Catechismus · Zondag 5 van 52
Zondag 5
De noodzaak van een Middelaar
Het andere deel. Van des menschen verlossing.
Aangezien wij dan naar het rechtvaardig oordeel Gods tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben, is er eenig middel, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en wederom tot genade komen?
God wil dat aan zijne gerechtigheid genoeg geschiede; daarom moeten wij aan haar, óf door onszelven, óf door eenen anderen, volkomenlijk betalen.
1Gen. 2:17
17Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.
Genesis 2 lezen2Ex. 23:7
7Zijt verre van valse zaken; en den onschuldige en gerechtige zult gij niet doden; want Ik zal de goddeloze niet rechtvaardigen.
Exodus 23 lezen3Ezech. 18:4
4Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel des vaders, alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven.
Ezechiël 18 lezen4Matth. 5:26
26Voorwaar, Ik zeg u: Gij zult daar geenszins uitkomen, totdat gij den laatsten penning zult betaald hebben.
Mattheüs 5 lezen52 Thess. 1:6
6Alzo het recht is bij God verdrukking te vergelden dengenen, die u verdrukken;
2 Thessalonicenzen 1 lezen6Luc. 16:2
2En hij riep hem, en zeide tot hem: Hoe hoor ik dit van u? Geef rekenschap van uw rentmeesterschap; want gij zult niet meer kunnen rentmeester zijn.
Lukas 16 lezen7Rom. 8:4
4Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.
Romeinen 8 lezenMaar kunnen wij door onszelven betalen?
In geenerlei wijze, maar wij maken ook de schuld nog dagelijks meerder.
1Job 9:2
2Waarlijk, ik weet, dat het zo is; want hoe zou de mens rechtvaardig zijn bij God?
Job 9 lezen2Job 15:15, 16
15Zie, op Zijn heiligen zou Hij niet vertrouwen, en de hemelen zijn niet zuiver in Zijn ogen. 16Hoeveel te meer is een man gruwelijk en stinkende, die het onrecht indrinkt als water?
Job 15 lezen3Job 4:18, 19
18Zie, op Zijn knechten zou Hij niet vertrouwen; hoewel Hij in Zijn engelen klaarheid gesteld heeft. 19Hoeveel te min op degenen, die lemen huizen bewonen, welker grondslag in het stof is? Zij worden verbrijzeld voor de motten.
Job 4 lezen5Matth. 6:12
12En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
Mattheüs 6 lezen6Mattheüs 18:25
25En als hij niet had, om te betalen, beval zijn heer, dat men hem zou verkopen, en zijn vrouw en kinderen, en al wat hij had, en dat de schuld zou betaald worden.
Mattheüs 18 lezen7Mattheüs 16:26
26Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel?
Mattheüs 16 lezenKan ook ergens een bloot schepsel gevonden worden, dat voor ons betale?
Neen; want ten eerste wil God aan geen ander schepsel de schuld straffen, die de mensch gemaakt heeft; ten andere zoo kan ook geen bloot schepsel den last van den eeuwigen toorn Gods tegen de zonde dragen en andere schepselen daarvan verlossen.
1Ezech. 18:4
4Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel des vaders, alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven.
Ezechiël 18 lezen2Gen. 3:17
17En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens.
Genesis 3 lezen3Nah. 1:6
6Wie zal voor Zijn gramschap staan, en wie zal voor de hittigheid Zijns toorns bestaan? Zijn grimmigheid is uitgestort als vuur, en de rotsstenen worden van Hem vermorzeld.
Nahum 1 lezenWat moeten wij dan voor eenen middelaar en verlosser zoeken?
Zulk eenen, die een waarachtig en rechtvaardig mensch is, en nochtans ook sterker dan alle schepselen, dat is, die ook tegelijk waarachtig God is.
11 Cor. 15:21
21Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens.
1 Corinthiërs 15 lezen2Hebr. 7:26
26Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden;
Hebreeën 7 lezen3Jes. 7:14
14Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUEL heten.
Jesaja 7 lezen4Jesaja 9:5
5Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;
Jesaja 9 lezen5Jer. 23:6
6In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israel zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID.
Jeremia 23 lezen6Luc. 11:22
22Maar als een daarover komt, die sterker is dan hij, en hem overwint, die neemt zijn gehele wapenrusting, daar hij op vertrouwde, en deelt zijn roof uit.
Lukas 11 lezen