Geloofsbelijdenis · Artikel 28 van 37
Artikel 28
Dat een iegelijk schuldig is zich bij de ware Kerk te voegen
Wij gelooven, aangezien deze heilige vergadering is eene verzameling dergenen die zalig worden, en dat buiten haar geene zaligheid is, dat niemand, van wat staat of qualiteit hij zij, zich behoort op zichzelven te houden, om op zijn eigen persoon te staan; maar dat zij allen schuldig zijn zichzelven daar bij te voegen en daarmede te vereenigen; onderhoudende de eenigheid der Kerk, zich onderwerpende aan hare onderwijzing en tucht, den hals buigende onder het juk van Jezus Christus, en dienende de opbouwing der broederen, naar de gaven die hun God verleend heeft, als onderlinge lidmaten eenszelfden lichaams. En opdat dit te beter kunne onderhouden worden, zoo is het ambt aller geloovigen, volgens het Woord Gods, zich af te scheiden van degenen die niet van de Kerk zijn, en zich te voegen tot deze vergadering, het zij op wat plaats dat God ze gesteld heeft; ook ofschoon het zoo ware, dat de Magistraten en plakkaten der Prinsen daar tegen waren, en dat de dood of eenige lichamelijke straf daaraan hing. Daarom, alle degenen die zich van haar afscheiden of niet daar bijvoegen, die doen tegen de ordonnantie Gods.