Catechismus · Zondag 41 van 52
Zondag 41
Het zevende gebod
Wat leert ons het zevende gebod?
Dat alle onkuischheid van God vervloekt is, en dat wij daarom, haar van harte vijand zijnde, kuisch en ingetogen leven moeten, hetzij in den heiligen huwelijken staat of daarbuiten.
1Lev. 18:28
28Dat u dat land niet uitspuwe, als gij hetzelve zult verontreinigd hebben; gelijk als het het volk, dat voor u was, uitgespuwd heeft.
Leviticus 18 lezen2Jud. 1:23
23Maar behoudt anderen door vreze, en grijpt ze uit het vuur; en haat ook den rok, die van het vlees bevlekt is.
Judas 1 lezen31 Thess. 4:3, 4, 5
3Want dit is de wil van God, uw heiligmaking: dat gij u onthoudt van de hoererij; 4Dat een iegelijk van u wete zijn vat te bezitten in heiligmaking en eer; 5Niet in kwade beweging der begeerlijkheid, gelijk als de heidenen, die God niet kennen.
1 Thessalonicenzen 4 lezen4Hebr. 13:4
4Het huwelijk is eerlijk onder allen, en het bed onbevlekt; maar hoereerders en overspelers zal God oordelen.
Hebreeën 13 lezen51 Cor. 7:7
7Want ik wilde, dat alle mensen waren, gelijk als ikzelf ben; maar een iegelijk heeft zijn eigen gave van God, de een wel aldus, maar de andere alzo.
1 Corinthiërs 7 lezenVerbiedt God in dit gebod niet meer dan echtbreken en diergelijke schandelijkheden?
Dewijl ons lichaam en ziele tempelen des Heiligen Geestes zijn, zoo wil Hij, dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren; daarom verbiedt Hij alle onkuische daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat den mensch daartoe trekken kan.
1Eph. 5:3, 4
3Maar hoererij en alle onreinigheid, of gierigheid, laat ook onder u niet genoemd worden, gelijkerwijs het den heiligen betaamt, 4Noch oneerbaarheid, noch zot geklap, of gekkernij, welke niet betamen; maar veelmeer dankzegging.
Efeziërs 5 lezen21 Cor. 6:18, 19
18Vliedt de hoererij. Alle zonde, die de mens doet, is buiten het lichaam, maar die hoererij bedrijft, zondigt tegen zijn eigen lichaam. 19Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?
1 Corinthiërs 6 lezen3Matth. 5:27, 28
27Gij hebt gehoord, dat van de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen. 28Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aan ziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.
Mattheüs 5 lezen4Eph. 5:18
18En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest;
Efeziërs 5 lezen