Bronnen

Voorbeeld der Goddelijke Waarheden

Hellenbroek · Hoofdstuk 12 van 20

Hoofdstuk 12

Van de roeping

1

Waartoe is Christus zoo verhoogd?

Om ons zijne weldaden toe te passen.

2

Hoe kunnen Christus' weldaden onderscheiden worden?

In 1. Weldaden in dit leven. 2. Weldaden na dit leven.

3

Welke zijn die in dit leven?

De voornaamste zijn: de roeping, de rechtvaardigmaking en de heiligmaking.

4

Welke zijn die na dit leven?

De opstanding, het laatste oordeel en het eeuwige leven.

5

Hoe velerlei roeping is er?

Tweeërlei: eene uitwendige en eene inwendige roeping.

6

Waardoor geschiedt de uitwendige roeping?

Door Gods Woord.

7

Waardoor geschiedt de inwendige roeping?

Door Gods Geest.

8

Wie worden er uitwendig geroepen?

Allerlei soort van menschen; ook wel die niet uitverkoren zijn. Matth. 20 : 16. Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

9

Is dan de uitwendige roeping algemeen?

Wel onder het Christendom, maar niet door de geheele wereld.

10

Is zij nochtans nu niet algemeener dan onder het Oude Testament?

Ja; toen ging zij alleen over de Joden; nu ook over de Heidenen.

11

Is er geene zaligmakende roeping in de natuur?

Neen; de natuur weet van Christus niet, en buiten Hem is er geene zaligheid.

12

Is de uitwendige roeping alleen niet genoeg tot bekeering?

Neen. 1 Cor. 3 : 7. Zoo is dan noch hij, die plant iets, noch hij die nat maakt, maar God, die den wasdom geeft.

13

Wat moet er dan nog bijkomen?

De inwendige roeping, gelijk in Lydia. Hand. 16 : 14. Welker hart de Heere heeft geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd.

14

Wie worden dan inwendig geroepen?

Alleen de uitverkorenen. Rom. 8 : 30. Die Hij te voren verordineerd heeft, deze heeft Hij ook geroepen.

15

Wat is de inwendige roeping?

Eene krachtige verandering van den mensch.

16

Is er dan in den mensch iets te veranderen?

Ja; verstand, wil, hartstochten en wandel.

17

Hoe zijn die van nature?

Het verstand is verduisterd, de wil is verkeerd, de hartstochten zijn ongeregeld, de wandel is zondig.

18

Hoe worden die dan door de inwendige roeping?

Het verstand wordt verlicht, om God te kennen in zijne algenoegzaamheid, Jezus in zijne dierbaarheid en zichzelven in zijne vloekwaardigheid. 1 Cor. 2 : 12, 13. De wil om God te dienen en te verheerlijken. Rom. 7 : 15. De hartstochten gezuiverd, om de zonde te haten, daarentegen God te beminnen als het hoogste goed, en een lust tot heiligheid, enz. Rom. 6 : 19. En de wandel geheiligd.

19

Is die inwendige roeping krachtdadig?

Ja; die heeft eene onweerstaanbare kracht.

20

Geschiedt er dan meer dan alleen een uiterlijke aanrading?

Ja; eene inwendige neiging van den wil.

21

Dwingt God dan den mensch?

Neen; Hij maakt hem gewillig.

22

Hoe wordt die krachtdadigheid van de inwendige roeping in de H. Schrift wel uitgedrukt?

Het wordt genoemd een scheppen. Eph. 2 : 10. Wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus, tot goede werken. Ook wel een trekken. Joh. 6 : 44. Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke.