Nieuwe Testament · boek 43 van 66
Johannes
Het Woord is vlees geworden - opdat u gelooft en leven hebt.
- Genre
- Evangelie
- Omvang
- 21 hoofdstukken
- Kernverzen
- Johannes 1:14 · Johannes 3:16 · Johannes 14:6 · Johannes 20:31
Waar gaat Johannes over?
Johannes gaat over Jezus als het eeuwige Woord dat vlees werd, de Zoon van God die het leven geeft. Het evangelie vertelt tekenen, gesprekken en de weg naar kruis en opstanding, zodat de lezer gelooft en in Zijn Naam het leven heeft (20:31).
Johannes is anders dan de drie andere evangeliën. Geen geboorteverhaal maar een proloog die teruggaat tot vóór de schepping: 'in den beginne was het Woord'. Geen korte spreuken maar lange gesprekken - met Nicodemus 's nachts, met een Samaritaanse vrouw bij een put, met Pilatus over waarheid.
Het boek is opgebouwd rond zeven tekenen, van water dat wijn wordt tot de opwekking van Lazarus, en rond zeven 'Ik ben'-uitspraken: het brood des levens, het licht der wereld, de deur, de goede Herder, de opstanding en het leven, de weg, de waarheid en het leven, en de ware Wijnstok.
De hoofdstukken 13 tot 17 vormen de afscheidsrede: de voetwassing, de belofte van de Trooster, de wijnstok en de ranken, en het hogepriesterlijk gebed. Johannes zegt aan het eind zelf waarom hij dit alles opschreef - 'opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam'.
Wie schreef Johannes?
Het evangelie noemt zijn schrijver niet bij naam, maar zegt dat het getuigenis komt van de discipel die Jezus liefhad (21:20-24). De traditie van de kerk ziet in hem de apostel Johannes, de zoon van Zebedeüs.
Ireneüs, die als jongen de oude Polykarpus nog had gehoord, schrijft aan het eind van de tweede eeuw dat Johannes, de discipel van de Heere, het evangelie in Efeze uitgaf. De geliefde discipel is in het boek steeds dichtbij: aan het laatste avondmaal, bij het kruis en bij het lege graf. Veel moderne uitleggers denken aan een kring van leerlingen rond Johannes die zijn getuigenis optekende, of aan een andere Johannes. Het slot zegt zelf dat anderen instaan voor de waarheid van zijn woorden (21:24).
Wanneer is Johannes geschreven?
Waarschijnlijk aan het eind van de eerste eeuw, rond 90-100 n.Chr., als laatste van de vier evangeliën. Een minderheid van uitleggers dateert het vóór de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr.
Volgens de oude overlevering schreef Johannes in Efeze, voor gemeenten die de andere evangeliën vermoedelijk al kenden. Dat kan verklaren waarom hij veel bekende verhalen overslaat en stof geeft die elders ontbreekt, zoals de bruiloft te Kana en de opwekking van Lazarus. Zijn lezers leefden in een tijd waarin de breuk met de synagoge pijnlijk voelbaar was (9:22), en waarin de vraag wie Jezus werkelijk is, ook binnen de gemeente scherp gesteld werd.
Opbouw van Johannes
Johannes 1Proloog
Het evangelie opent vóór de schepping: het Woord was bij God en was God, en alle dingen zijn door Hem gemaakt. Dat Woord komt als licht in de duisternis, wordt door de Zijnen niet aangenomen, maar geeft wie Hem wel aannemen het recht kinderen van God te worden. Daarna wijst Johannes de Doper naar het Lam Gods, en volgen de eerste discipelen: Andreas, Petrus, Filippus en Nathanaël.
Johannes 2-12Het boek der tekenen
Jezus maakt water tot wijn in Kana, reinigt de tempel en spreekt 's nachts met Nicodemus over de wedergeboorte. Daarna wisselen tekenen en lange gesprekken elkaar af, vaak rond de Joodse feesten in Jeruzalem, terwijl de tegenstand gestaag groeit. Na de opwekking van Lazarus besluiten de overpriesters Jezus te doden. Hoofdstuk 12 sluit af met de zalving in Bethanië en de intocht in de stad.
Johannes 13-17De afscheidsrede
In de nacht voor Zijn lijden wast Jezus Zijn discipelen de voeten en geeft Hij hun een nieuw gebod: 'dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb' (13:34). Hij bereidt hen voor op Zijn heengaan, belooft de Heilige Geest als een andere Trooster en spreekt over blijven in Hem. Het blok eindigt met Zijn gebed voor Zichzelf, voor Zijn discipelen en voor allen die later door hun woord zullen geloven.
Johannes 18-21Lijden en opstanding
Jezus wordt in een hof gevangengenomen, verhoord door Annas en Kajafas, en voor Pilatus geleid, die geen schuld in Hem vindt en Hem toch overlevert. Aan het kruis zorgt Hij voor Zijn moeder en roept Hij: Het is volbracht. Na de opstanding verschijnt Hij aan Maria Magdalena, aan de discipelen achter gesloten deuren, aan Thomas, en ten slotte bij de zee van Tiberias.
Kernthema's in Johannes
Het Woord werd vlees
Johannes laat van het eerste vers af zien wie Jezus is: het Woord dat God was en vlees werd (1:1, 14). Tegelijk is Hij werkelijk mens, die vermoeid bij een put zit (4:6) en weent bij het graf van Lazarus (11:35). De belijdenis van Thomas, 'Mijn Heere en mijn God!' (20:28), vormt het hoogtepunt van het boek.
Geloven en leven
Het Griekse werkwoord voor geloven komt in Johannes bijna honderd keer voor, en het doel ervan is leven: eeuwig leven dat nu al begint (3:16; 5:24; 17:3). Wie in de Zoon gelooft, is uit de dood overgegaan in het leven. Het boek eindigt met een uitnodiging aan de lezer om ditzelfde te doen (20:31).
Licht en duisternis
Het evangelie werkt met scherpe tegenstellingen: licht en duisternis, waarheid en leugen, boven en beneden. Nicodemus komt 's nachts (3:2), Judas gaat de nacht in (13:30), en Jezus noemt Zichzelf het licht der wereld (8:12). Wie Hem volgt, zal niet in de duisternis wandelen, maar het licht des levens hebben.
Bekende gedeelten uit Johannes
Het Woord werd vlees
Johannes 1De proloog: van in den beginne tot de eniggeboren Zoon die de Vader aan ons heeft verklaard.
Jezus en Nicodemus
Johannes 3Een nachtelijk gesprek over opnieuw geboren worden, met daarin het bekendste vers van de Bijbel, Johannes 3:16.
De Samaritaanse vrouw
Johannes 4Bij de bron van Jakob spreekt Jezus met een Samaritaanse vrouw over levend water en over aanbidding in geest en waarheid.
De opwekking van Lazarus
Johannes 11Ik ben de Opstanding en het Leven: Jezus weent bij het graf en roept Lazarus na vier dagen naar buiten.
De wijnstok en de ranken
Johannes 15Blijven in Christus als de bron van alle vrucht, want zonder Hem kunnen de discipelen niets doen (15:5).
Petrus hersteld
Johannes 21Aan het meer vraagt Jezus drie keer of Petrus Hem liefheeft, na drie keer verloochenen, en vertrouwt hem Zijn schapen toe.
Johannes in het geheel van de Bijbel
Johannes opent met dezelfde woorden als Genesis, in den beginne, en laat zien dat de God die de wereld schiep, nu in Jezus onder ons komt wonen. Dat wonen, als in een tent (1:14), herinnert aan de tabernakel uit Exodus, en de Ik ben-woorden klinken als de naam die God aan Mozes bekendmaakte (Exodus 3:14). Jezus is het Lam dat de zonde der wereld wegneemt, en het ware brood uit de hemel, groter dan het manna in de woestijn (6:31-35).
Binnen het Nieuwe Testament vult Johannes de andere drie evangeliën aan met lange redes en met gebeurtenissen in Judea. De brieven van Johannes spreken dezelfde taal van licht, liefde en blijven, en Openbaring noemt Christus eveneens het Woord van God (Openbaring 19:13).
Studievragen bij Johannes
Zoek de zeven 'Ik ben'-uitspraken. Wat voegt elk beeld toe?
Wat maakt de gesprekken met Nicodemus (3) en de Samaritaanse vrouw (4) elkaars tegenbeeld?
Waarom eindigt Johannes met het gesprek aan het meer in hoofdstuk 21?
Johannes lezen
Lees Johannes met een pen erbij en markeer de tekenen en de Ik ben-woorden; samen vormen ze het skelet van het boek. Neem voor de afscheidsrede (13-17) extra tijd, bij voorkeur in één zitting, omdat het één doorlopend gesprek is. Zoek je een evangelie om samen te lezen met iemand die vragen heeft over het geloof, dan is dit een goede keus, juist vanwege 20:31.