Bronnen

Heidelbergse Catechismus

Catechismus · Zondag 37 van 52

Zondag 37

De eed

101

Maar mag men ook Godzaliglijk bij den Name Gods eenen eed zweren?

Ja, als het de Overheid van hare onderdanen, of anderszins ook de nood vordert, om trouw en waarheid daardoor te bevestigen, en dat tot Gods eere en des naasten heil; want zulk eedzweren is in Gods Woord gegrond, en daarom ook van de heiligen in het Oude en Nieuwe Testament recht gebruikt geweest.

102

Mag men ook bij de heiligen, of bij eenige andere schepselen, eenen eed zweren?

Neen; want eenen rechten eed zweren is God aanroepen, dat Hij, als die alleen het harte kent, der waarheid getuigenis wille geven, en mij straffe, indien ik valschelijk zweer; welke eer aan geen schepsel toebehoort.