Bronnen

Voorbeeld der Goddelijke Waarheden

Hellenbroek · Hoofdstuk 16 van 20

Hoofdstuk 16

Van de heiligmaking

1

Die gerechtvaardigd worden, worden die ook geheiligd?

Ja; beide gaan te zamen. 1 Cor. 1 : 30. Die ons geworden is wijsheid van God en rechtvaardigheid, en heiligmaking en verlossing. Verg. Ps. 130 : 4.

2

Wat is heiligmaking?

Eene vernieuwing van den geheelen mensch.

3

Is zij dan niet maar eene verandering van de uiterlijke daden?

Neen; maar ook van den inwendigen mensch. Rom. 12 : 2. Wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds.

4

Vloeit daaruit ook eene uitwendige verandering voort?

Ja: in den wandel. 1 Thess. 5 : 23. De God des vredes zelf heilige u geheel en al, en uw geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard.

5

Wie werkt die heiligmaking in ons?

God, door zijnen Geest.

6

Is de heiligmaking noodzakelijk?

Ja. Hebr. 12 : 14. Zonder heiligmaking zal niemand den Heere zien.

7

Is de heiligmaking hier in dit leven volkomen?

Neen; maar ten deele en onvolmaakt. Phil. 3 : 12. Niet dat ik alreede volmaakt ben.

8

Is zij in alle geloovigen even groot?

Neen, in den een meerder, in den ander minder; zij heeft hare verscheidene trappen.

9

Is zij ook veranderlijk?

Ja; zij is haar aanwas en afnemen in een en denzelfden mensch onderworpen.

10

Kan men ze dan wel weder geheel verliezen?

Neen; daar de genade Gods eens is, daar blijft zij.

11

Is er dan geen afval der heiligen?

Neen; wel vallen, maar geen afvallen. 1 Petr. 1 : 5. Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof, tot de zaligheid, die bereid is om geopenbaard te worden in den laatsten tijd.

12

Hoe vordert Gods volk tot heiligmaking?

Als men alle in- en uitwendige hinderpalen wegdoet, door de genade des Geestes, en afhangende van Jezus' kracht, alle middelen ter voortgang in het werk stelt.

Van de goede werken

1

Wat zijn de vruchten van geloof en heiligmaking?

Goede werken. Jac. 2 : 18. Toon mij uw geloof uit uwe werken.

2

Wat zijn goede werken?

Daden, die geschieden: 1. Uit het geloof. 2. Naar Gods wet. 3. Tot Gods eer.

3

Toon eens, dat zij moeten geschieden uit het geloof?

Hebr. 11 : 6. Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen.

4

Bewijs eens, dat zij moeten geschieden naar Gods wet?

Matth. 15 : 9. Tevergeefs eeren zij Mij, leerende leeringen, die geboden van menschen zijn.

5

Bewijs eens, dat zij moeten geschieden tot Gods eer?

1 Cor. 10 : 31. Hetzij dan, dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter eere Gods.

6

Moet men ook goede werken doen?

Ja. Matth. 5 : 16. Laat uw licht alzoo schijnen voor de menschen, dat zij uwe goede werken mogen zien, en uwen Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.

7

Kunnen zulke goede werken den hemel wel verdienen?

Neen; Christus alleen heeft dien voor ons verdiend.

8

Waarom niet?

Omdat zij onvolmaakt zijn. Jes. 64 : 6. Al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed.

9

Waartoe moeten wij dan nog goede werken doen?

I. Om er God door te verheerlijken. II. Om er onze naasten door te stichten. III. Om er ons van ons geloof door te verzekeren.