Oude Testament · Poëzie en wijsheid

Psalm 53 - Statenvertaling

Psalm 53 van 150 in Psalmen · 7 verzen

1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op Machalath.

2De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God; zij verderven het, en zij bedrijven gruwelijk onrecht; er is niemand, die goed doet.

3God heeft van den hemel nedergezien op de mensenkinderen, om te zien, of iemand verstandig ware, die God zocht.

4Een ieder van hen is teruggekeerd, te zamen zijn zij stinkende geworden, er is niemand, die goed doet, ook niet een.

5Hebben dan de werkers der ongerechtigheid geen kennis, die Mijn volk opeten, alsof zij brood aten? Zij roepen God niet aan.

6Aldaar zijn zij met vervaardheid vervaard geworden, waar geen vervaardheid was; want God heeft de beenderen desgenen, die u belegerde, verstrooid; gij hebt hen beschaamd gemaakt, want God heeft hen verworpen.

7Och, dat Israels verlossingen uit Sion kwamen! Als God de gevangenen Zijns volks zal doen wederkeren, dan zal zich Jakob verheugen, Israel zal verblijd zijn.

Bijbeltekst: Statenvertaling, publiek domein. In de Statenvertaling hoort het opschrift van een psalm bij de verzen, daardoor kunnen versnummers afwijken van andere vertalingen.

Over Psalm 53

Bijbelboek
Psalmen, boek 19 van 66
Testament
Oude Testament
Genre
Poëzie en wijsheid
Plaats in het boek
Psalm 53 van 150
Ps. 42-72Deze psalm hoort bij: Boek IIKorach en David; eindigt met een gebed voor de koning.

Kruisverwijzingen bij Psalm 53

Andere bijbelteksten die over hetzelfde spreken, de meest genoemde eerst.

Kruisverwijzingen: OpenBible.info (CC BY), bewerkt: gefilterd en omgezet naar de versnummering van deze vertaling. Versnummering via STEPBible TVTMS (CC BY 4.0).

Verder lezen