u de opstanding des vleesches?
  23. Zondag 23De rechtvaardiging door het geloofMaar wat baat het u nu, dat gij dit alles gelooft?
  24. Zondag 24Goede werken en genadeMaar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een stuk daarvan zijn?
  25. Zondag 25Het Woord en de sacramentenAangezien dan alleen het geloof ons Christus en alle zijne weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof?
  26. Zondag 26De heilige doopHoe wordt gij in den Heiligen Doop vermaand en verzekerd, dat de eenige offerande van Christus, aan het kruis geschied, u ten goede komt?
  27. Zondag 27De doop en de wedergeboorteIs dan het uiterlijk waterbad de afwassching der zonden zelve?
  28. Zondag 28Het heilig avondmaalHoe wordt gij in het Heilig Avondmaal vermaand en verzekerd, dat gij aan de eenige offerande van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al zijn goed gemeenschap hebt?
  29. Zondag 29Brood en wijnWordt dan uit brood en wijn het wezenlijk lichaam en bloed van Christus?
  30. Zondag 30Het avondmaal en de misWat onderscheid is er tusschen het Avondmaal des Heeren en de Paapsche Mis?
  31. Zondag 31De sleutels van het KoninkrijkWat zijn de Sleutelen des hemelrijks?
  32. Zondag 32Dankbaarheid en goede werkenAangezien wij uit onze ellendigheid, zonder eenige verdienste onzerzijds, alleen uit genade, door Christus verlost zijn, waarom moeten wij dan nog goede werken doen?
  33. Zondag 33De ware bekeringIn hoeveel stukken bestaat de waarachtige bekeering des menschen?
  34. Zondag 34De wet en het eerste gebodHoe luidt de Wet des Heeren?
  35. Zondag 35Het tweede gebodWat eischt God in het tweede gebod?
  36. Zondag 36Het derde gebodWat wil het derde gebod?
  37. Zondag 37De eedMaar mag men ook Godzaliglijk bij den Name Gods eenen eed zweren?
  38. Zondag 38Het vierde gebodWat gebiedt God in het vierde gebod?
  39. Zondag 39Het vijfde gebodWat wil God in het vijfde gebod?
  40. Zondag 40Het zesde gebodWat eischt God in het zesde gebod?
  41. Zondag 41Het zevende gebodWat leert ons het zevende gebod?
  42. Zondag 42Het achtste gebodWat verbiedt God in het achtste gebod?
  43. Zondag 43Het negende gebodWat wil het negende gebod?
  44. Zondag 44Het tiende gebod en het gebruik van de wetWat eischt van ons het tiende gebod?
  45. Zondag 45Het gebedWaarom is het gebed den Christenen van noode?
  46. Zondag 46Onze Vader, Die in de hemelen zijtWaarom heeft ons Christus geboden, God alzoo aan te spreken: Onze Vader?
  47. Zondag 47De eerste bedeWelke is de eerste bede?
  48. Zondag 48De tweede bedeWelke is de tweede bede?
  49. Zondag 49De derde bedeWelke is de derde bede?
  50. Zondag 50De vierde bedeWelke is de vierde bede?
  51. Zondag 51De vijfde bedeWelke is de vijfde bede?
  52. Zondag 52De zesde bede en het slotWelke is de zesde bede?

Nederlandse tekst van de Heidelbergse Catechismus (1563) zoals uitgegeven door de Gereformeerde Kerken in Nederland in hun kerkboek van 1898/1913, een kerkelijke uitgave van meer dan honderd jaar oud; publiek domein. Tekst: Tekst van de Catechismus zoals vastgesteld door de Gereformeerde Kerken in Nederland en afgedrukt in hun kerkboek (zetsel van de uitgave Middelharnis 1898, herdrukt 1913); spelling De Vries-Te Winkel; bewijsteksten zoals in de voetnoten gedrukt, via De berijmde Psalmen met eenige gezangen in gebruik bij de Gereformeerde Kerken in Nederland, alsmede hare Formulieren van eenigheid ... met het Kort Begrip en den Ziekentroost (Maassluis: Biblia, 1913), scan Princeton Theological Seminary Library via Internet Archive. Schriftteksten uit de Statenvertaling.