Bronnen

Voorbeeld der Goddelijke Waarheden

Hellenbroek · Hoofdstuk 14 van 20

Hoofdstuk 14

Van de rechtvaardigmaking

1

Die inwendig geroepen worden, worden die ook gerechtvaardigd?

Ja. Rom. 8 : 30. Die Hij geroepen heeft, heeft Hij ook gerechtvaardigd.

2

Wat is de rechtvaardigmaking?

Eene vrijspreking van schuld en straf en een rechtgeven tot het eeuwige leven.

3

Is er onderscheid tusschen de rechtvaardigmaking en de heiligmaking?

Ja. 1. De rechtvaardigmaking geschiedt buiten den mensch, de heiligmaking binnen ons. 2. De rechtvaardigmaking neemt de schuld weg, de heiligmaking de smet der zonde. 3. De rechtvaardigmaking geschiedt volmaakt, de heiligmaking hier in dit leven maar ten deele.

4

Wordt men dan door de rechtvaardigmaking niet inwendig veranderd?

Neen; dat geschiedt in de heiligmaking.

5

Is dan rechtvaardigmaking niet eene inwendige rechtvaardigheid instorten?

Neen; het is maar een vonnissen of vrijspreken van den mensch, gelijk de rechters in de vierschaar doen.

6

Wordt het ook zoo gebruikt in de H. Schrift?

Ja; zoo wordt het tegen verdoemen gesteld. Spr. 17 : 15. Wie den goddelooze rechtvaardigt, en den rechtvaardige verdoemt, is den Heere een gruwel.

7

Wordt het ook in het stuk van de rechtvaardigmaking zoo gebruikt?

Ja. Rom. 8 : 33, 34. God is het, die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt?

8

Wie is het dan, die ons rechtvaardigt of vrijspreekt?

God de Vader, die hier den persoon van Rechter vertoont.

9

Hoe komt dan hier de Zoon voor?

Als Voorspraak en Middelaar, om wiens wil wij gerechtvaardigd worden.

10

Hoe de H. Geest?

Als Verzegelaar, die ons kennis geeft en verzekert van de rechtvaardigmaking.

11

Kan men dan ook van zijne rechtvaardigmaking verzekerd worden?

Ja. Rom. 5:1. Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit den geloove, hebben vrede bij God door onzen Heere Jezus Christus.

12

Waarvan wordt men gerechtvaardigd?

Van alle zonden, zonder onderscheid.

13

Om wiens wil worden wij gerechtvaardigd?

Alleen om Christus' wil. Rom. 3 : 24. En worden om niet gerechtvaardigd uit zijne genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is.

14

Worden wij niet gerechtvaardigd om onze eigene werken?

Neen. Rom. 3 : 28. Wij besluiten dan dat de mensch door het geloof gerechtvaardigd wordt zonder de werken der wet.

15

Waarom kunnen wij niet om onze eigene werken gerechtvaardigd worden?

Omdat de beste van die onvolmaakt zijn, en daarom aan Gods gerechtigheid niet voldoen kunnen.

16

Maar als wij door Christus' verdiensten zullen gerechtvaardigd worden, moeten die dan ook niet de onze worden?

Gewisselijk ja.

17

Hoe worden die de onze?

Door toerekening en aanneming.

18

Wie rekent ons dezelve toe?

God, door eene genadige schenking.

19

Waardoor nemen wij die aan?

Door het geloof.

20

Worden wij dan gerechtvaardigd om het geloof?

Neen; de H. Schrift zegt wel uit het geloof, en door het geloof, maar nooit om het geloof.

21

Hoe komt dan hier het geloof te pas?

Als eene hand of een instrument, waardoor men de verdienste van Christus aanneemt.