Oude Testament · Poëzie en wijsheid

Psalm 101 - Statenvertaling

Psalm 101 van 150 in Psalmen · 8 verzen

1Een psalm van David. Ik zal van goedertierenheid en recht zingen; U zal ik psalmzingen, o HEERE!

2Ik zal verstandelijk handelen in den oprechten weg; wanneer zult Gij tot mij komen? Ik zal in het midden mijns huizes wandelen, in oprechtigheid mijns harten.

3Ik zal geen Belials-stuk voor mijn ogen stellen; ik haat het doen der afvalligen, het zal mij niet aankleven.

4Het verkeerde hart zal van mij wijken; den boze zal ik niet kennen.

5Die zijn naaste in het heimelijke achterklapt; dien zal ik verdelgen; die hoog van ogen is, en trots van hart, die zal ik niet vermogen.

6Mijn ogen zullen zijn op de getrouwen in het land, dat zij bij mij zitten; die in den oprechten weg wandelt, die zal mij dienen.

7Wie bedrog pleegt, zal binnen mijn huis niet blijven; die leugenen spreekt, zal voor mijn ogen niet bevestigd worden.

8Allen morgen zal ik alle goddelozen des lands verdelgen, om uit de stad des HEEREN alle werkers der ongerechtigheid uit te roeien.

Bijbeltekst: Statenvertaling, publiek domein. In de Statenvertaling hoort het opschrift van een psalm bij de verzen, daardoor kunnen versnummers afwijken van andere vertalingen.

Over Psalm 101

Bijbelboek
Psalmen, boek 19 van 66
Testament
Oude Testament
Genre
Poëzie en wijsheid
Plaats in het boek
Psalm 101 van 150
Ps. 90-106Deze psalm hoort bij: Boek IVBegint bij Mozes; de HEERE is Koning, ook zonder aardse troon.

Kruisverwijzingen bij Psalm 101

Andere bijbelteksten die over hetzelfde spreken, de meest genoemde eerst.

Kruisverwijzingen: OpenBible.info (CC BY), bewerkt: gefilterd en omgezet naar de versnummering van deze vertaling. Versnummering via STEPBible TVTMS (CC BY 4.0).

Verder lezen