Nieuwe Testament · boek 41 van 66

Markus

Jezus als de Zoon van God die dient en lijdt - en dat pas aan het kruis wordt herkend.

Genre
Evangelie
Omvang
16 hoofdstukken
Kernverzen
Markus 1:15 · Markus 8:29 · Markus 10:45 · Markus 15:39

Waar gaat Markus over?

Markus gaat over Jezus Christus, de Zoon van God, die kwam om te dienen en Zijn leven te geven om velen vrij te kopen. In korte, snelle scènes volgt het evangelie Zijn optreden in Galilea, Zijn weg naar Jeruzalem, Zijn kruisdood en Zijn opstanding.

Markus is het kortste evangelie en het snelste. Het woord 'terstond' staat er tientallen keren in. Er is geen kerstverhaal en geen geslachtsregister; het begint met Johannes de Doper en meteen daarna staat Jezus in het water.

Twee dingen vallen op. Het eerste is het zogenoemde messiaanse geheim: telkens als iemand doorheeft wie Jezus is, verbiedt Hij het rond te vertellen. Het tweede is hoe slecht de discipelen het snappen. Ze zien de wonderen en begrijpen niets; Petrus belijdt Hem als de Christus en krijgt vijf verzen later 'ga weg achter Mij, satanas' te horen.

Het scharnier ligt in hoofdstuk 8. Vanaf daar loopt het boek in één lijn naar Jeruzalem en het kruis, met drie lijdensaankondigingen die de discipelen alle drie missen. De eerste mens die het hardop goed zegt is een Romeinse hoofdman, onder het kruis: 'waarlijk, deze Mens was Gods Zoon'.

Wie schreef Markus?

Het evangelie noemt geen schrijver. De vroege kerk schrijft het eenstemmig toe aan Markus, ook Johannes Markus genoemd, die volgens de overlevering de prediking van Petrus op schrift stelde.

Johannes Markus kwam uit Jeruzalem, waar de gemeente samenkwam in het huis van zijn moeder (Handelingen 12:12). Hij reisde mee met Paulus en Barnabas, haakte halverwege af, maar werd later weer een gewaardeerde medewerker (Colossenzen 4:10; 2 Timotheüs 4:11). Petrus noemt hem 'mijn zoon' (1 Petrus 5:13). Papias schrijft dat Markus de tolk van Petrus was en nauwkeurig opschreef wat die vertelde. Moderne onderzoekers zijn over die band verdeeld.

Wanneer is Markus geschreven?

Waarschijnlijk tussen 55 en 70 n.Chr. De meeste onderzoekers denken aan de tweede helft van de jaren 60 en beschouwen Markus als het oudste van de vier evangeliën.

De oude overlevering plaatst het ontstaan in Rome. Het evangelie legt joodse gebruiken uit voor wie ze niet kent (7:3-4), vertaalt Aramese woorden als 'Talitha kumi' en 'Effatha', en gebruikt Latijnse termen. Dat past bij lezers uit de heidenen in de hoofdstad van het rijk. Als het boek in de jaren 60 ontstond, hadden de eerste lezers net de vervolging onder keizer Nero meegemaakt, en kreeg de oproep om het kruis op te nemen (8:34) voor hen een heel concrete betekenis.

Opbouw van Markus

  1. Markus 1-8Wie is Hij?

    Markus begint zonder aanloop: de profetie, Johannes de Doper, de doop, de verzoeking, en al in 1:15 de eerste prediking. Jezus roept vissers, drijft demonen uit, geneest zieken en vergeeft zonden, wat meteen tot conflict met de schriftgeleerden leidt. Hij stilt de storm, wekt het dochtertje van Jaïrus op en voedt duizenden. Steeds klinkt de vraag wie Deze is, tot Petrus aan het eind van dit blok antwoord geeft.

  2. Markus 8-10Op weg

    Dit middendeel wordt omlijst door twee genezingen van blinden: in Bethsaïda, in twee fasen, en bij Jericho, waar Bartiméüs Jezus volgt op de weg. Daartussen kondigt Jezus driemaal Zijn lijden aan, en telkens reageren de discipelen met onbegrip, ruzie over wie de grootste is, of een verzoek om ereplaatsen. Jezus antwoordt steeds met onderwijs over zelfverloochening en het kruis.

  3. Markus 11-13In Jeruzalem

    Jezus rijdt Jeruzalem binnen en reinigt de tempel, een gebeurtenis die Markus omlijst met het verhaal van de vijgenboom zonder vruchten. In twistgesprekken over gezag, belasting, de opstanding en het grote gebod brengt Hij Zijn tegenstanders tot zwijgen. Een arme weduwe geeft meer dan alle rijken. Op de Olijfberg spreekt Hij over de verwoesting van de tempel en roept Hij op tot waakzaamheid.

  4. Markus 14-16Lijden en opstanding

    Een vrouw zalft Jezus in Bethanië, Judas verraadt Hem, en bij het Pascha geeft Hij brood en wijn als Zijn lichaam en bloed. In Gethsémané bidt Hij dat de beker voorbijgaat, maar buigt Zich onder de wil van de Vader. Alle discipelen vluchten. Aan het kruis roept Hij de woorden van Psalm 22. Op de eerste dag van de week vinden vrouwen het graf leeg.

Kernthema's in Markus

Het messiaanse geheim

Jezus verbiedt demonen, genezen mensen en zelfs Zijn discipelen om rond te vertellen wie Hij is (1:34; 1:44; 8:30). Wie Hij werkelijk is, kan pas begrepen worden in het licht van het kruis. Daarom klinkt de belijdenis dat Hij Gods Zoon is uit menselijke mond pas onder het kruis (15:39).

Dienen en het kruis

Het sleutelvers is 10:45: 'de Zoon des mensen is niet gekomen, om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen'. Wie Hem volgen wil, moet zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen (8:34). Grootheid is in Markus dienstbaarheid.

Geloof en onbegrip

Markus is eerlijk over de discipelen: ze zijn bang in de storm, begrijpen de broden niet en slapen in Gethsémané. Tegelijk tonen onverwachte mensen geloof, zoals een zieke vrouw die Zijn kleed aanraakt, en een vader die roept: 'Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp' (9:24).

Bekende gedeelten uit Markus

  • Het begin van het Evangelie

    Markus 1:1-15

    Johannes de Doper, de doop, de verzoeking en de eerste prediking: de tijd is vervuld.

  • De storm op het meer

    Markus 4:35-41

    Wind en zee gehoorzamen Hem, en de doodsbange discipelen vragen zich af wie Hij toch is.

  • Jaïrus en de zieke vrouw

    Markus 5:21-43

    Twee verhalen in elkaar gevlochten, typerend voor Markus, over geloof dat blijft vertrouwen als de tijd dringt.

  • Belijdenis en kruis

    Markus 8:27-38

    Petrus noemt Hem de Christus, en Jezus spreekt voor het eerst over Zijn lijden en over het kruis van wie Hem volgt.

  • Niet heersen maar dienen

    Markus 10:35-45

    Jakobus en Johannes vragen om ereplaatsen; Jezus antwoordt met het woord over de losprijs.

  • Het lege graf

    Markus 16:1-8

    De vrouwen horen dat Hij is opgestaan, en vluchten bevend en ontzet weg van het graf.

Markus in het geheel van de Bijbel

De meeste onderzoekers denken dat Mattheüs en Lukas Markus kenden en gebruikten; het grootste deel van zijn stof komt bij hen terug. Markus opent met woorden uit Maleachi en Jesaja, en Jezus' naam voor Zichzelf, de Zoon des mensen, gaat terug op Daniël 7:13, zoals Zijn antwoord aan de hogepriester laat zien (14:62). De dienende Zoon die Zijn leven geeft voor velen, sluit aan bij de lijdende Knecht van Jesaja 53.

Over het slot is discussie. In de oudste volledige handschriften eindigt het evangelie bij 16:8; de verzen 9-20 staan in de meeste latere handschriften en in de Statenvertaling. Veel uitleggers zien ze als een vroege aanvulling, anderen houden ze voor oorspronkelijk. Hoe dan ook eindigt het evangelie met de boodschap dat de Gekruisigde leeft en Zijn discipelen voorgaat naar Galilea.

Studievragen bij Markus

  1. Waarom verbiedt Jezus mensen om te vertellen wie Hij is?

  2. Volg de drie lijdensaankondigingen (8:31, 9:31, 10:33) en de reactie van de discipelen erna. Welk patroon zie je?

  3. Wat betekent 10:45 voor het beeld van leiderschap dat Markus schetst?

Markus lezen

Lees Markus in één of twee zittingen; dat kost ongeveer een tot anderhalf uur, en dan voel je het tempo. Let op het woord 'terstond' en op de verhalen die in elkaar geschoven zijn (5:21-43; 11:12-25). Markeer bij een tweede lezing elke plek waar iemand vraagt of zegt wie Jezus is, en kijk hoe dat verschuift na hoofdstuk 8.

De 16 hoofdstukken van Markus

  1. Markus 1
  2. Markus 2
  3. Markus 3
  4. Markus 4
  5. Markus 5
  6. Markus 6
  7. Markus 7
  8. Markus 8
  9. Markus 9
  10. Markus 10
  11. Markus 11
  12. Markus 12
  13. Markus 13
  14. Markus 14
  15. Markus 15
  16. Markus 16

Of bestudeer alleen Markus 1

Markus in "Wat zegt de Bijbel over..."

Lees verder na Markus