Bronnen

Heidelbergse Catechismus

Catechismus · Zondag 45 van 52

Zondag 45

Het gebed

Van het Gebed.

116

Waarom is het gebed den Christenen van noode?

Daarom dat het het voornaamste stuk der dankbaarheid is, welke God van ons vordert, en dat God zijne genade en den Heiligen Geest alleen aan diegenen geven wil, die Hem met hartelijke zuchten zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.

117

Wat behoort tot zulk een gebed, dat Gode aangenaam is en van Hem verhoord wordt?

Eerstelijk, dat wij alleen den eenigen waren God, die zich in zijn Woord ons geopenbaard heeft, om al hetgene dat Hij ons geboden heeft te bidden, van harte aanroepen. Ten andere, dat wij onzen nood en ellendigheid recht en grondig kennen, opdat wij ons voor het aangezicht zijner majesteit verootmoedigen. Ten derde, dat wij dezen vasten grond hebben, dat Hij ons gebed, niettegenstaande wij zulks onwaardig zijn, om des Heeren Christus' wille zekerlijk wil verhooren, gelijk Hij ons in zijn Woord beloofd heeft.

118

Wat heeft ons God bevolen van Hem te bidden?

Alle geestelijke en lichamelijke nooddruft, welke de Heere Christus begrepen heeft in het gebed, dat Hij ons zelf geleerd heeft.

119

Hoe luidt dat gebed?

Onze Vader, die in de hemelen zijt;

1. Uw naam worde geheiligd.

2. Uw koninkrijk kome.

3. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op de aarde.

4. Geef ons heden ons dagelijksch brood.

5. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

6. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.

Want uw is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.