Bronnen

Nederlandse Geloofsbelijdenis

Geloofsbelijdenis · Artikel 7 van 37

Artikel 7

Volkomenheid der H. Schrifture om alleen te zijn een regel des geloofs

Wij gelooven dat deze Heilige Schrifture den wille Gods volkomenlijk vervat, en dat al hetgene de mensch schuldig is te gelooven om zalig te worden, daarin genoegzaam geleerd wordt. Want overmits de geheele wijze des dienstes, dien God van ons eischt, aldaar in het lange beschreven is, zoo is het den menschen, al waren het zelfs Apostelen, niet geoorloofd anders te leeren, dan ons nu geleerd is door de Heilige Schrifturen; ja al ware het ook een engel uit den hemel, gelijk de Apostel Paulus zegt. Want dewijl het verboden is den Woorde Gods iets toe of iets af te doen, zoo blijkt daaruit wel, dat de leere daarvan zeer volmaakt en in alle manieren volkomen is. Men mag ook geener menschen schriften, hoe heilig zij geweest zijn, gelijkstellen met de Goddelijke Schrifturen, noch de gewoonte met de waarheid Gods (want de waarheid is boven alles), noch de groote menigte, noch de oudheid, noch de successie van tijden of personen, noch de conciliën, decreten of besluiten; want alle menschen zijn uit zichzelven leugenaars en ijdeler dan de ijdelheid zelve. Daarom verwerpen wij van ganscher harte al wat met dezen onfeilbaren regel niet overeenkomt, gelijk ons de Apostelen geleerd hebben, zeggende: Beproeft de geesten, of zij uit God zijn. Insgelijks: Indien iemand tot ulieden komt, en deze leere niet brengt, ontvangt hem niet in huis.