Nieuwe Testament · boek 50 van 66

Filippenzen

Vreugde die niet afhangt van de omstandigheden.

Genre
Brief
Omvang
4 hoofdstukken
Kernverzen
Filippenzen 1:21 · Filippenzen 2:5-8 · Filippenzen 4:6-7 · Filippenzen 4:13

Waar gaat Filippenzen over?

Filippenzen is een dankbrief van Paulus uit de gevangenis aan de gemeente in Filippi. Hij gaat over blijdschap in Christus, over eensgezindheid naar het voorbeeld van Christus' vernedering, en over tevredenheid in elke omstandigheid.

Filippenzen is een bedankbriefje dat uitgroeide tot een van de warmste teksten van het Nieuwe Testament. De gemeente in Filippi had geld gestuurd; Paulus zit gevangen en schrijft terug. Het woord 'blijdschap' en zijn verwanten staan er ruim een dozijn keer in.

Het hart van de brief is de hymne in 2:5-11, waarschijnlijk een bestaand lied dat Paulus aanhaalt. Christus, in de gestalte Gods, heeft Zichzelf ontledigd, is gehoorzaam geworden tot de dood des kruises, en is daarom uitermate verhoogd. Paulus haalt dat niet aan als leerstuk maar als argument: dénk zo over elkaar.

Daaromheen staan zijn eigen afwegingen: leven of sterven, wat hem winst zou zijn; alles wat hij aan status had, geacht als drek; en het slot over tevredenheid - 'ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben'.

Wie schreef Filippenzen?

Paulus, samen met Timotheüs die in de aanhef genoemd wordt (1:1). Dat Paulus deze brief schreef, wordt vrijwel algemeen aanvaard, ook door kritische wetenschappers.

De brief is doortrokken van persoonlijke details: zijn banden die in het hele rechthuis bekend werden (1:13), de gift die Epafroditus bracht en diens ernstige ziekte (2:25-30), de groeten van hen 'die van het huis des keizers zijn' (4:22). Sommige uitleggers vragen zich af of Filippenzen uit meerdere korte brieven is samengevoegd, vanwege de plotselinge toonwisseling in 3:2. Anderen zien daarin gewoon een levendige briefschrijver. Voor de uitleg maakt het weinig uit.

Wanneer is Filippenzen geschreven?

Waarschijnlijk tijdens Paulus' gevangenschap in Rome, rond 60-62 n.Chr. Sommige uitleggers denken aan een eerdere gevangenschap in Efeze, halverwege de jaren vijftig.

Filippi was een Romeinse kolonie in Macedonië, bewoond door veteranen en hun nakomelingen en trots op het Romeinse burgerrecht. Het was de eerste gemeente die Paulus in Europa stichtte (Handelingen 16). Vanaf het begin steunde zij hem met giften, als enige gemeente in die tijd (4:15-16). Toen zij hoorde dat hij gevangen zat, stuurde zij Epafroditus met hulp. Deze brief ging met hem mee terug naar huis.

Opbouw van Filippenzen

  1. Filippenzen 1Gevangen en blij

    Paulus dankt God bij elke gedachte aan de Filippenzen en bidt dat hun liefde overvloedig wordt in kennis en fijngevoeligheid. Dan vertelt hij hoe zijn gevangenschap juist tot voortgang van het Evangelie leidt: zijn bewakers horen ervan en andere broeders prediken vrijmoediger. Of hij leeft of sterft, Christus zal groot gemaakt worden. De gemeente moet intussen eensgezind staan, zonder zich door tegenstanders te laten afschrikken.

  2. Filippenzen 2Dezelfde gezindheid

    Eensgezindheid vraagt nederigheid: de ander uitnemender achten dan jezelf. Daarvoor wijst Paulus naar Christus, die Zich vernederde tot de dood van het kruis en door God uitermate verhoogd is. Daarna volgt de opdracht de eigen zaligheid met vreze en beven te werken, omdat God het willen en het werken geeft. Timotheüs en Epafroditus komen naar voren als levende voorbeelden van mensen die niet het hunne zoeken.

  3. Filippenzen 3Alles verlies

    Met een scherpe waarschuwing tegen wie de besnijdenis wil opleggen, zet Paulus zijn eigen verleden op een rij: afkomst, stam, wetsijver en onberispelijkheid. Het is allemaal schade vergeleken bij het kennen van Christus en de gerechtigheid die uit God is door het geloof. Hij heeft het doel nog niet bereikt, maar jaagt ernaar. Wie burger van de hemel is, verwacht de Zaligmaker die ook het lichaam zal veranderen.

  4. Filippenzen 4Vrede en tevredenheid

    Twee vrouwen die met Paulus in het Evangelie gestreden hebben, worden opgeroepen eensgezind te zijn. Dan volgen korte opdrachten: verblijd u in de Heere, wees nergens bezorgd over, maak uw begeerten bij God bekend met dankzegging. Paulus bedankt voor de gift, maar laat zien dat hij er niet van afhangt: hij kan gebrek en overvloed dragen door Christus die hem kracht geeft.

Kernthema's in Filippenzen

Blijdschap in de Heere

Blijdschap is in deze brief geen stemming die van de omstandigheden afhangt. Paulus is blij in de gevangenis omdat Christus verkondigd wordt (1:18), en roept de gemeente op zich altijd in de Heere te verblijden (4:4). De bron ligt niet in henzelf, maar in Christus.

Het voorbeeld van Christus

De vernedering en verhoging van Christus in 2:5-11 is het hart van de brief. Paulus gebruikt haar als maatstaf voor het samenleven: niet de eigen eer zoeken, maar het belang van de ander. Timotheüs, Epafroditus en Paulus zelf worden getekend als navolgers van dat patroon (3:17).

Gerechtigheid uit het geloof

In hoofdstuk 3 staat Paulus' persoonlijke getuigenis over rechtvaardiging: niet zijn eigen gerechtigheid uit de wet, maar die uit God door het geloof in Christus (3:9). Wie dat kent, rekent alles anders: wat eerst winst leek, blijkt schade (3:7-8).

Bekende gedeelten uit Filippenzen

  • Het leven is Christus

    Filippenzen 1:21

    'Want het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin.' Paulus weegt leven en sterven tegen elkaar af.

  • De Christushymne

    Filippenzen 2:5-11

    Christus vernedert Zich tot de dood van het kruis, en God geeft Hem de Naam die boven alle naam is.

  • Jagen naar het doel

    Filippenzen 3:7-14

    Alles schade om Christus te kennen, vergeten wat achter ligt en zich uitstrekken naar wat voor ligt.

  • Verblijdt u in den Heere

    Filippenzen 4:4-7

    Geen bezorgdheid, maar gebed met dankzegging, en de vrede Gods die alle verstand te boven gaat.

  • Het geheim van tevredenheid

    Filippenzen 4:11-13

    Vergenoegd zijn in gebrek en in overvloed: alle dingen vermogen door Christus, die kracht geeft.

Filippenzen in het geheel van de Bijbel

Handelingen 16 vertelt hoe de gemeente in Filippi begon: bij een gebedsplaats aan de rivier, met een purperverkoopster uit Thyatira en een stokbewaarder die midden in de nacht vroeg wat hij moest doen om zalig te worden. Dat Paulus en Silas daar met hun voeten in de stok zaten en toch God lofzongen, kleurt de blijdschap van deze latere brief.

De hymne van hoofdstuk 2 grijpt terug op Jesaja 45:23, waar de HEERE zegt dat elke knie zich voor Hem zal buigen. Paulus past dat toe op Jezus en belijdt Hem daarmee als de Heere die God Zelf is. Vergelijk ook 2 Corinthiërs 8:9 over Christus, die arm werd om ons rijk te maken.

Studievragen bij Filippenzen

  1. Waarvoor haalt Paulus de Christushymne aan? Let op vers 5 en op wat eraan voorafgaat.

  2. Wat noemt Paulus in 3:4-8 als zijn 'winst', en waarom noemt hij het nu verlies?

  3. Wat betekent 4:13 in zijn eigen context van vergenoegdheid?

Filippenzen lezen

Filippenzen lees je in een kwartier. Noteer bij een tweede lezing elke keer dat blijdschap of verblijden voorkomt, en schrijf erbij waarover Paulus blij is. Lees 2:5-11 daarna in zijn verband, met 2:1-4 ervoor: dan zie je dat de hymne bedoeld is om te veranderen hoe je met medegelovigen omgaat.

De 4 hoofdstukken van Filippenzen

  1. Filippenzen 1
  2. Filippenzen 2
  3. Filippenzen 3
  4. Filippenzen 4

Of bestudeer alleen Filippenzen 1

Filippenzen in "Wat zegt de Bijbel over..."

Lees verder na Filippenzen