Oude Testament · boek 19 van 66
Psalmen
Het volledige gebedsboek van Israël: lof, klacht, dank, schuld en vertrouwen.
- Genre
- Poëzie en wijsheid
- Omvang
- 150 hoofdstukken
- Kernverzen
- Psalm 1:1-2 · Psalm 23:1 · Psalm 51:12 · Psalm 119:105 · Psalm 150:6
Waar gaat Psalmen over?
Psalmen is een verzameling van 150 liederen en gebeden waarmee Israël, en later de kerk, God aanbidt, aanroept en aanklaagt. Ze geven woorden aan alles wat een gelovige kan doormaken: vreugde, angst, schuld, dankbaarheid, twijfel en vertrouwen.
De Psalmen zijn het gebedsboek van Israël en van de kerk. Ze zijn niet ontstaan als één boek maar als vijf verzamelingen, elk afgesloten met een lofprijzing, en de indeling in vijf 'boeken' wordt vaak gelezen als een echo van de vijf boeken van Mozes.
Wat de Psalmen bruikbaar maakt is hun eerlijkheid. Naast de bekende lofpsalmen staan tientallen klaagpsalmen die God verwijten dat Hij zwijgt, en enkele psalmen die om onbeschaamd harde dingen vragen. Psalm 88 eindigt in het donker zonder te draaien. Die breedte is het punt: er is geen stemming waarin je niet bij God terechtkunt.
Voor bijbelstudie helpt het om psalmen op soort te lezen: lofpsalmen, klaagpsalmen (individueel en gemeenschappelijk), dankpsalmen, koningspsalmen, wijsheidspsalmen, bedevaartsliederen (120-134) en boetpsalmen. Wie de vorm herkent, ziet meteen wat de dichter aan het doen is.
Wie schreef Psalmen?
De Psalmen hebben veel dichters. De opschriften noemen David bij ruim zeventig psalmen, daarnaast onder meer Asaf, de zonen van Korach, Salomo, Heman, Ethan en Mozes; een deel is anoniem.
De opschriften staan in de Hebreeuwse tekst en in de Statenvertaling vaak als eerste vers geteld. Het Nieuwe Testament gaat uit van Davids auteurschap, bijvoorbeeld bij Psalm 16 (Handelingen 2:25) en Psalm 110 (Markus 12:36). Kritische onderzoekers beschouwen de opschriften als latere toevoegingen en zijn voorzichtiger met toeschrijvingen. Orthodoxe uitleggers nemen ze doorgaans serieus als oude en betrouwbare overlevering.
Wanneer is Psalmen geschreven?
De Psalmen ontstonden over bijna duizend jaar: van Mozes (Psalm 90) via David rond 1000 v.Chr. tot na de ballingschap (Psalm 126 en 137). Als bundel van vijf boeken kreeg het geheel zijn vorm in de eeuwen na de terugkeer uit Babel.
Veel psalmen werden gezongen bij de tempeldienst in Jeruzalem, met koren en instrumenten, zoals 1 Kronieken beschrijft voor de tijd van David. Andere zijn persoonlijke gebeden die later in de eredienst zijn opgenomen. De bedevaartsliederen werden gezongen door pelgrims op weg naar de feesten in Jeruzalem. Na de verwoesting van de tempel werd de bundel het gebedsboek van een volk in ballingschap, en daarna van de synagoge en de vroege christenen.
Opbouw van Psalmen
Psalmen 1-41Boek I
Bijna alle psalmen in dit eerste boek dragen de naam van David, en veel ervan zijn persoonlijke gebeden in nood: op de vlucht voor Absalom (Psalm 3), belaagd door vijanden, ziek of beschaamd. Hier staan ook Psalm 22 en 23 naast elkaar, van verlatenheid naar de Herder. Het boek sluit af met een lofprijzing en een dubbel amen aan het eind van Psalm 41.
Psalmen 42-72Boek II
Het tweede boek opent met het heimwee van de zonen van Korach: 'Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen'. Opvallend is dat hier vaker 'God' staat dan de naam HEERE. Psalm 51, Davids belijdenis na zijn zonde met Bathseba, staat in dit deel. Psalm 72 bidt om een koning die recht doet aan de armen en eindigt met de opmerking dat de gebeden van David hier een einde hebben.
Psalmen 73-89Boek III
Asaf opent met een eerlijke worsteling: waarom gaat het de goddelozen goed? Pas in Gods heiligdom valt het kwartje (Psalm 73). Daarna volgen klachten over een verwoest heiligdom (Psalm 74 en 79) en Psalm 88, dat zonder lichtpunt eindigt. Psalm 89 bezingt het verbond met David en vraagt aan het slot waar Gods vroegere goedertierenheden gebleven zijn.
Psalmen 90-106Boek IV
Na de crisis van boek III gaat de blik terug naar Mozes, de tijd vóór de koningen: Psalm 90 is zijn gebed over de korte menselijke levensduur. Dan klinkt herhaaldelijk dat de HEERE regeert (Psalm 93 en 96-99). Psalm 103 en 104 loven God als Vergever en als Schepper, en 105-106 vertellen de geschiedenis van Gods trouw en Israëls ontrouw.
Psalmen 107-150Boek V
Het laatste boek begint met dank voor mensen die God uit alle windstreken bijeenbracht. Psalm 110 spreekt over een Koning die ook Priester is, Psalm 119 viert Gods woord in 22 strofen langs het Hebreeuwse alfabet, en de liederen Hammaäloth (120-134) begeleiden pelgrims naar Jeruzalem. De bundel eindigt in vijf psalmen die met Halleluja beginnen en eindigen.
Kernthema's in Psalmen
De HEERE is Koning
Achter alle klachten staat de overtuiging dat God regeert over volken, natuur en geschiedenis. Psalm 2 zet de gezalfde koning tegenover opstandige volken, en Psalm 93 en 96-99 roepen uit dat de HEERE Koning is. Daarom kan de dichter ook in chaos om recht blijven vragen.
Klacht die uitmondt in vertrouwen
Ongeveer een derde van de psalmen is een klaagpsalm. Het patroon keert steeds terug: aanroeping, klacht, bede en een omslag naar vertrouwen of lof, zoals in Psalm 13 en 22. Psalm 88 laat zien dat die omslag niet altijd komt, en dat ook zo'n gebed in de Bijbel staat.
Gods woord als vreugde
De bundel opent met iemand die lust heeft in de wet des HEEREN (Psalm 1). Psalm 19 bezingt de wet naast de sterrenhemel, en Psalm 119 noemt Gods woord 'een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad'. Wet betekent hier onderwijzing: richting voor het leven, geen last.
Bekende gedeelten uit Psalmen
De twee wegen
Psalm 1De poort van de bundel: de rechtvaardige als een boom aan waterbeken, de goddeloze als kaf.
Mijn God, mijn God
Psalm 22De klacht die Jezus aan het kruis uitroept, en die eindigt in lof tot aan de einden der aarde.
De HEERE is mijn Herder
Psalm 23De bekendste psalm: groene weiden, het dal der schaduw des doods en een gedekte tafel.
Schep mij een rein hart
Psalm 51Davids schuldbelijdenis na Bathseba, het voorbeeld van oprecht berouw voor de hele kerk.
Het gebed van Mozes
Psalm 90Over de eeuwige God en de vergankelijke mens, met de bede om onze dagen te leren tellen.
HEERE, Gij doorgrondt en kent mij
Psalm 139God kent de dichter volledig, van zijn gedachten tot zijn vorming in de moederschoot.
Psalmen in het geheel van de Bijbel
Samen met Jesaja is Psalmen het boek dat het Nieuwe Testament het vaakst aanhaalt. Jezus noemt de psalmen naast de wet en de profeten als geschriften die over Hem spreken (Lukas 24:44). Aan het kruis bidt Hij Psalm 22 en Psalm 31, en Hebreeën bouwt een groot deel van zijn betoog op Psalm 2, 95 en 110.
De koningspsalmen wijzen verder dan David en zijn zonen: geen koning in Jeruzalem voldeed aan Psalm 72 of 110. De apostelen lezen ze daarom als profetie over Christus, de Zoon van David (Handelingen 2:25-36). Paulus spoort de gemeente aan elkaar te leren met psalmen en lofzangen (Colossenzen 3:16), en in de gereformeerde traditie worden de psalmen tot op vandaag berijmd gezongen.
Studievragen bij Psalmen
Kies een klaagpsalm en markeer waar de toon omslaat. Wat gebeurt er op dat punt?
Lees Psalm 1 en 2 samen. Waarom staan juist deze twee vooraan?
Psalm 119 is een acrostichon over de wet. Welke woorden gebruikt de dichter voor Gods woord, en verschillen ze?
Psalmen lezen
Lees de Psalmen niet als een boek van voor naar achter in een paar dagen, maar één of enkele per dag, hardop of biddend. Lees het opschrift mee en vraag eerst wat voor soort psalm het is: lof, klacht, dank of wijsheid. Houd een lijstje bij van psalmen voor verschillende momenten, en neem Psalm 119 in delen van één of twee letters tegelijk.
De 150 hoofdstukken van Psalmen
- Psalmen 1
- Psalmen 2
- Psalmen 3
- Psalmen 4
- Psalmen 5
- Psalmen 6
- Psalmen 7
- Psalmen 8
- Psalmen 9
- Psalmen 10
- Psalmen 11
- Psalmen 12
- Psalmen 13
- Psalmen 14
- Psalmen 15
- Psalmen 16
- Psalmen 17
- Psalmen 18
- Psalmen 19
- Psalmen 20
- Psalmen 21
- Psalmen 22
- Psalmen 23
- Psalmen 24
- Psalmen 25
- Psalmen 26
- Psalmen 27
- Psalmen 28
- Psalmen 29
- Psalmen 30
- Psalmen 31
- Psalmen 32
- Psalmen 33
- Psalmen 34
- Psalmen 35
- Psalmen 36
- Psalmen 37
- Psalmen 38
- Psalmen 39
- Psalmen 40
- Psalmen 41
- Psalmen 42
- Psalmen 43
- Psalmen 44
- Psalmen 45
- Psalmen 46
- Psalmen 47
- Psalmen 48
- Psalmen 49
- Psalmen 50
- Psalmen 51
- Psalmen 52
- Psalmen 53
- Psalmen 54
- Psalmen 55
- Psalmen 56
- Psalmen 57
- Psalmen 58
- Psalmen 59
- Psalmen 60
- Psalmen 61
- Psalmen 62
- Psalmen 63
- Psalmen 64
- Psalmen 65
- Psalmen 66
- Psalmen 67
- Psalmen 68
- Psalmen 69
- Psalmen 70
- Psalmen 71
- Psalmen 72
- Psalmen 73
- Psalmen 74
- Psalmen 75
- Psalmen 76
- Psalmen 77
- Psalmen 78
- Psalmen 79
- Psalmen 80
- Psalmen 81
- Psalmen 82
- Psalmen 83
- Psalmen 84
- Psalmen 85
- Psalmen 86
- Psalmen 87
- Psalmen 88
- Psalmen 89
- Psalmen 90
- Psalmen 91
- Psalmen 92
- Psalmen 93
- Psalmen 94
- Psalmen 95
- Psalmen 96
- Psalmen 97
- Psalmen 98
- Psalmen 99
- Psalmen 100
- Psalmen 101
- Psalmen 102
- Psalmen 103
- Psalmen 104
- Psalmen 105
- Psalmen 106
- Psalmen 107
- Psalmen 108
- Psalmen 109
- Psalmen 110
- Psalmen 111
- Psalmen 112
- Psalmen 113
- Psalmen 114
- Psalmen 115
- Psalmen 116
- Psalmen 117
- Psalmen 118
- Psalmen 119
- Psalmen 120
- Psalmen 121
- Psalmen 122
- Psalmen 123
- Psalmen 124
- Psalmen 125
- Psalmen 126
- Psalmen 127
- Psalmen 128
- Psalmen 129
- Psalmen 130
- Psalmen 131
- Psalmen 132
- Psalmen 133
- Psalmen 134
- Psalmen 135
- Psalmen 136
- Psalmen 137
- Psalmen 138
- Psalmen 139
- Psalmen 140
- Psalmen 141
- Psalmen 142
- Psalmen 143
- Psalmen 144
- Psalmen 145
- Psalmen 146
- Psalmen 147
- Psalmen 148
- Psalmen 149
- Psalmen 150