Oude Testament · Poëzie en wijsheid

Psalm 129 - Statenvertaling

Psalm 129 van 150 in Psalmen · 8 verzen

1Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israel;

2Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht.

3Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.

4De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.

5Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen, die Sion haten.

6Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;

7Waarmede de maaier zijn hand niet vult, noch de garvenbinder zijn arm;

8En die voorbijgaan, niet zeggen: De zegen des HEEREN zij bij u! Wij zegenen ulieden in den Naam des HEEREN.

Bijbeltekst: Statenvertaling, publiek domein. In de Statenvertaling hoort het opschrift van een psalm bij de verzen, daardoor kunnen versnummers afwijken van andere vertalingen.

Over Psalm 129

Bijbelboek
Psalmen, boek 19 van 66
Testament
Oude Testament
Genre
Poëzie en wijsheid
Plaats in het boek
Psalm 129 van 150
Ps. 107-150Deze psalm hoort bij: Boek VBedevaartsliederen, Psalm 119, en vijf slotpsalmen van pure lof.

Kruisverwijzingen bij Psalm 129

Andere bijbelteksten die over hetzelfde spreken, de meest genoemde eerst.

Kruisverwijzingen: OpenBible.info (CC BY), bewerkt: gefilterd en omgezet naar de versnummering van deze vertaling. Versnummering via STEPBible TVTMS (CC BY 4.0).

Verder lezen