Nieuwe Testament · boek 60 van 66

1 Petrus

Vreemdelingen in de verstrooiing: hoe je goed leeft terwijl je lijdt.

Genre
Brief
Omvang
5 hoofdstukken
Kernverzen
1 Petrus 1:3 · 1 Petrus 2:9 · 1 Petrus 3:15 · 1 Petrus 5:7

Waar gaat 1 Petrus over?

1 Petrus gaat over leven als christen in een omgeving die je wantrouwt. Petrus bemoedigt gelovigen met de levende hoop van de opstanding en laat zien hoe je het goede blijft doen, ook als je daarvoor lijdt.

1 Petrus is gericht aan gelovigen in Klein-Azië die Petrus aanspreekt als 'vreemdelingen in de verstrooiing'. Zij worden niet door de staat vervolgd maar door hun omgeving gewantrouwd, belasterd en buitengesloten - de vorm van druk die het langst duurt.

Zijn antwoord begint niet met advies maar met een lofzang op de levende hoop en een onverderfelijke erfenis. Vanuit die hoop ontvouwt hij een manier van leven: heilig zijn, elkaar vurig liefhebben, en zo goed leven dat de laster nergens op slaat.

Het lastigste deel is de reeks aanwijzingen over overheid, slaven en huwelijk. Petrus vraagt geen berusting maar een specifieke strategie: geen kwaad met kwaad vergelden, zoals Christus die 'gescholden zijnde, niet wederschold'. Het slot bevat de bekendste uitnodiging van de brief - 'werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u'.

Wie schreef 1 Petrus?

De brief opent met 'Petrus, een apostel van Jezus Christus'. Aan het slot zegt hij dat hij door Silvanus geschreven heeft, wat kan betekenen dat Silvanus hielp bij het schrijven of de brief overbracht.

De vroege kerk aanvaardde de brief zonder aarzeling als van Petrus, en al vroeg in de tweede eeuw wordt hij aangehaald. Sommige onderzoekers vinden het verzorgde Grieks onwaarschijnlijk voor een visser uit Galilea en denken aan een leerling die na Petrus' dood in zijn naam schreef. De hulp van Silvanus, die ook met Paulus reisde, kan dat taalverschil echter goed verklaren. De schrijver noemt zichzelf medeouderling en getuige van het lijden van Christus (5:1).

Wanneer is 1 Petrus geschreven?

Waarschijnlijk rond 62-64 n.Chr., kort voor de vervolging onder keizer Nero in Rome, waar Petrus volgens de overlevering de marteldood stierf. Wie een latere schrijver aanneemt, dateert de brief tussen 70 en 90 n.Chr.

De lezers woonden verspreid over vijf gebieden in het noorden en westen van Klein-Azië: Pontus, Galatië, Kappadocië, Azië en Bithynië (1:1). Velen van hen waren blijkbaar van heidense afkomst en hadden vroeger geleefd naar de wil van de heidenen (1:14; 4:3). Nu werden ze uitgescholden en verdacht gemaakt omdat ze niet meer meededen. Petrus schrijft vanuit Babylon (5:13), waarschijnlijk een schuilnaam voor Rome.

Opbouw van 1 Petrus

  1. 1 Petrus 1Levende hoop

    Petrus begint met een lofprijzing: God heeft ons wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus. Die hoop maakt vreugde mogelijk te midden van beproeving, zoals goud door het vuur gelouterd wordt. Zelfs profeten en engelen zagen verlangend uit naar deze zaligheid. Omdat de lezers vrijgekocht zijn met het dierbare bloed van Christus, worden ze geroepen heilig te leven.

  2. 1 Petrus 2Het volk van God

    Als pasgeboren kinderen moeten de lezers verlangen naar de redelijke, onvervalste melk van het woord. Ze worden als levende stenen gebouwd op Christus, de hoeksteen die de bouwlieden verworpen hebben. Namen die God in Exodus 19 aan Israël gaf, gelden nu voor hen. Daarna begint een reeks aanwijzingen voor het leven in de samenleving, met het lijden van Christus als voorbeeld.

  3. 1 Petrus 3-4Leven onder druk

    Vrouwen met een ongelovige man kunnen hem zonder woord winnen door hun wandel, en mannen moeten hun vrouw met verstand en eer behandelen. Alle lezers krijgen de opdracht zegen terug te geven voor schelden. Christus leed eenmaal voor de zonden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen. Omdat het einde nabij is, moeten ze nuchter zijn, elkaar dienen met hun gaven en niet vreemd opkijken van de hitte van de vervolging.

  4. 1 Petrus 5Herders en kudde

    Petrus spreekt de oudsten aan als medeouderling: hoed de kudde vrijwillig, zonder winstbejag en zonder heerszucht, met het oog op de verschijning van de Opperste Herder. De jongeren moeten zich onderwerpen en allen zich met nederigheid bekleden. De tegenstander loert, maar na een korte tijd van lijden zal de God van alle genade hen volmaken en versterken.

Kernthema's in 1 Petrus

Hoop die leeft

Het woord hoop klinkt door de hele brief. Het is geen vaag optimisme, maar een zekerheid die geworteld is in de opstanding van Christus (1:3) en uitziet naar Zijn openbaring (1:13). Daarom kunnen gelovigen rekenschap geven van de hoop die in hen is (3:15).

Vreemdelingen en priesters

Petrus noemt de lezers vreemdelingen en bijwoners (2:11): ze horen er niet helemaal bij. Tegelijk zijn ze Gods eigen volk, geroepen om de deugden te verkondigen van Hem Die hen uit de duisternis riep tot Zijn wonderbaar licht (2:9). Hun identiteit ligt bij God, niet bij de mening van hun omgeving.

Lijden in het spoor van Christus

Onrechtvaardig lijden is voor Petrus geen teken dat God afwezig is. Christus heeft geleden en ons een voorbeeld nagelaten om Zijn voetstappen te volgen (2:21). Wie om de Naam van Christus gesmaad wordt, is zalig (4:14) en mag zijn ziel toevertrouwen aan een getrouwe Schepper (4:19).

Bekende gedeelten uit 1 Petrus

  • Wedergeboren tot een levende hoop

    1 Petrus 1:3-9

    Een onverderfelijke erfenis die in de hemel bewaard wordt, en een geloof dat als goud door het vuur beproefd wordt.

  • Levende stenen

    1 Petrus 2:4-10

    De gemeente als geestelijk huis, gebouwd op Christus als hoeksteen, en de eretitels die eens aan Israël gegeven werden.

  • Het voorbeeld van Christus

    1 Petrus 2:21-25

    Lijden zonder terug te schelden, uitgelegd met woorden uit Jesaja 53 over de striemen waardoor wij genezen zijn.

  • Verantwoording van de hoop

    1 Petrus 3:15

    Altijd bereid zijn uit te leggen waarom je hoopt, en dat doen met zachtmoedigheid en eerbied.

  • Werpt al uw bekommernis op Hem

    1 Petrus 5:6-11

    Nederigheid onder Gods krachtige hand, waakzaamheid tegenover de tegenstander, en de belofte van versterking na het lijden.

1 Petrus in het geheel van de Bijbel

1 Petrus is geweven uit het Oude Testament. De oproep tot heiligheid komt uit Leviticus (1:16), de hoeksteen uit Jesaja 28 en Psalm 118, de eretitels van Gods volk uit Exodus 19, en het beeld van de lijdende Christus uit Jesaja 53. Zo laat Petrus zien dat de gemeente uit Joden en heidenen deelt in de beloften aan Israël.

In het Nieuwe Testament staat de brief dicht bij de toespraken van Petrus in Handelingen, en bij Paulus, met wie Silvanus en Markus ook samenwerkten (5:12-13). Het herdersbeeld van hoofdstuk 5 roept de opdracht in herinnering die Petrus zelf van de opgestane Heere kreeg: weid Mijn schapen (Johannes 21:15-17). Christus staat centraal als het Lam zonder vlek, de lijdende Knecht en de Opperste Herder.

Studievragen bij 1 Petrus

  1. Wat betekent 'vreemdelingen en bijwoners' voor hoe de lezers in hun samenleving stonden?

  2. Wat vraagt 3:15 precies - en let op de toon die erbij hoort ('met zachtmoedigheid en vreze')?

  3. Hoe gebruikt Petrus het voorbeeld van Christus in 2:21-25?

1 Petrus lezen

Lees 1 Petrus met een potlood en onderstreep alle woorden die met lijden en met hoop te maken hebben: ze staan bijna altijd vlak bij elkaar. Lees de aanwijzingen van 2:11 tot 3:7 in het licht van 3:15-16, zodat ze niet klinken als berusting maar als getuigenis. De brief spreekt het meest in een periode waarin je als gelovige tegenwind ervaart.

De 5 hoofdstukken van 1 Petrus

  1. 1 Petrus 1
  2. 1 Petrus 2
  3. 1 Petrus 3
  4. 1 Petrus 4
  5. 1 Petrus 5

Of bestudeer alleen 1 Petrus 1

1 Petrus in "Wat zegt de Bijbel over..."

Lees verder na 1 Petrus