Oude Testament · boek 1 van 66
Genesis
God schept, de mens breekt, en God begint opnieuw met één familie.
- Genre
- Wet
- Omvang
- 50 hoofdstukken
- Kernverzen
- Genesis 1:1 · Genesis 3:15 · Genesis 12:1-3 · Genesis 50:20
Waar gaat Genesis over?
Genesis gaat over het begin: de schepping van hemel en aarde, de zondeval, de zondvloed en de roeping van Abraham. Het laat zien hoe God, nadat de mensheid zich van Hem afkeert, met één familie opnieuw begint om door haar alle volken te zegenen.
Genesis - Grieks voor 'oorsprong' - vertelt hoe alles begint: de wereld, de mens, de zonde, de volken en het volk Israël. De eerste elf hoofdstukken beslaan een onafzienbare tijd en werken op wereldschaal: schepping, zondeval, de zondvloed, de torenbouw van Babel. Vanaf hoofdstuk 12 versmalt het verhaal abrupt tot één man en zijn nageslacht.
Die versmalling is de hoofdbeweging van het boek. God kiest Abram uit Ur, belooft hem land, nakomelingen en een zegen die alle volken zal bereiken, en houdt vier generaties lang aan die belofte vast terwijl Abraham, Izak, Jakob en Jozef er van alles doorheen gooien. Bedrog, jaloezie, onvruchtbaarheid en hongersnood bedreigen de belofte telkens opnieuw, en telkens blijkt de belofte sterker dan de mensen die haar dragen.
Voor bijbelstudie is Genesis het fundament onder de rest van de Schrift. Vrijwel elk later bijbelboek grijpt erop terug: de schepping, het verbond met Abraham, de twaalf stammen. Wie Genesis kent, leest de rest van de Bijbel met een kaart in de hand.
Wie schreef Genesis?
Genesis noemt zijn schrijver niet. De joodse en christelijke traditie schrijft het boek, samen met de andere vier boeken van Mozes, toe aan Mozes.
Die toeschrijving is oud en breed gedragen; Jezus spreekt over wat 'Mozes' geschreven heeft (Johannes 5:46). Voor verhalen die eeuwen vóór zijn geboorte spelen, kan Mozes bestaande overleveringen en geslachtsregisters hebben gebruikt: het boek ordent zijn stof zelf rond de terugkerende formule 'dit zijn de geboorten van...'. Sinds de negentiende eeuw denken veel wetenschappers aan meerdere bronnen en een latere eindredactie. Orthodox-protestantse uitleggers houden doorgaans vast aan Mozes als schrijver, met ruimte voor kleine latere aanvullingen.
Wanneer is Genesis geschreven?
Als Mozes de schrijver is, ontstond Genesis rond de uittocht uit Egypte, in de 15e of de 13e eeuw v.Chr. Wie uitgaat van een latere eindredactie, denkt aan een definitieve vorm tussen de 10e en de 5e eeuw v.Chr.
Hoe dan ook waren de eerste lezers Israëlieten die uit Egypte kwamen of op weg waren naar Kanaän. Voor hen beantwoordde Genesis de vragen die ertoe deden: wie is de God die ons bevrijdde, waarom is de wereld zo gebroken, en waarom beloofde Hij juist dit land aan juist deze familie? De verhalen zelf spelen in het oude Midden-Oosten, van Ur en Haran in Mesopotamië via Kanaän naar Egypte.
Opbouw van Genesis
Genesis 1-11Oergeschiedenis
God schept in zes dagen een goede wereld en de mens als Zijn beeld. In hoofdstuk 3 breekt de mens met God, en daarna woekert de zonde door: broedermoord, geweld, de zondvloed en de hoogmoed van Babel. Toch klinkt al in 3:15 de belofte dat het zaad van de vrouw de slang de kop zal vermorzelen, en na de vloed sluit God een verbond met Noach en met alles wat leeft.
Genesis 12-25Abraham
God roept Abram weg uit zijn familie en belooft hem land, nageslacht en zegen. De rest van zijn leven is een leerschool in vertrouwen: hij trekt als vreemdeling door Kanaän, wacht vijfentwintig jaar op een zoon, probeert het tussendoor via Hagar en krijgt ten slotte Izak. Het verhaal loopt uit op hoofdstuk 22, waar God vraagt die zoon te offeren en Zelf voorziet.
Genesis 25-36Izak en Jakob
Izak is de stille schakel, Jakob de hoofdpersoon. Hij koopt het eerstgeboorterecht, bedriegt zijn vader om de zegen, vlucht naar Haran en wordt daar zelf bedrogen door Laban. Bij Bethel en bij de Jabbok ontmoet God hem, en hij krijgt een nieuwe naam: Israël. Zijn twaalf zonen worden de vaders van de twaalf stammen.
Genesis 37-50Jozef
De lievelingszoon wordt door zijn broers verkocht en belandt als slaaf in Egypte. Via het huis van Potifar en de gevangenis wordt hij de tweede man van het land, net op tijd om zijn familie door een hongersnood heen te redden. In de ontmoeting met zijn broers draait alles om schuld, berouw en vergeving. Het boek eindigt met een doodskist in Egypte, die wacht op de terugkeer naar het beloofde land.
Kernthema's in Genesis
Schepping en het beeld van God
Genesis begint niet bij Israël maar bij de hele wereld. God schept door te spreken, noemt wat Hij maakt goed, en schept de mens, man en vrouw, naar Zijn beeld (1:27). Daarmee krijgt ieder mens waardigheid, en krijgt de mens een opdracht: de hof bouwen en bewaren (2:15).
Zonde en genade
Vanaf hoofdstuk 3 lopen twee lijnen naast elkaar. De zonde groeit, van één verboden vrucht tot een aarde vol geweld (6:5). Maar Gods genade gaat telkens mee: kleren voor Adam en Eva, een teken voor Kaïn, een ark voor Noach en zijn gezin.
Belofte en verbond
Het verbond met Abraham (12:1-3; hoofdstuk 15 en 17) is de ruggengraat van het boek en van de rest van de Bijbel. God belooft land, nageslacht en zegen voor alle geslachten van de aarde, en bindt Zich daar Zelf aan, terwijl de dragers van de belofte die keer op keer bijna verspelen.
Bekende gedeelten uit Genesis
De schepping
Genesis 1-2Zes dagen van scheiden en vullen en een zevende dag van rust. Hoofdstuk 2 zoomt in op de mens in de hof van Eden.
De zondeval
Genesis 3De slang, de vrucht en het verstoppen tussen de bomen, met in vers 15 de eerste belofte van verlossing.
De zondvloed
Genesis 6-9Oordeel over een verdorven wereld, redding in de ark, en het verbond met de regenboog als teken.
Het offer van Izak
Genesis 22Abraham op de berg Moria: 'God zal Zichzelven een lam ten brandoffer voorzien' (22:8, Statenvertaling).
Jakob bij Pniël
Genesis 32Een nachtelijk gevecht bij de Jabbok, een nieuwe naam, en een heup die hem voortaan aan die ontmoeting herinnert.
Jozef en zijn broers
Genesis 45 en 50De verzoening, en de zin die het boek samenvat: 'gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht' (50:20).
Genesis in het geheel van de Bijbel
Genesis is de bodem onder de rest van de Schrift. De uittocht in Exodus is de vervulling van wat God aan Abraham voorzei (Genesis 15:13-14), de twaalf stammen zijn de zonen van Jakob, en psalmen en profeten grijpen steeds terug op de God van Abraham, Izak en Jakob. Wie Genesis overslaat, mist de reden waarom Israël bestaat.
Ook het Nieuwe Testament begint hier. Paulus zet Christus tegenover Adam (Romeinen 5:12-21; 1 Corinthiërs 15:45) en ziet in Abraham, die God geloofde en wie dat tot gerechtigheid gerekend werd (Genesis 15:6), het voorbeeld van rechtvaardiging door het geloof (Romeinen 4). De belofte van 3:15 wordt in de christelijke uitleg van oudsher gelezen als de eerste aankondiging van Christus, de 'moederbelofte'. En Openbaring sluit de cirkel met de boom des levens (Openbaring 22:2).
Studievragen bij Genesis
Wat belooft God Abram precies in Genesis 12:1-3, en welke onderdelen van die belofte zijn aan het eind van Genesis vervuld?
Volg het woord 'zegen' door het hele boek. Wie zegent wie, en waarom?
Jozef zegt in 50:20 dat God ten goede dacht wat zijn broers ten kwade bedachten. Hoe verhoudt dat zich tot wat hij eerder heeft moeten doorstaan?
Genesis lezen
Lees Genesis in de vier blokken hierboven en let per blok op de beloften: wie krijgt ze, wat bedreigt ze, en hoe houdt God ze overeind? De familieverhalen lezen vlot; de geslachtsregisters in hoofdstuk 5, 10, 11 en 36 mag je bij een eerste lezing snel doorlopen. Wie weinig tijd heeft, begint met hoofdstuk 1 tot en met 3 en daarna hoofdstuk 12.
De 50 hoofdstukken van Genesis
- Genesis 1
- Genesis 2
- Genesis 3
- Genesis 4
- Genesis 5
- Genesis 6
- Genesis 7
- Genesis 8
- Genesis 9
- Genesis 10
- Genesis 11
- Genesis 12
- Genesis 13
- Genesis 14
- Genesis 15
- Genesis 16
- Genesis 17
- Genesis 18
- Genesis 19
- Genesis 20
- Genesis 21
- Genesis 22
- Genesis 23
- Genesis 24
- Genesis 25
- Genesis 26
- Genesis 27
- Genesis 28
- Genesis 29
- Genesis 30
- Genesis 31
- Genesis 32
- Genesis 33
- Genesis 34
- Genesis 35
- Genesis 36
- Genesis 37
- Genesis 38
- Genesis 39
- Genesis 40
- Genesis 41
- Genesis 42
- Genesis 43
- Genesis 44
- Genesis 45
- Genesis 46
- Genesis 47
- Genesis 48
- Genesis 49
- Genesis 50