Bronnen

Heidelbergse Catechismus

Catechismus · Zondag 32 van 52

Zondag 32

Dankbaarheid en goede werken

Het derde deel. Van de dankbaarheid, die men Gode voor de verlossing schuldig is.

86

Aangezien wij uit onze ellendigheid, zonder eenige verdienste onzerzijds, alleen uit genade, door Christus verlost zijn, waarom moeten wij dan nog goede werken doen?

Daarom, dat Christus, nadat Hij ons met zijn bloed gekocht en vrijgemaakt heeft, ons ook door zijnen Heiligen Geest tot zijn evenbeeld vernieuwt, opdat wij ons met ons gansche leven Gode dankbaar voor zijne weldaden bewijzen, en Hij door ons geprezen worde. Daarna ook, dat elk bij zichzelven van zijn geloof uit de vruchten verzekerd zij, en dat door onzen Godzaligen wandel onze naasten ook voor Christus gewonnen worden.

87

Kunnen dan die niet zalig worden, die, in hun goddeloos ondankbaar leven voortvarende, zich tot God niet bekeeren?

In geenerlei wijze; want de Schrift zegt, dat geen onkuische, afgodendienaar, echtbreker, dief, geldgierige, dronkaard, lasteraar, noch roover, noch dergelijke, het Koninkrijk Gods beërven zal.