Catechismus · Zondag 2 van 52
Zondag 2
De kennis van de ellende
Het eerste deel. Van des menschen ellende.
Waaruit kent gij uwe ellende?
Uit de wet Gods.
1Rom. 3:20
20Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.
Romeinen 3 lezenWat eischt de wet Gods van ons?
Dat leert ons Christus in eene hoofdsom, Matth. 22:37—40: Gij zult liefhebben den Heere uwen God met geheel uw hart, en met geheel uwe ziel, en met geheel uw verstand, en met geheel uwe kracht. Dit is het eerste en het groot gebod. En het tweede, aan dit gelijk, is: Gij zult uwen naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de gansche wet en de profeten.
1Deut. 6:5
5Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.
Deuteronomium 6 lezen2Lev. 19:18
18Gij zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de HEERE!
Leviticus 19 lezen3Marc. 12:30
30En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod.
Markus 12 lezen4Luc. 10:27
27En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven.
Lukas 10 lezenKunt gij dit alles volkomenlijk houden?
Neen ik; want ik ben van nature geneigd, God en mijnen naaste te haten.
1Rom. 3:10, 20, 23
10Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een; 20Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde. 23Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;
Romeinen 3 lezen21 Joh. 1:8, 10
8Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelven, en de waarheid is in ons niet. 10Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, zo maken wij Hem tot een leugenaar, en Zijn woord is niet in ons.
1 Johannes 1 lezen3Rom. 8:7
7Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.
Romeinen 8 lezen4Eph. 2:3
3Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;
Efeziërs 2 lezen5Tit. 3:3
3Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde, en elkander hatende.
Titus 3 lezen6Gen. 6:5
5En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was.
Genesis 6 lezen7Genesis 8:21
21En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
Genesis 8 lezen8Jer. 17:9
9Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?
Jeremia 17 lezen9Rom. 7:23
23Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is.
Romeinen 7 lezen