Catechismus · Zondag 38 van 52
Zondag 38
Het vierde gebod
Wat gebiedt God in het vierde gebod?
Eerstelijk, dat de kerkedienst, of het predikambt, en de scholen onderhouden worden, en dat ik, inzonderheid op den Sabbath, dat is, op den rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome, om Gods Woord te hooren, de Sacramenten te gebruiken, God den Heere openlijk aan te roepen, en den armen Christelijke handreiking te doen; ten andere, dat ik alle de dagen mijns levens van mijne booze werken ruste, den Heere door zijnen Geest in mij werke late, en alzoo den eeuwigen Sabbath in dit leven aanvange.
1Tit. 1:5
5Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb:
Titus 1 lezen22 Tim. 3:14
14Maar blijft gij in hetgeen gij geleerd hebt, en waarvan u verzekering gedaan is, wetende, van wien gij het geleerd hebt;
2 Timotheüs 3 lezen31 Cor. 9:13, 14
13Weet gij niet, dat degenen, die de heilige dingen bedienen, van het heilige eten? en die steeds bij het altaar zijn, met het altaar delen? 14Alzo heeft ook de Heere geordineerd dengenen, die het Evangelie verkondigen, dat zij van het Evangelie leven.
1 Corinthiërs 9 lezen42 Tim. 2:2
2En hetgeen gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, betrouw dat aan getrouwe mensen, welke bekwaam zullen zijn om ook anderen te leren.
2 Timotheüs 2 lezen52 Timotheüs 3:15
15En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.
2 Timotheüs 3 lezen6Ps. 40:10, 11
10Ik boodschap de gerechtigheid in de grote gemeente; zie, mijn lippen bedwing ik niet; HEERE! Gij weet het. 11Uw gerechtigheid bedek ik niet in het midden mijns harten; Uw waarheid en Uw heil spreek ik uit; Uw weldadigheid en Uw trouw verheel ik niet in de grote gemeente.
Psalm 40 lezen7Ps. 68:27
27Looft God in de gemeenten, den Heere, gij, die zijt uit den springader van Israel!
Psalm 68 lezen8Hand. 2:42
42En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.
Handelingen 2 lezen91 Tim. 4:13
13Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren, totdat ik kome.
1 Timotheüs 4 lezen101 Cor. 14:29
29En dat twee of drie profeten spreken, en dat de anderen oordelen.
1 Corinthiërs 14 lezen111 Cor. 11:33
33Zo dan, mijn broeders, als gij samenkomt om te eten, verwacht elkander.
1 Corinthiërs 11 lezen121 Tim. 2:1
1Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;
1 Timotheüs 2 lezen131 Cor. 14:16
16Anderszins, indien gij dankzegt met den geest, hoe zal degene, die de plaats eens ongeleerden vervult, amen zeggen op uw dankzegging, dewijl hij niet weet, wat gij zegt?
1 Corinthiërs 14 lezen141 Cor. 16:2
2Op elken eersten dag der week, legge een iegelijk van u iets bij zichzelven weg, vergaderende een schat, naar dat hij welvaren verkregen heeft; opdat de verzamelingen alsdan niet eerst geschieden, wanneer ik gekomen zal zijn.
1 Corinthiërs 16 lezen15Jes. 66:23
23En het zal geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot de andere, en van den enen sabbat tot den anderen, alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.
Jesaja 66 lezen