Nieuwe Testament · boek 47 van 66

2 Corinthiërs

Kracht die in zwakheid volbracht wordt.

Genre
Brief
Omvang
13 hoofdstukken
Kernverzen
2 Corinthiërs 1:3-4 · 2 Corinthiërs 4:7 · 2 Corinthiërs 5:17 · 2 Corinthiërs 12:9

Waar gaat 2 Corinthiërs over?

2 Corinthiërs gaat over Paulus' dienst in een tijd van spanning met de gemeente in Korinthe. Hij verdedigt zijn apostelschap niet met indrukwekkende prestaties maar met zijn lijden, spreekt over de verzoening in Christus, en roept op tot vrijgevigheid voor de armen in Jeruzalem.

2 Corinthiërs is de meest persoonlijke brief van Paulus. De relatie met de gemeente is beschadigd; er zijn andere apostelen langsgekomen die indrukwekkender spreken en zijn geloofsbrieven in twijfel trekken. Paulus verdedigt zich, maar op een manier die de hele logica van 'indrukwekkend' omkeert.

Hij begint met troost - het woord staat tien keer in de eerste zeven verzen - en met zijn eigen radeloosheid in Asia, waar hij aan het leven wanhoopte. De schat zit in aarden vaten, zegt hij, opdat duidelijk is van wie de kracht is.

De hoofdstukken 8 en 9 gaan over de collecte voor de arme gemeente in Jeruzalem en vormen het uitvoerigste stuk over geven in het Nieuwe Testament. Het slot is een ironische 'roem': als hij dan toch moet opsommen wat hij te bieden heeft, noemt hij schipbreuken, geselingen, gevangenschappen, en een doorn in het vlees die niet is weggenomen, met het antwoord dat hij wél kreeg: 'Mijn genade is u genoeg'.

Wie schreef 2 Corinthiërs?

Paulus, met Timotheüs als medeafzender. Dat Paulus de schrijver is, wordt nauwelijks betwijfeld; de brief behoort juist tot zijn meest persoonlijke.

Uit de brief blijkt een bewogen voorgeschiedenis. Na 1 Corinthiërs bracht Paulus een pijnlijk tussenbezoek (2:1) en schreef hij een brief met vele tranen (2:4). Titus bracht later goed nieuws over de gemeente (7:6-7). Omdat de toon na hoofdstuk 9 sterk verandert, denken sommige uitleggers dat de hoofdstukken 10-13 oorspronkelijk een aparte brief waren. Anderen verklaren de wisseling uit nieuwe berichten of uit de verschillende groepen in de gemeente.

Wanneer is 2 Corinthiërs geschreven?

Waarschijnlijk in 55-56 n.Chr., vanuit Macedonië, enkele maanden na 1 Corinthiërs en kort voor Paulus' laatste bezoek aan Korinthe.

Paulus had in Asia een zware tijd achter de rug, waarin hij aan het leven twijfelde (1:8). In Troas vond hij geen rust omdat Titus er niet was, en pas in Macedonië hoorde hij dat de gemeente zich weer naar hem toekeerde (2:12-13; 7:5-7). Intussen waren er rondreizende leraren in Korinthe gekomen die zich beriepen op hun Joodse afkomst, hun welsprekendheid en hun aanbevelingsbrieven (3:1; 11:22). Tegen die achtergrond schrijft Paulus deze brief.

Opbouw van 2 Corinthiërs

  1. 2 Corinthiërs 1-7Bediening en verzoening

    Paulus legt uit waarom hij zijn reisplannen wijzigde en roept op de man te vergeven die eerder verdriet had veroorzaakt. Daarna beschrijft hij de bediening van het nieuwe verbond, heerlijker dan die van Mozes. Hij spreekt over het verlangen naar de hemelse woning, over de liefde van Christus die hem dringt, en over God die de wereld met Zichzelf verzoende. Hoofdstuk 7 eindigt met blijdschap over het berouw van de gemeente.

  2. 2 Corinthiërs 8-9De collecte

    De gemeenten in Macedonië gaven in diepe armoede ruimhartig, zelfs boven hun vermogen. Paulus stelt ze ten voorbeeld en wijst op Christus, Die om onzentwil arm werd, hoewel Hij rijk was. Hij stuurt Titus en twee broeders vooruit om de gift in orde te brengen, zodat alles eerlijk verloopt. Wie spaarzaam zaait, zal ook spaarzaam maaien, en God heeft een blijmoedige gever lief.

  3. 2 Corinthiërs 10-13Verdediging

    De toon wordt scherp. Tegenover leraren die zich laten voorstaan op hun afkomst en welsprekendheid, somt Paulus op wat hij voor Christus heeft geleden. Hij vertelt ook over een opname in de derde hemel, maar roemt liever in zijn zwakheden. De brief eindigt met een waarschuwing voor zijn komende, derde bezoek en met de zegen van de genade, de liefde en de gemeenschap van de drie-enige God.

Kernthema's in 2 Corinthiërs

Kracht in zwakheid

Paulus' tegenstanders zoeken indruk te maken; Paulus wijst op zijn zwakheid. Gods kracht wordt in zwakheid volbracht (12:9), en daarom kan hij zeggen dat hij machtig is als hij zwak is (12:10). De schat van het Evangelie zit in aarden vaten, zodat de kracht van God is en niet uit ons (4:7).

Verzoening

'God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende' (5:19). Wie in Christus is, is een nieuw schepsel (5:17), en de apostelen zijn gezanten die smeken: 'laat u met God verzoenen' (5:20). De grond daarvan staat in 5:21: 'Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt'.

Troost in lijden

De brief opent met God als de Vader der barmhartigheden en de God aller vertroosting, Die ons vertroost in al onze verdrukking (1:3-4). Wie zelf getroost is, kan anderen troosten. Het lijden dat Paulus beschrijft, is geen schande maar deel van zijn dienst, en het uitzicht op heerlijkheid maakt de verdrukking licht (4:17).

Bekende gedeelten uit 2 Corinthiërs

  • Schat in aarden vaten

    2 Corinthiërs 4

    In alles verdrukt, maar niet benauwd; twijfelmoedig, maar niet mismoedig: de kracht is van God.

  • Een nieuw schepsel

    2 Corinthiërs 5

    Het oude is voorbijgegaan: het hart van Paulus' boodschap over de verzoening met God.

  • De blijmoedige gever

    2 Corinthiërs 8-9

    Het voorbeeld van Christus Die arm werd, en de belofte dat God machtig is alle genade overvloedig te geven.

  • Paulus' lijdenslijst

    2 Corinthiërs 11

    Gevangenschappen, geselingen, een steniging en schipbreuken: de roem van een apostel die zijn zwakheden opsomt.

  • De doorn in het vlees

    2 Corinthiërs 12

    Drie keer bidt Paulus om verlossing, en het antwoord is dat Gods genade genoeg is.

2 Corinthiërs in het geheel van de Bijbel

In hoofdstuk 3 zet Paulus het nieuwe verbond naast het verbond bij de Sinaï. Hij denkt aan Mozes, wiens gezicht glansde en die een deksel droeg (Exodus 34:29-35), en aan de belofte van Jeremia 31 en Ezechiël 36 dat God Zijn wet in het hart zou schrijven. Bij de collecte haalt hij het manna uit Exodus 16 aan: wie veel verzamelde, had niet over (8:15).

De brief laat zien wat het volgen van de gekruisigde Christus betekent voor een dienaar van het Evangelie. Wie Handelingen 18-20 leest, ziet de uiterlijke reisroute; hier lees je wat er vanbinnen omging. De zegengroet aan het slot is een van de duidelijkste plaatsen waar Vader, Zoon en Heilige Geest samen genoemd worden.

Studievragen bij 2 Corinthiërs

  1. Wat bedoelt Paulus met 'de schat in aarden vaten', en hoe werkt dat beeld in de rest van de brief?

  2. Welke argumenten gebruikt hij in hoofdstuk 8-9 om de gemeente tot geven te bewegen?

  3. Waarom roemt Paulus juist in zijn zwakheid in plaats van in zijn prestaties?

2 Corinthiërs lezen

Lees eerst 1 Corinthiërs en Handelingen 18-20; dan begrijp je de spanning die in deze brief doorklinkt. Lees 2 Corinthiërs daarna als een persoonlijke brief, met aandacht voor de emoties: blijdschap, zorg, ironie en tederheid wisselen elkaar af. Neem hoofdstuk 10-13 apart en let op hoe Paulus tegen zijn zin in moet roemen.

De 13 hoofdstukken van 2 Corinthiërs

  1. 2 Corinthiërs 1
  2. 2 Corinthiërs 2
  3. 2 Corinthiërs 3
  4. 2 Corinthiërs 4
  5. 2 Corinthiërs 5
  6. 2 Corinthiërs 6
  7. 2 Corinthiërs 7
  8. 2 Corinthiërs 8
  9. 2 Corinthiërs 9
  10. 2 Corinthiërs 10
  11. 2 Corinthiërs 11
  12. 2 Corinthiërs 12
  13. 2 Corinthiërs 13

Of bestudeer alleen 2 Corinthiërs 1

2 Corinthiërs in "Wat zegt de Bijbel over..."

Lees verder na 2 Corinthiërs