Oude Testament · boek 23 van 66
Jesaja
De Heilige Israëls oordeelt en redt - en het redden krijgt het laatste woord.
- Genre
- Grote profeten
- Omvang
- 66 hoofdstukken
- Kernverzen
- Jesaja 6:8 · Jesaja 9:5 · Jesaja 40:31 · Jesaja 53:5 · Jesaja 55:8-9
Waar gaat Jesaja over?
Jesaja gaat over de heilige God die Zijn ontrouwe volk oordeelt en het daarna troost en redt. Het boek kondigt een Koning uit het huis van David aan en een lijdende Knecht, en eindigt met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Jesaja is het langste profetenboek en het meest geciteerde in het Nieuwe Testament. Het opent met een aanklacht: het volk brengt offers, viert feesten, en onderdrukt ondertussen de wees en de weduwe. Godsdienst zonder recht is voor Jesaja geen halve godsdienst maar een belediging.
Het boek valt grofweg in twee delen. De hoofdstukken 1-39 spelen in de achtste eeuw, met de Assyrische dreiging op de achtergrond, en bevatten het roepingsvisioen in hoofdstuk 6, de Immanuël-profetie en het optreden bij koning Hizkia. Vanaf hoofdstuk 40 verandert de toon volledig: 'Troost, troost Mijn volk'. Er wordt gesproken tot ballingen in Babel over terugkeer, en Kores wordt bij name genoemd.
Het hart van dat tweede deel zijn de vier liederen over de Knecht des HEEREN, uitlopend op Jesaja 53 - de tekst die de kerk van het begin af aan op Jezus heeft betrokken. Het boek eindigt met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Wie schreef Jesaja?
Het boek noemt als schrijver de profeet Jesaja, zoon van Amoz, die in de 8e eeuw v.Chr. in Jeruzalem optrad (1:1). Of het hele boek van hem is, is sinds de 18e eeuw onderwerp van debat.
Veel wetenschappers schrijven hoofdstuk 40-66 toe aan latere profeten uit Jesaja's school, vooral omdat die hoofdstukken spreken tot ballingen in Babel en Kores bij name noemen (44:28; 45:1). Orthodoxe uitleggers houden doorgaans vast aan de eenheid van het boek. Zij wijzen erop dat het Nieuwe Testament beide delen aan Jesaja toeschrijft: Johannes 12:38-41 citeert Jesaja 53 en Jesaja 6 en noemt beide keren Jesaja. De Jesajarol uit Qumran bevat alle 66 hoofdstukken als één geheel.
Wanneer is Jesaja geschreven?
Jesaja trad op van ongeveer 740 v.Chr., het sterfjaar van koning Uzzia, tot na 701 v.Chr. Wie het tweede deel aan latere profeten toeschrijft, dateert dat in de 6e eeuw v.Chr., tijdens en na de ballingschap.
Jesaja leefde onder vier koningen van Juda: Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia. Assyrië was de grootmacht die het noordrijk Israël in 722 v.Chr. wegvoerde en in 701 v.Chr. ook Jeruzalem belegerde. Achaz zocht steun bij Assyrië, Hizkia werd verleid tot een bondgenootschap met Egypte, en Jesaja riep beiden op om alleen op de HEERE te vertrouwen. Een oude joodse overlevering zegt dat hij onder koning Manasse de marteldood stierf.
Opbouw van Jesaja
Jesaja 1-12Oordeel over Juda
God roept hemel en aarde als getuigen tegen Zijn opstandige kinderen, maar biedt reiniging aan: al waren hun zonden als scharlaken (1:18). Het lied van de wijngaard (5) toont Gods teleurstelling. In het jaar dat Uzzia sterft, ziet Jesaja de Heere op Zijn troon en hoort hij de serafs roepen: 'Heilig, heilig, heilig' (6:3). Tegenover koning Achaz klinkt de belofte van Immanuël, uitlopend op een Kind dat geboren wordt (9:5) en een Rijsje uit de tronk van Isaï (11).
Jesaja 13-27Over de volken
Een reeks godsspraken laat zien dat de HEERE niet alleen Israëls God is, maar Rechter over alle naties: Babel, Assyrië, Filistea, Moab, Damaskus, Egypte en Tyrus. Opvallend is de belofte dat Egypte en Assyrië eens samen met Israël een zegen zullen zijn (19:24-25). De hoofdstukken 24-27 verbreden het oordeel tot de hele aarde, maar spreken ook van een feestmaal op Gods berg waar Hij de dood voor altijd verslindt.
Jesaja 28-39Wee en vertrouwen
Zes keer klinkt 'wee' over leiders die op Egypte vertrouwen in plaats van op de HEERE. Na het oordeel over Edom volgt een beeld van de woestijn die bloeit als een roos (35). De hoofdstukken 36-39 vertellen in proza hoe de Assyrische koning Sanherib Jeruzalem belegert, hoe Hizkia bidt en de stad wonderlijk gered wordt, en hoe Hizkia daarna de gezanten uit Babel zijn schatten laat zien.
Jesaja 40-55Troost
'Troost, troost Mijn volk' zet de toon: de straf is voorbij, een stem roept een weg te banen in de woestijn. God, voor Wie de volken als een druppel aan een emmer zijn, spot met afgoden die door mensenhanden gemaakt zijn. Hij noemt Kores als Zijn werktuig voor de terugkeer. Door deze hoofdstukken lopen vier liederen over de Knecht des HEEREN, met in 53 de Knecht die voor de zonden van anderen lijdt.
Jesaja 56-66Herstel
Vreemdelingen en ontmanden krijgen een plaats in Gods huis, dat een bedehuis voor alle volken zal zijn (56:7). God ontmaskert vasten dat samengaat met uitbuiting (58). Jeruzalem wordt opgeroepen op te staan en te stralen (60), en de Gezalfde verkondigt goede boodschap aan de armen (61). Het boek eindigt met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, en met een ernstige waarschuwing.
Kernthema's in Jesaja
De Heilige Israëls
Jesaja's favoriete naam voor God is 'de Heilige Israëls', en die komt in beide helften van het boek voor. Sinds het visioen in hoofdstuk 6 weet Jesaja dat Gods heiligheid tegelijk dodelijk en reinigend is: de gloeiende kool neemt zijn ongerechtigheid weg. Die heiligheid oordeelt het volk en redt het.
Het overblijfsel
Het oordeel is echt, maar niet het einde. Jesaja's zoon heet Sear-Jasub, wat betekent dat een rest zal terugkeren (7:3), en de tronk die overblijft van een omgehakte boom is een heilig zaad (6:13). Uit dat kleine begin laat God een nieuw volk opgroeien (10:20-22; 11:1).
De Koning en de Knecht
Het eerste deel belooft een Koning uit het huis van David, Wonderlijk, Raad, sterke God (9:5-6; 11:1-10). Het tweede deel spreekt over een Knecht die veracht wordt en door Wiens striemen genezing komt (53:5). Pas in het Nieuwe Testament blijken Koning en Knecht één Persoon.
Bekende gedeelten uit Jesaja
Het roepingsvisioen
Jesaja 6De Heere op een hoge en verheven troon, de serafs, de gloeiende kool, en 'Zie, hier ben ik, zend mij' (6:8).
Immanuël
Jesaja 7 en 9Het teken van de maagd die een Zoon baart, en het Kind dat ons geboren wordt, met de heerschappij op Zijn schouder.
Troost Mijn volk
Jesaja 40Gods troost voor ballingen, uitlopend op de belofte dat wie de HEERE verwachten, nieuwe kracht krijgen.
De lijdende Knecht
Jesaja 53'Hij is om onze overtredingen verwond … en door Zijn striemen is ons genezing geworden' (53:5).
Komt tot de wateren
Jesaja 55Een uitnodiging voor dorstigen zonder geld, en de verzekering dat Gods woord niet leeg terugkeert.
Een nieuwe hemel en aarde
Jesaja 65Gods belofte van een herschapen wereld waarin geen geween meer is en de wolf met het lam weidt.
Jesaja in het geheel van de Bijbel
Jesaja wordt in het Nieuwe Testament vaker bij name genoemd dan enige andere profeet. Mattheüs ziet in de geboorte van Jezus de vervulling van de Immanuëlbelofte (Mattheüs 1:23), Johannes de Doper is de stem die roept in de woestijn (Jesaja 40:3), en Jezus leest in Nazareth Jesaja 61 voor en zegt dat het vandaag vervuld is (Lukas 4:16-21).
Filippus legt de Ethiopische kamerling Jesaja 53 uit en verkondigt hem Jezus (Handelingen 8:32-35). Paulus haalt Jesaja aan om te laten zien dat ook heidenen tot het heil geroepen zijn (Romeinen 10 en 15), en Openbaring 21 neemt de nieuwe hemel en aarde van Jesaja 65 over. Niet voor niets wordt Jesaja wel de evangelist van het Oude Testament genoemd.
Studievragen bij Jesaja
Wat ziet Jesaja in hoofdstuk 6, en wat is zijn eerste reactie voordat hij 'zend mij' zegt?
Zoek de vier Knechtsliederen op (42, 49, 50, 52-53). Wat verandert er van lied tot lied?
Hoe beschrijft Jesaja 58 het vasten dat God wél wil?
Jesaja lezen
Lees Jesaja niet in één keer, maar per blok, met de koningen van Juda in je achterhoofd; 2 Koningen 15-20 geeft de achtergrond van het eerste deel. Markeer de namen van God en elke plek waar een toekomstige Koning of Knecht verschijnt. Bij de godsspraken over de volken helpt een kaart. Wie weinig tijd heeft, begint met 6, 40 en 52-53.
De 66 hoofdstukken van Jesaja
- Jesaja 1
- Jesaja 2
- Jesaja 3
- Jesaja 4
- Jesaja 5
- Jesaja 6
- Jesaja 7
- Jesaja 8
- Jesaja 9
- Jesaja 10
- Jesaja 11
- Jesaja 12
- Jesaja 13
- Jesaja 14
- Jesaja 15
- Jesaja 16
- Jesaja 17
- Jesaja 18
- Jesaja 19
- Jesaja 20
- Jesaja 21
- Jesaja 22
- Jesaja 23
- Jesaja 24
- Jesaja 25
- Jesaja 26
- Jesaja 27
- Jesaja 28
- Jesaja 29
- Jesaja 30
- Jesaja 31
- Jesaja 32
- Jesaja 33
- Jesaja 34
- Jesaja 35
- Jesaja 36
- Jesaja 37
- Jesaja 38
- Jesaja 39
- Jesaja 40
- Jesaja 41
- Jesaja 42
- Jesaja 43
- Jesaja 44
- Jesaja 45
- Jesaja 46
- Jesaja 47
- Jesaja 48
- Jesaja 49
- Jesaja 50
- Jesaja 51
- Jesaja 52
- Jesaja 53
- Jesaja 54
- Jesaja 55
- Jesaja 56
- Jesaja 57
- Jesaja 58
- Jesaja 59
- Jesaja 60
- Jesaja 61
- Jesaja 62
- Jesaja 63
- Jesaja 64
- Jesaja 65
- Jesaja 66