Bronnen

Nederlandse Geloofsbelijdenis

Geloofsbelijdenis · Artikel 8 van 37

Artikel 8

Dat God eenig is in wezen en nochtans in drie personen onderscheiden

Volgens deze waarheid en dit Woord Gods, zoo gelooven wij in een eenigen God; die een eenig wezen is, in hetwelk zijn drie personen, in der daad en waarheid en van eeuwigheid onderscheiden naar hunne onmededeelbare eigenschappen: namelijk de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest. De Vader is de oorzaak, oorsprong en begin aller dingen, zoowel zienlijke als onzienlijke. De Zoon is het Woord, de Wijsheid en het Beeld des Vaders. De H. Geest, de eeuwige Kracht en Mogendheid, uitgaande van den Vader en den Zoon. Alzoo nochtans, dat dit onderscheid niet maakt, dat God in drieën gedeeld zij, aangezien dat de H. Schrifture ons leert, dat de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest, elk zijne zelfstandigheid heeft, onderscheiden door hare eigenschappen; doch alzoo, dat deze drie Personen maar een eenig God zijn. Zoo is het dan openbaar, dat de Vader niet is de Zoon, en dat de Zoon niet is de Vader, dat ook insgelijks de Heilige Geest niet is de Vader, noch de Zoon. Intusschen deze Personen, zóó onderscheiden, zijn niet gedeeld, noch ook ondereen vermengd. Want de Vader heeft het vleesch niet aangenomen, noch ook de Heilige Geest, maar alleen de Zoon. De Vader is nooit zonder zijnen Zoon, noch zonder zijnen H. Geest geweest; want zij zijn alle drie van gelijke eeuwigheid in één zelfde wezen. Daar is noch eerste, noch laatste; want zij zijn alle drie één in waarheid, in mogendheid, in goedheid en barmhartigheid.