Catechismus · Zondag 46 van 52
Zondag 46
Onze Vader, Die in de hemelen zijt
Waarom heeft ons Christus geboden, God alzoo aan te spreken: Onze Vader?
Opdat Hij van stonde aan, in het begin onzes gebeds, in ons de kinderlijke vreeze en toevoorzicht tot God verwekke welke beide de grond onzes gebeds zijn, namelijk, dat God onze Vader door Christus geworden is, en dat Hij ons veel minder afslaan zal hetgene dat wij Hem met een recht geloof bidden, dan onze vaders ons aardsche dingen ontzeggen.
1Matth. 7:9, 10, 11
9Of wat mens is er onder u, zo zijn zoon hem zou bidden om brood, die hem een steen zal geven? 10En zo hij hem om een vis zou bidden, die hem een slang zal geven? 11Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!
Mattheüs 7 lezen2Luc. 11:11, 12, 13
11En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven, of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven? 12Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven? 13Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?
Lukas 11 lezenWaarom wordt hier bijgevoegd: Die in de hemelen zijt?
Opdat wij van de hemelsche majesteit Gods niet aardschelijk denken, en van zijne almachtigheid alle nooddruft des lichaams en der ziele verwachten.
1Jer. 23:23, 24
23Ben Ik een God van nabij, spreekt de HEERE, en niet een God van verre? 24Zou zich iemand in verborgene plaatsen kunnen verbergen, dat Ik hem niet zou zien? spreekt de HEERE; vervul Ik niet den hemel en de aarde? spreekt de HEERE.
Jeremia 23 lezen2Hand. 17:24, 25, 27
24De God, Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is; Deze, zijnde een Heere des hemels en der aarde, woont niet in tempelen met handen gemaakt; 25En wordt ook van mensenhanden niet gediend, als iets behoevende, alzo Hij Zelf allen het leven en den adem, en alle dingen geeft; 27Opdat zij den Heere zouden zoeken, of zij Hem immers tasten en vinden mochten; hoewel Hij niet verre is van een iegelijk van ons.
Handelingen 17 lezen3Rom. 10:12
12Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen.
Romeinen 10 lezen