Bronnen

Nederlandse Geloofsbelijdenis

Geloofsbelijdenis · Artikel 23 van 37

Artikel 23

Dat onze rechtvaardigmaking bestaat in de vergeving der zonden en toerekening der gehoorzaamheid van Christus

Wij gelooven, dat onze gelukzaligheid gelegen is in de vergeving onzer zonden om Jezus Christus' wille, en dat daarin onze rechtvaardigheid voor God begrepen is; gelijk David en Paulus ons leeren, verklarende de gelukzaligheid des menschen te zijn, dat God hem de rechtvaardigheid zonder werken toerekent. En dezelfde Apostel zegt, dat wij om niet, of uit genade gerechtvaardigd zijn, door de verlossing, die in Jezus Christus is. En daarom houden wij dit fondament altijd vast, Gode alle de eere gevende, ons vernederende en bekennende zoodanigen als wij zijn, zonder iets van onszelven of van onze verdiensten te vermeten, steunende en rustende op de gehoorzaamheid des gekruisigden Christus alleen, dewelke onze is, wanneer wij in Hem gelooven. Die is genoegzaam, om alle onze ongerechtigheden te bedekken, en ons vrijmoedigheid te geven, de consciëntie vrij makende van vreeze, verbaasdheid en verschrikking om tot God te gaan, zonder te doen gelijk onze eerste vader Adam, dewelke al bevende zich met vijgebladeren bedekken wilde. En voorwaar, indien wij voor God verschijnen moesten, steunende op onszelven of op eenige andere schepselen, hoe weinig het ook ware, wij moesten (helaas) verslonden worden. En daarom moet een iegelijk zeggen met David: Heere, ga niet in het gericht met uwen knecht, want niemand, die leeft, zal voor uw aangezichte rechtvaardig zijn.