Bijbelse onderwerpen

Wat zegt de Bijbel over geloof?

Kort antwoord

Geloof is in de Bijbel vertrouwen op God: aannemen wat Hij zegt en je leven op Hem bouwen. Het is geen sprong in het duister, maar vertrouwen op een God die Zich betrouwbaar heeft getoond, vooral in Jezus Christus. Volgens het Nieuwe Testament word je door dat geloof - en niet door goede werken - rechtvaardig voor God, en een levend geloof laat zich zien in hoe je leeft.

Leestijd
5 minuten
Bijbelteksten
6 teksten uit 6 boeken
Bijgewerkt

Wat bedoelt de Bijbel met geloof?

Het Hebreeuwse werkwoord voor geloven is verwant aan 'amen': vastheid, betrouwbaarheid. Geloven is steunen op iets dat vast staat. Het Griekse pistis in het Nieuwe Testament betekent zowel 'geloof' als 'vertrouwen' en 'trouw'.

Geloof heeft daardoor altijd een inhoud (wát je over God gelooft) en een relatie (op Wíe je vertrouwt). Het een zonder het ander schiet tekort. Je kunt de juiste dingen over God weten zonder Hem te vertrouwen - 'de duivelen geloven het ook', schrijft Jakobus (2:19) - en je kunt 'vertrouwen' zonder te weten op wie.

Geloof in het Oude Testament

Wie denkt dat geloof pas in het Nieuwe Testament begint, vergist zich. Paulus bouwt zijn uitleg over geloof op twee oudtestamentische teksten.

  • Genesis 15:1-6
    En hij geloofde in den HEERE, en Hij rekende het hem tot gerechtigheid.

    Abram krijgt een belofte die menselijk gezien onmogelijk is: nakomelingen zo talrijk als de sterren. Hij heeft niets in handen dan Gods woord, en vertrouwt dat. Paulus haalt dit vers aan als het voorbeeld bij uitstek (Romeinen 4:3).

  • Habakuk 2:1-4
    de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.

    Habakuk ziet onrecht en een naderende invasie en krijgt geen verklaring, wel deze belofte. Geloof betekent hier: trouw aan God vasthouden terwijl je nog niet begrijpt wat Hij doet. Het vers wordt drie keer in het Nieuwe Testament aangehaald.

  • Daniël 3:16-18

    Sadrach, Mesach en Abednego vertrouwen dat God hen uit de vurige oven kan redden - 'maar zo niet' (vers 18), dan blijven ze Hem toch trouw. Geloof is niet zeker weten dat het goed afloopt, maar zeker weten bij Wie je hoort.

Geloof in het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament richt geloof zich op Jezus. De evangeliën laten zien hoe verschillend dat eruit kan zien: de Romeinse hoofdman die weet dat één woord genoeg is (Mattheüs 8:5-13), en de vader die roept: 'Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp' (Markus 9:24). Beiden worden geholpen.

  • Hebreeën 11:1-6
    Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.

    Geen omschrijving van blind geloof, maar van vertrouwen dat vastheid geeft over wat God beloofd heeft. De rest van het hoofdstuk laat zien hoe dat eruitziet: mensen die op Gods woord in beweging kwamen.

  • Romeinen 3:21-28
    Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.

    Dit is het hart van de Reformatie. Niemand kan zich bij God rechtvaardigen met zijn prestaties. God verklaart mensen rechtvaardig op grond van wat Christus deed, en het geloof is de lege hand die dat aanneemt.

  • Jakobus 2:14-26
    Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood.

    Jakobus spreekt Paulus niet tegen. Hij richt zich tegen mensen die zeggen dat ze geloven, maar een broeder zonder eten wegsturen. Paulus zegt: je wordt niet gered dóór werken. Jakobus zegt: echt geloof blijft niet zonder werken.

Wat de Bijbel niet zegt over geloof

  • Geloof is iets aannemen zonder bewijs

    Bijbels geloof is geen sprong in het duister. Lukas schrijft zijn evangelie na zorgvuldig onderzoek (Lukas 1:1-4), en Paulus noemt voor de opstanding van Jezus honderden getuigen (1 Corinthiërs 15:3-8). Geloof reikt verder dan wat je kunt bewijzen, maar gaat niet tegen het verstand in.

  • Wie sterk gelooft, krijgt minder problemen

    Hebreeën 11 noemt naast overwinningen ook gelovigen die gemarteld werden en in armoede rondzwierven (vers 35-38). Geloof is geen verzekering tegen moeite.

  • Je moet eerst genoeg geloof hebben

    Jezus zegt dat geloof als een mosterdzaad al genoeg is (Lukas 17:6). Het gaat niet om de grootte van je geloof, maar om de grootte van God op wie het gericht is.

Hoe groeit geloof?

  1. Lees de getuigen

    Begin met een evangelie, bijvoorbeeld Markus of Johannes. Johannes schreef zijn boek met een doel: 'opdat gij gelooft' (Johannes 20:31).

  2. Zeg het eerlijk tegen God

    Het gebed van de vader in Markus 9 mag ook het jouwe zijn: ik geloof, help mijn ongeloof.

  3. Doe wat je al weet

    Geloof groeit door te doen. Kies één ding waarvan je weet dat God het vraagt, en doe het deze week.

  4. Zoek gezelschap

    Geloof is in de Bijbel zelden solistisch. Een gemeente, een bijbelkring of een vriend om samen mee te lezen houdt je gaande (Hebreeën 10:24-25).

Veelgestelde vragen over geloof

Word je gered door geloof of door werken?

Volgens het Nieuwe Testament: 'uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof' (Efeziërs 2:8-9). Goede werken zijn geen voorwaarde maar een gevolg: wie door God aangenomen is, gaat anders leven (Efeziërs 2:10). Paulus en Jakobus benadrukken elk een kant van dezelfde zaak.

Kun je geloven en toch twijfelen?

Ja. De Bijbel staat vol gelovigen die twijfelden, van de psalmdichters tot Thomas en Johannes de Doper. Twijfel is niet het tegenovergestelde van geloof; het bewust afwijzen van God is dat wel.

Hoe krijg je geloof?

'Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods' (Romeinen 10:17). Geloof ontstaat en groeit door naar Gods woord te luisteren. Het is een gave van God (Efeziërs 2:8), en daarom mag je Hem erom vragen.

Lees de teksten zelf, in hun context

Met een gratis account lees je elk hoofdstuk in de Statenvertaling en andere vertalingen, met commentaar, grondtekst en je eigen notities ernaast.

Verder lezen

Bijbelcitaten uit de Statenvertaling (publiek domein). Verwijzingen volgen de versnummering van de Statenvertaling; in sommige andere vertalingen, vooral Engelse, wijkt de nummering van psalmverzen af.