Catechismus · Zondag 30 van 52
Zondag 30
Het avondmaal en de mis
Wat onderscheid is er tusschen het Avondmaal des Heeren en de Paapsche Mis?
Het Avondmaal des Heeren betuigt ons, dat wij volkomene vergeving van alle onze zonden hebben door de éénige offerande van Jezus Christus, die Hijzelf eenmaal aan het kruis volbracht heeft, en dat wij door den Heiligen Geest Christus worden ingelijfd, die nu naar zijne menschelijke natuur niet op de aarde maar in den hemel is, ter rechterhand Gods zijns Vaders, en daar van ons wil aangebeden zijn. Maar de Mis leert, dat de levenden en de dooden niet door het lijden van Christus vergeving der zonden hebben, tenzij dat Christus nog dagelijks voor hen van de Mispriesters geofferd worde, en dat Christus lichamelijk onder de gestalte des broods en wijns is, en daarom ook daarin moet aangebeden worden; en alzoo is de Mis in den grond anders niet, dan eene verloochening der eenige offerande en des lijdens van Jezus Christus, en eene vervloekte afgoderij.
1Hebr. 10:10, 12
10In welken wil wij geheiligd zijn, door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied. 12Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechter hand Gods;
Hebreeën 10 lezen2Hebreeën 7:26, 27
26Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden; 27Dien het niet allen dag nodig was, gelijk den hogepriesters, eerst voor zijn eigen zonden slachtofferen op te offeren, daarna, voor de zonden des volks; want dat heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij Zichzelven opgeofferd heeft.
Hebreeën 7 lezen3Hebreeën 9:12, 25
12Noch door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende. 25Noch ook, opdat Hij Zichzelven dikwijls zou opofferen, gelijk de hogepriester alle jaar in het heiligdom ingaat met vreemd bloed;
Hebreeën 9 lezen4Joh. 19:30
30Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf den geest.
Johannes 19 lezen5Matth. 26:28
28Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.
Mattheüs 26 lezen6Luc. 22:19
19En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
Lukas 22 lezen71 Cor. 10:16, 17
16De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus? 17Want een brood is het, zo zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn.
1 Corinthiërs 10 lezen9Joh. 20:17
17Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.
Johannes 20 lezen10Col. 3:1
1Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.
Colossenzen 3 lezen11Hebr. 1:3
3Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen;
Hebreeën 1 lezen12Hebreeën 8:1
1De hoofdsom nu der dingen, waarvan wij spreken, is, dat wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechter hand van den troon der Majesteit in de hemelen:
Hebreeën 8 lezen13Matth. 6:20, 21
20Maar vergadert u schatten in den hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen; 21Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
Mattheüs 6 lezen14Joh. 4:21
21Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt, wanneer gijlieden, noch op dezen berg, noch te Jeruzalem, den Vader zult aanbidden.
Johannes 4 lezen15Luc. 24:52
52En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.
Lukas 24 lezen16Hand. 7:55
55Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter hand Gods.
Handelingen 7 lezen17Col. 3:1
1Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.
Colossenzen 3 lezen18Philipp. 3:20
20Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;
Filippenzen 3 lezen191 Thess. 1:10
10En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Denwelken Hij uit de doden verwekt heeft, namelijk Jezus, Die ons verlost van den toekomenden toorn.
1 Thessalonicenzen 1 lezen20Hebr. 9:26
26(Anders had Hij dikwijls moeten lijden van de grondlegging der wereld af) maar nu is Hij eenmaal in de voleinding der eeuwen geopenbaard, om de zonde te niet te doen, door Zijnzelfs offerande.
Hebreeën 9 lezen21Hebreeën 10:12, 14
12Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechter hand Gods; 14Want met een offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.
Hebreeën 10 lezenVoor wie is het Avondmaal des Heeren ingesteld?
Voor degenen, die zichzelven vanwege hunne zonden mishagen, en nochtans vertrouwen, dat deze hun om Christus' wille vergeven zijn, en dat ook de overblijvende zwakheid met zijn lijden en sterven bedekt is; die ook begeeren, hoe langer hoe meer hun geloof te sterken en hun leven te beteren. Maar de hypocrieten en die zich niet met waren harte tot God bekeeren, die eten en drinken zichzelven een oordeel.
11 Cor. 11:28
28Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.
1 Corinthiërs 11 lezen21 Corinthiërs 10:19, 20, 21, 22
19Wat zeg ik dan? Dat een afgod iets is, of dat het afgodenoffer iets is? 20Ja, ik zeg, dat hetgeen de heidenen offeren, zij den duivelen offeren, en niet Gode; en ik wil niet, dat gij met de duivelen gemeenschap hebt. 21Gij kunt den drinkbeker des Heeren niet drinken, en den drinkbeker der duivelen; gij kunt niet deelachtig zijn aan de tafel des Heeren, en aan de tafel der duivelen. 22Of tergen wij den Heere? Zijn wij sterker dan Hij?
1 Corinthiërs 10 lezenZal men ook diegenen tot dit Avondmaal laten komen, die zich met hunne belijdenis en hun leven als ongeloovige en goddelooze menschen aanstellen?
Neen; want alzoo wordt het verbond Gods ontheiligd, en zijn toorn over de gansche gemeente verwekt. Daarom is de Christelijke Kerk schuldig, naar de ordening van Christus en van zijne Apostelen, zulken, totdat zij betering huns levens bewijzen, door de Sleutelen des hemelrijks uit te sluiten.
11 Cor. 11:20, 34
20Als gij dan bijeen samenkomt, dat is niet des Heeren avondmaal eten. 34Doch zo iemand hongert, dat hij te huis ete, opdat gij niet tot een oordeel samenkomt. De overige dingen nu zal ik verordenen, als ik zal gekomen zijn.
1 Corinthiërs 11 lezen2Jes. 1:11
11Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? zegt de HEERE; Ik ben zat van de brandoffers der rammen, en het smeer der vette beesten, en heb geen lust aan het bloed der varren, noch der lammeren, noch der bokken.
Jesaja 1 lezen3Jesaja 66:3
3Wie een os slacht, slaat een man; wie een lam offert, breekt een hond den hals; wie spijsoffer offert, is als die zwijnenbloed offert; wie wierook brandt ten gedenkoffer, is als die een afgod zegent. Dezen verkiezen ook hun wegen, en hun ziel heeft lust aan hun verfoeiselen.
Jesaja 66 lezen4Jer. 7:21
21Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Doet uw brandofferen tot uw slachtofferen, en eet vlees.
Jeremia 7 lezen5Ps. 50:16
16Maar tot den goddeloze zegt God: Wat hebt gij Mijn inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uw mond?
Psalm 50 lezen