Catechismus · Zondag 16 van 52
Zondag 16
Dood, begrafenis en nederdaling ter hel
Waarom heeft Christus zich tot in den dood moeten vernederen?
Daarom dat vanwege de gerechtigheid en waarheid Gods niet anders voor onze zonden konde betaald worden, dan door den dood des Zoons Gods.
1Gen. 2:17
17Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.
Genesis 2 lezen2Rom. 8:3, 4
3Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees. 4Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.
Romeinen 8 lezen3Hebr. 2:14, 15
14Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel; 15En verlossen zou al degenen, die met vreze des doods, door al hun leven, der dienstbaarheid onderworpen waren.
Hebreeën 2 lezenWaarom is Hij begraven geworden?
Om daarmede te betuigen, dat Hij waarachtiglijk gestorven was.
1Hand. 13:29
29En als zij alles volbracht hadden, wat van Hem geschreven was, namen zij Hem af van het hout, en legden Hem in het graf.
Handelingen 13 lezen2Matth. 27:59, 60
59En Jozef, het lichaam nemende, wond hetzelve in een zuiver fijn lijnwaad. 60En legde dat in zijn nieuw graf, hetwelk hij in een steenrots uitgehouwen had; en een grote steen tegen de deur des grafs gewenteld hebbende, ging hij weg.
Mattheüs 27 lezen3Luc. 23:53
53En als hij hetzelve afgenomen had, wond hij dat in een fijn lijnwaad, en legde het in een graf, in een rots gehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was.
Lukas 23 lezen4Joh. 19:38
38En daarna Jozef van Arimathea (die een discipel van Jezus was, maar bedekt om de vreze der Joden), bad Pilatus, dat hij mocht het lichaam van Jezus wegnemen; en Pilatus liet het toe. Hij dan ging en nam het lichaam van Jezus weg.
Johannes 19 lezenZoo dan Christus voor ons gestorven is, hoe komt het, dat wij ook moeten sterven?
Onze dood is geene betaling voor onze zonden, maar alleen eene afsterving van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven.
2Ps. 49:8
8Niemand van hen zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen; hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven;
Psalm 49 lezen3Philipp. 1:23
23Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste.
Filippenzen 1 lezen4Joh. 5:24
24Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.
Johannes 5 lezenWat verkrijgen wij meer voor nuttigheid uit de offerande en den dood van Christus aan het kruis?
Dat door zijne kracht onze oude mensch met Hem gekruisigd, gedood en begraven wordt, opdat de booze lusten des vleesches in ons niet meer regeeren, maar dat wij onszelven Hem tot eene offerande der dankbaarheid opofferen.
1Rom. 6:6
6Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen.
Romeinen 6 lezen2Rom. 6:6, 12
6Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen. 12Dat dan de zonde niet heerse in uw sterfelijk lichaam, om haar te gehoorzamen in de begeerlijkheden deszelven lichaams.
Romeinen 6 lezen3Rom. 12:1
1Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.
Romeinen 12 lezenWaarom volgt daar: Nedergedaald ter helle?
Opdat ik in mijne hoogste aanvechtingen verzekerd zij en mij ganschelijk vertrooste, dat mijn Heere Jezus Christus door zijne onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikking en helsche kwelling, in welke Hij in zijn gansche lijden (maar inzonderheid aan het kruis) gezonken was, mij van de helsche benauwdheid en pijn verlost heeft.
1Ps. 18:5, 6
5Banden des doods hadden mij omvangen, en beken Belials verschrikten mij. 6Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.
Psalm 18 lezen2Ps. 116:3
3De banden des doods hadden mij omvangen, en de angsten der hel hadden mij getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis.
Psalm 116 lezen3Matth. 26:38
38Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.
Mattheüs 26 lezen4Mattheüs 27:46
46En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!
Mattheüs 27 lezen5Hebr. 5:7
7Die in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze.
Hebreeën 5 lezen6Jes. 53:5
5Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
Jesaja 53 lezen