Bronnen

Heidelbergse Catechismus

Catechismus · Zondag 5 van 52

Zondag 5

De noodzaak van een Middelaar

Het andere deel. Van des menschen verlossing.

12

Aangezien wij dan naar het rechtvaardig oordeel Gods tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben, is er eenig middel, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en wederom tot genade komen?

God wil dat aan zijne gerechtigheid genoeg geschiede; daarom moeten wij aan haar, óf door onszelven, óf door eenen anderen, volkomenlijk betalen.

13

Maar kunnen wij door onszelven betalen?

In geenerlei wijze, maar wij maken ook de schuld nog dagelijks meerder.

14

Kan ook ergens een bloot schepsel gevonden worden, dat voor ons betale?

Neen; want ten eerste wil God aan geen ander schepsel de schuld straffen, die de mensch gemaakt heeft; ten andere zoo kan ook geen bloot schepsel den last van den eeuwigen toorn Gods tegen de zonde dragen en andere schepselen daarvan verlossen.

15

Wat moeten wij dan voor eenen middelaar en verlosser zoeken?

Zulk eenen, die een waarachtig en rechtvaardig mensch is, en nochtans ook sterker dan alle schepselen, dat is, die ook tegelijk waarachtig God is.