Bronnen

Voorbeeld der Goddelijke Waarheden

Hellenbroek · Hoofdstuk 9 van 20

Hoofdstuk 9

Van de zonde

1

Heeft de mensch dat beeld nog?

Neen, hij heeft het verloren door de zonde.

2

Wat was de eerste zonde des menschen?

Het eten van den boom der kennis des goeds en des kwaads.

3

Waar stond die boom?

In het Paradijs.

4

Welke vrucht groeide daaraan?

Dat is onbekend.

5

Wie at daar eerst van, Adam of Eva?

Eva.

6

Van wien werd zij verleid?

Van den duivel, door middel van eene slang.

7

Wat maakte die haar wijs?

Dat zij niet zou sterven, maar als God zijn, kennende goed en kwaad.

8

Door wien werd Adam verlokt?

Door zijne vrouw; die gaf hem en hij at.

9

Waar leest men de geschiedenis van den val?

Genesis 3.

10

Welke gevolgen had die zonde voor Adam en Eva?

1. Het verliezen van Gods beeld. 2. Het gevoel dat zij naakt waren. 3. Schrik in het geweten. 4. Uitwerping uit het Paradijs. 5. Den dood.

2. Van de erfzonde

1

Raakt Adams zonde ons ook?

Ja; zij wordt ons toegerekend.

2

Waarom?

Omdat Adam het hoofd des verbonds was, en daarin aangemerkt werd, als vertegenwoordigende al zijne nakomelingen. Rom. 5 : 12. Daarom, gelijk door één mensch de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzoo de dood tot alle menschen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.

3

Welke zonde hebben wij dan door Adam?

De erfzonde. Ps. 51 : 7. Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren en in zonde heeft mij mijne moeder ontvangen.

4

Hoe velerlei zonde is er dan?

Tweeërlei: erfzonde en dadelijke zonde.

5

Hoe wordt de erfzonde de onze?

Door toerekening en overerving.

6

Wie rekent ons Adams zonde toe?

God.

7

Wat rekent Hij ons toe?

De schuld der zonde. Rom. 5 : 19. Gelijk door de ongehoorzaamheid van dien éénen mensch velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzoo zullen ook door de gehoorzaamheid van Eénen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.

8

Wat erven wij over?

De smet der zonde. Job 14 : 4. Wie zal eenen reine geven uit den onreine? niet één.

9

Van wien?

Van onze ouders.

10

Wat is de schuld der zonde?

De verbintenis tot straf om Adams zonde.

11

Wat is de smet der zonde?

Die inklevende verdorvenheid, welke zich verspreid heeft over den geheelen mensch.

12

Hebben alle menschen erfzonde?

Ja, uitgezonderd Christus. Joh. 3 : 6. Hetgeen uit het vleesch geboren is, dat is vleesch.

13

Waarom had Christus geen erfzonde?

Omdat Hij ontvangen is van den H. Geest.

3. Van de dadelijke zonde en hare straf

1

Hebben alle menschen ook dadelijke zonden?

Ja. Jac. 3 : 2. Wij struikelen allen in vele.

2

Waarmee begaan we die?

Met gedachten, met woorden en met werken.

3

Liggen dan alle menschen van nature in eenen staat van ellende?

Ja.

4

In hoeveel stukken bestaat des menschen ellende?

In drie: in zonde, onmacht daaronder, en in straf.

5

Is dan de mensch ook onder zijne zonden geestelijk onmachtig?

Ja; tot alle geestelijk goed. Rom. 8 : 7. Het bedenken des vleesches is vijandschap tegen God, want het onderwerpt zich der wet Gods niet, want het kan ook niet.

6

Heeft de mensch dan geen vrijen wil of eigen natuurkrachten tot geestelijk goed?

Neen. Eph. 2:1. En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonde.

7

Zijn dan alle geboden, bedreigingen en beloften van God niet tevergeefs?

Neen, dat zijn middelen, waardoor God den mensch, als een redelijk schepsel, bewerken wil tot zijnen plicht.

8

Wat is de straf der zonde?

De dood. Rom. 6 : 23. De bezoldiging der zonde is de dood.

9

Hoe velerlei dood is er?

Drieërlei: een lichamelijke, geestelijke en eeuwige dood.

10

Wat is de lichamelijke dood?

Eene scheiding van ziel en lichaam.

11

Wat is de geestelijke dood?

1. Eene scheiding van Gods gunst, en 2. eene onmacht in de zonde.

12

Wat is de eeuwige dood?

Een eeuwig straflijden in de hel.

13

Verdienen alle zonden die straf?

Ja, tot de kleinste toe. Gal. 3 : 10. Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen.

14

Zijn er dan geene vergeeflijke zonden?

Wel in Christus; de zonde tegen den H. Geest alleen uitgezonderd; doch geene vergeeflijke in zichzelve.

15

Is door de zonde het verbond der werken vernietigd?

Ja, ten opzichte van deszelfs macht om iemand te rechtvaardigen.

16

Welk gevolg trekt gij uit 's menschen ellende?

Dat er behalve de satan geen ongelukkiger schepsel is dan de natuurlijke mensch.