Oude Testament · boek 2 van 66
Exodus
God bevrijdt een slavenvolk en gaat met hen wonen.
- Genre
- Wet
- Omvang
- 40 hoofdstukken
- Kernverzen
- Exodus 3:14 · Exodus 12:13 · Exodus 20:2-3 · Exodus 40:34
Waar gaat Exodus over?
Exodus gaat over de bevrijding van Israël uit de slavernij in Egypte en over wat daarop volgt: het verbond bij de Sinaï, de Tien Geboden en de bouw van de tabernakel, waar God midden tussen Zijn volk komt wonen.
Exodus begint waar Genesis eindigde: Jakobs familie woont in Egypte, maar 'er stond een nieuwe koning op, die Jozef niet gekend had'. Uit een gastvolk is een slavenvolk geworden. Het boek vertelt hoe God dat volk eruit haalt - via Mozes, tien plagen en een doortocht door de zee.
De uittocht is niet het eindpunt. Halverwege het boek staat het volk bij de Sinaï, waar God een verbond sluit en de Tien Geboden geeft. De tweede helft gaat bijna geheel over de tabernakel: hoe die gebouwd moet worden en hoe die gebouwd wordt. Dat lijkt gedetailleerd tot vervelens toe, tot je ziet waar het op uitloopt - de heerlijkheid van de HEERE die de tabernakel vult in het laatste hoofdstuk.
Dat is de boog van Exodus: van slavernij naar aanwezigheid. God bevrijdt niet alleen ergens vandaan, maar ook ergens naartoe - naar een leven waarin Hij midden in het kamp woont.
Wie schreef Exodus?
Exodus noemt geen schrijver voor het geheel, maar vermeldt wel dat Mozes op Gods bevel dingen opschreef. Joodse en christelijke traditie beschouwen Mozes als de schrijver van het boek.
Op drie plaatsen staat uitdrukkelijk dat Mozes schreef: het verslag van de strijd tegen Amalek (17:14), de woorden van het verbond (24:4) en de geboden bij de vernieuwing van het verbond (34:27). Jezus haalt woorden uit Exodus aan als woorden van Mozes (Markus 7:10; 12:26). Veel moderne onderzoekers zien het boek als een samenvoeging van verschillende overleveringen die pas later zijn eindvorm kreeg. Wie Mozes als schrijver aanvaardt, houdt meestal rekening met latere redactionele bijwerking.
Wanneer is Exodus geschreven?
Wie Mozes als schrijver ziet, plaatst het boek in de veertig woestijnjaren na de uittocht, in de 15e of 13e eeuw v.Chr. Wie een latere eindredactie aanneemt, denkt aan een definitieve vorm tussen de 10e en de 5e eeuw v.Chr.
Over de datum van de uittocht zelf verschillen de meningen. 1 Koningen 6:1 telt 480 jaar van de uittocht tot de bouw van de tempel, wat uitkomt rond 1446 v.Chr.; de voorraadstad Raämses uit Exodus 1:11 doet anderen aan de 13e eeuw denken. De farao wordt nergens bij naam genoemd. De eerste lezers waren een volk onderweg: net vrij, nog zonder land, en in de leer bij een God die zij pas leerden kennen.
Opbouw van Exodus
Exodus 1-12Slavernij en bevrijding
Een farao die van Jozef niets meer weet, zet Israël aan dwangarbeid en laat de jongetjes in de Nijl werpen. Mozes overleeft in een biezen kistje, groeit op aan het hof, vlucht na een doodslag naar Midian en wordt bij de brandende braamstruik geroepen. Tien plagen breken de weerstand van farao en tonen dat de goden van Egypte machteloos zijn (12:12). In de Paasnacht beschermt het bloed van het lam de huizen van Israël.
Exodus 13-18Van Egypte naar de Sinaï
Het volk trekt weg, raakt ingesloten tussen de zee en het leger van farao, en gaat droogvoets door. Mozes en Mirjam zingen een overwinningslied voor de HEERE (hoofdstuk 15). Dan begint de leerschool van de woestijn: bitter water bij Mara, manna en kwakkels, water uit de rots bij Massa en Meriba en de strijd tegen Amalek. Jethro leert Mozes het leiderschap te delen.
Exodus 19-24Het verbond bij de Sinaï
Aan de voet van de berg biedt God het volk een verbond aan: zij zullen Hem een priesterlijk koninkrijk en een heilig volk zijn (19:6). Onder donder en bazuingeschal spreekt Hij de Tien Woorden, gevolgd door het boek van het verbond met regels over slaven, schade, rechtspraak en feesten. In hoofdstuk 24 wordt het verbond met bloed bekrachtigd, en de oudsten eten en drinken voor Gods aangezicht.
Exodus 25-40De tabernakel
Veertig dagen ontvangt Mozes op de berg het ontwerp van de tabernakel: ark, verzoendeksel, kandelaar, tafel, altaren en priesterkleding. Ondertussen maakt het volk beneden een gouden kalf. Mozes pleit voor het volk, vraagt Gods heerlijkheid te zien en hoort de naam van de HEERE uitroepen als barmhartig en genadig (34:6). Daarna wordt alles precies volgens het voorbeeld gebouwd, en de wolk vult de tent.
Kernthema's in Exodus
Bevrijding door de HEERE
Israël bevrijdt zichzelf niet. God hoort het gekerm van Zijn volk (2:24), daalt af om het te redden (3:8) en leidt het met sterke hand uit Egypte. Het bloed van het Paaslam (hoofdstuk 12) en de doortocht door de zee (hoofdstuk 14) worden de grondpatronen waarmee de rest van de Bijbel over verlossing spreekt.
De wet als antwoord op genade
De Tien Geboden beginnen niet met een eis maar met een herinnering: 'Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb' (20:2). De wet is de huisorde van een bevrijd volk, geen voorwaarde om bevrijd te worden. Wie gered is, leert leven als eigendom van zijn Redder.
God die bij Zijn volk wil wonen
Het doel van de uittocht staat in 29:45-46: God wil in het midden van Israël wonen. Daarom beslaat de tabernakel bijna de helft van het boek. Na het gouden kalf staat dat wonen op het spel, en Mozes weigert verder te trekken als Gods aangezicht niet meegaat (33:15).
Bekende gedeelten uit Exodus
De brandende braamstruik
Exodus 3Mozes wordt geroepen en hoort Gods naam: 'IK ZAL ZIJN, DIE IK ZIJN ZAL' (3:14, Statenvertaling).
Het Pascha
Exodus 12Het lam, het bloed aan de deurposten en de haastige maaltijd die Israël voortaan elk jaar zal vieren.
De doortocht door de Schelfzee
Exodus 14Ingesloten tussen water en wagens horen de Israëlieten dat de HEERE voor hen zal strijden, en de zee wijkt.
Manna in de woestijn
Exodus 16Elke dag brood uit de hemel, met een dubbele portie voor de sabbat: een les in afhankelijkheid.
De Tien Geboden
Exodus 20:1-17Tien woorden van de God die bevrijdde, eerst over de omgang met Hem en dan over de omgang met de naaste.
Het gouden kalf
Exodus 32Afgoderij aan de voet van de berg, gebroken stenen tafels, en Mozes die voor het volk in de bres springt.
Exodus in het geheel van de Bijbel
Exodus is het verhaal waar Israël telkens naar terugkeert. Psalmen bezingen de uittocht (Psalm 78, 105, 106 en 114), profeten als Jesaja beloven een nieuwe uittocht uit Babel, en het Paasfeest hield de herinnering elk jaar levend.
Het Nieuwe Testament beschrijft het werk van Christus in dezelfde taal. Op de berg der verheerlijking spreken Mozes en Elia over Zijn uitgang die Hij te Jeruzalem zou volbrengen (Lukas 9:31). Paulus noemt Christus ons Pascha (1 Corinthiërs 5:7), Johannes schrijft dat het Woord onder ons gewoond heeft, letterlijk: zijn tent opsloeg (Johannes 1:14), en Jezus noemt Zichzelf het ware brood uit de hemel (Johannes 6:32-35). Hebreeën legt de tabernakel uit als schaduw van wat in Christus werkelijkheid werd (Hebreeën 8-10).
Studievragen bij Exodus
Wat zegt Gods naam in Exodus 3:14 over wie Hij is, en hoe wordt dat in de rest van het boek waargemaakt?
Waarom staat het verhaal van het gouden kalf midden tussen de tabernakelhoofdstukken in?
Vergelijk Exodus 20:2 met de geboden die erop volgen. Wat gaat er aan de geboden vooraf?
Exodus lezen
Lees de eerste achttien hoofdstukken als één doorlopend verhaal, in twee of drie keer. Neem bij de tabernakelhoofdstukken (25-31 en 35-40) een eenvoudige plattegrond erbij en volg de beweging van de ark in het binnenste naar de voorhof buiten. Vergelijk daarna wat God opdraagt in 25-31 met wat het volk bouwt in 35-40: de beschrijvingen sluiten bijna woordelijk op elkaar aan.
De 40 hoofdstukken van Exodus
- Exodus 1
- Exodus 2
- Exodus 3
- Exodus 4
- Exodus 5
- Exodus 6
- Exodus 7
- Exodus 8
- Exodus 9
- Exodus 10
- Exodus 11
- Exodus 12
- Exodus 13
- Exodus 14
- Exodus 15
- Exodus 16
- Exodus 17
- Exodus 18
- Exodus 19
- Exodus 20
- Exodus 21
- Exodus 22
- Exodus 23
- Exodus 24
- Exodus 25
- Exodus 26
- Exodus 27
- Exodus 28
- Exodus 29
- Exodus 30
- Exodus 31
- Exodus 32
- Exodus 33
- Exodus 34
- Exodus 35
- Exodus 36
- Exodus 37
- Exodus 38
- Exodus 39
- Exodus 40