Bronnen

Voorbeeld der Goddelijke Waarheden

Hellenbroek · Hoofdstuk 2 van 20

Hoofdstuk 2

Van de Heilige Schrift

1

Wat verstaat gij door de H. Schrift?

Het beschreven Woord van God.

2

Is er altijd een beschreven Woord geweest?

Neen; voor Mozes' tijd was er geen beschreven Woord.

3

Hoe maakte God dan toen zijn Woord bekend?

Door mondelijke aanspraak en openbaring aan de vaderen.

4

Hoe bewaarden zij dat onder elkander?

Door overlevering van de vaderen tot de kinderen.

5

Waarom kon dat toen zoo beter geschieden?

Omdat de menschen toen langer leefden en minder in getal waren, God zich meermalen openbaarde en satans listen minder waren.

6

Wie heeft de H. Schrift laten beschrijven?

God. 2 Tim. 3 : 16. Al de Schrift is van God ingegeven.

7

Door wien heeft Hij ze laten beschrijven?

Het Oude Testament door de profeten en het Nieuwe Testament door de Evangelisten en Apostelen.

8

Door wien zijn die in dat schrijven gedreven geweest?

Door den H. Geest. 2 Petr. 1 : 21. De heilige menschen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.

9

Hebben die dan in dat schrijven niet kunnen dwalen?

Neen; de Heilige Geest heeft hen in alle waarheid geleid.

10

Hoeveel Testamenten zijn er in de Heilige Schrift?

Twee: het Oude en het Nieuwe Testament.

11

In welke taal is het Oude Testament beschreven?

In de Hebreeuwsche, en een weinig in de Chaldeeuwsche taal.

12

In welke taal is het Nieuwe Testament beschreven?

In de Grieksche taal.

13

Is de gansche H. Schrift een Goddelijk Boek?

Ja; omdat er dingen in zijn, die van niemand dan van God kunnen zijn.

14

Welke dingen zijn dat?

Verborgenheden: als, dat God drieëenig is; de schepping uit niet in zes dagen; dat Jezus God en mensch is, de Middelaar enz. en Profetieën: dat zijn voorzeggingen van toekomende zaken op hun tijd en plaats net vervuld.

15

Zijn de Apokryfe boeken Gods Woord niet?

Neen; omdat er dingen in zijn, die verdicht en met Gods Woord strijdig zijn; waarom zij van de Joodsche kerk ook nooit voor Goddelijk erkend zijn, aan welke kerk nochtans de woorden Gods waren toebetrouwd Rom. 3 : 2.

16

Is de Heilige Schrift volmaakt of onvolmaakt?

Volmaakt. Psalm 19 : 8. De wet des Heeren is volmaakt.

17

Is er dan van de Heilige Schrift niets verloren of vervalscht?

Neen; zij is nog zoo geheel en zuiver, als zij ooit geweest is.

18

Moet men niet nog overleveringen van menschen bij de H. Schrift hebben?

Neen; de H. Schrift alleen is genoeg. Matth. 15 : 9. Tevergeefs eeren zij Mij, leerende leeringen (die) geboden van menschen zijn.

19

Is de H. Schrift klaar of duister?

Klaar, in die dingen, die ter zaligheid noodig zijn. Psalm 119 : 105. Uw woord is een lamp voor mijnen voet, en een licht voor mijn pad.

20

Nochtans zegt Petrus, dat er in de brieven van Paulus sommige dingen zijn, zwaar om te verstaan. 2 Petr. 3 : 16?

De waarheid van eene zaak kan wel klaar geopenbaard zijn, schoon de zaak in zich zelve zwaar om te verstaan blijkt, gelijk het is met alle verborgenheden: als Gods Drieëenheid enz.

21

Mag en moet men ook de H. Schrift lezen?

Ja; Joh. 5 : 39. Onderzoekt de Schriften, want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.

22

Hoe moet dat onderzoek geschieden?

1. In Gods vreeze. Ps. 111 : 10. II. Met een biddend hart. Ps. 119 : 18. III. Eerbiedig. Jes. 66 : 5 en IV. Aandachtig en met een geestelijk oordeel.