Bronnen

Voorbeeld der Goddelijke Waarheden

Hellenbroek · Hoofdstuk 7 van 20

Hoofdstuk 7

Van het verbond der werken

1

Heeft God nog een bijzonder bestuur omtrent den mensch?

Ja; dien regeert God verbondsgewijze.

2

Hoe vele verbonden zijn er?

Twee: een verbond der werken en een verbond der genade.

3

Wanneer was het verbond der werken?

Vóór den val.

4

Met wien heeft God dat opgericht?

Met Adam, en in hem, als het hoofd, met al zijne nakomelingen.

5

Wat eischte God in dat verbond der werken?

Volmaakte gehoorzaamheid aan de wet.

6

Aan welke wet?

Aan de wet der liefde: God lief te hebben met al zijne kracht, en zijne naasten als zich zelven.

7

Hoe kwam Adam aan de kennis van die wet?

God had die ingeschapen in zijn hart.

8

Wat beloofde God in dat verbond der werken?

Het eeuwige leven.

9

Werd die belofte ook door eenig sacrament bevestigd?

Ja; door den boom des levens.

10

Wat dreigde God in dat verbond?

Den dood.

11

Voegde God er ook nog een proefgebod bij?

Ja; niet te eten van den boom der kennis des goeds en des kwaads.