Nieuwe Testament · boek 51 van 66

Colossenzen

In Christus wonen alle schatten van wijsheid - er hoeft niets bij.

Genre
Brief
Omvang
4 hoofdstukken
Kernverzen
Colossenzen 1:15-17 · Colossenzen 2:9 · Colossenzen 3:2 · Colossenzen 3:23

Waar gaat Colossenzen over?

Colossenzen gaat over de volheid van Christus. Paulus schrijft tegen een leer die het geloof wilde aanvullen met regels, feestdagen en engelenverering, en laat zien dat wie Christus heeft, niets mist. Daarna beschrijft hij hoe de nieuwe mens leeft.

In Kolosse circuleerde een leer die het christelijk geloof wilde aanvullen: met spijswetten, feestdagen, engelenverering en ascese. Paulus' antwoord is niet dat die dingen slecht zijn maar dat ze overbodig zijn geworden.

Zijn argument staat in de hymne van 1:15-20, een van de hoogste christologische teksten in het Nieuwe Testament. Christus is het Beeld van de onzienlijke God, de Eerstgeborene van alle kreatuur, in Hem is alles geschapen, Hij is vóór alles en alles bestaat samen in Hem. Wie dat gelooft, kan geen aanvulling meer zoeken.

Het praktische deel volgt hetzelfde spoor: zoek de dingen die boven zijn, doe de oude mens uit en de nieuwe aan, en laat het woord van Christus rijkelijk wonen. De gedragsregels aan het slot zijn niet nieuw, maar hun motivering wel - 'alles wat gij doet, doet dat van harte, als den Heere en niet den mensen'.

Wie schreef Colossenzen?

De brief noemt Paulus en Timotheüs als afzenders (1:1). De kerk heeft Paulus van oudsher als schrijver erkend; een deel van de moderne wetenschap denkt aan een leerling die na zijn dood schreef.

Twijfel ontstaat vooral door de stijl en door de sterk uitgewerkte leer over Christus en de gemeente. Tegelijk sluit de brief nauw aan bij Filémon: dezelfde mensen worden gegroet, onder wie Onesimus, Archippus, Epafras, Markus, Lukas en Demas (4:9-17; Filémon 1:2, 23-24). Veel uitleggers, en orthodox-protestantse in het bijzonder, zien daarin een sterke aanwijzing dat Paulus beide brieven in dezelfde situatie schreef. Aan het slot zet hij de groet met eigen hand (4:18).

Wanneer is Colossenzen geschreven?

Als Paulus de schrijver is, ontstond de brief tijdens zijn gevangenschap, waarschijnlijk in Rome rond 60-62 n.Chr. Wie aan een leerling denkt, plaatst hem meestal in de jaren zeventig of tachtig.

Kolosse was een klein stadje in het dal van de Lycus, in het huidige Turkije, dicht bij Laodicea en Hiërapolis. Paulus was er zelf niet geweest (2:1). De gemeente had het Evangelie gehoord van Epafras (1:7), vermoedelijk in de tijd dat Paulus lang in Efeze werkte. Epafras bracht Paulus verslag, ook van een leer die indruk maakte met visioenen, strenge regels en eerbied voor engelen. Tychikus en Onesimus brachten de brief over (4:7-9).

Opbouw van Colossenzen

  1. Colossenzen 1De grootheid van Christus

    Paulus dankt voor het geloof, de liefde en de hoop van de gemeente, en bidt om kennis van Gods wil en om kracht tot alle lijdzaamheid. Dan volgt de lofzang op Christus als Schepper, Onderhouder en Hoofd van de gemeente, die door het bloed van Zijn kruis vrede gemaakt heeft. Paulus eindigt met zijn eigen taak: het geheimenis bekendmaken, Christus in u, de hoop der heerlijkheid.

  2. Colossenzen 2Tegen de dwaalleer

    Paulus waarschuwt tegen filosofie en ijdele verleiding naar de overlevering der mensen. In Christus woont de volheid van de Godheid lichamelijk, en in Hem zijn de gelovigen volmaakt: besneden, begraven en opgewekt. Het handschrift dat tegen hen was, is aan het kruis genageld. Daarom hoeft niemand zich te laten oordelen over spijs, drank of feestdagen; zulke voorschriften hebben een schijn van wijsheid, maar helpen niet tegen het vlees.

  3. Colossenzen 3De nieuwe mens

    Wie met Christus opgewekt is, zoekt de dingen die boven zijn. Dat heeft gevolgen: aardse begeerten doden, toorn en leugen afleggen, en ontferming, goedertierenheid, nederigheid en vergevingsgezindheid aandoen. In de gemeente telt het onderscheid tussen Griek en Jood, slaaf en vrije niet meer. Het hoofdstuk eindigt bij gezin en werk, waar alles gedaan mag worden in de naam van de Heere Jezus.

  4. Colossenzen 4Slot

    Paulus vraagt om gebed voor een geopende deur voor het Woord, en om een wijze omgang met buitenstaanders: een woord altijd in aangenaamheid, met zout besprengd. Dan volgt een lange rij namen, van Tychikus en Onesimus tot Epafras, die altijd in zijn gebeden voor de gemeente strijdt. De brief moet ook in Laodicea gelezen worden.

Kernthema's in Colossenzen

Christus is genoeg

De kern van de brief staat in 2:9-10: in Christus woont al de volheid der Godheid lichamelijk, en in Hem zijn de gelovigen volmaakt. Wie meer zoekt in extra regels, ervaringen of tussenpersonen, houdt volgens Paulus het Hoofd niet vast (2:19).

Christus boven alle machten

De lofzang in 1:15-20 zegt dat door Christus alle dingen geschapen zijn, ook tronen, heerschappijen, overheden en machten. Daarmee staan ook de geestelijke machten waarover in Kolosse gespeculeerd werd onder Hem. Aan het kruis heeft Hij ze ontwapend en in het openbaar tentoongesteld (2:15).

Leven vanuit de opstanding

Hoofdstuk 3 begint met een voorwaarde: indien gij dan met Christus opgewekt zijt. Het nieuwe leven is geen zelfverbetering, maar de uitwerking van wat al waar is. Het leven van de gelovige is met Christus verborgen in God (3:3), en dat bepaalt hoe hij spreekt, vergeeft en werkt.

Bekende gedeelten uit Colossenzen

  • De lofzang op Christus

    Colossenzen 1:15-20

    Christus als Beeld van God, Schepper en Hoofd van de gemeente, die vrede maakte door het bloed van Zijn kruis.

  • Christus in u

    Colossenzen 1:27

    Het geheimenis dat eeuwen verborgen was en nu onder de heidenen bekend wordt: Christus in u, de hoop der heerlijkheid.

  • Het handschrift aan het kruis

    Colossenzen 2:13-15

    De schuld is uitgewist en aan het kruis genageld, en de machten zijn in het openbaar tentoongesteld.

  • Zoek wat boven is

    Colossenzen 3:1-4

    Met Christus opgewekt, het leven verborgen in God, in afwachting van de dag dat Hij geopenbaard wordt.

  • De nieuwe kleren

    Colossenzen 3:12-17

    Ontferming, nederigheid en vergeving aandoen, met de liefde als band der volmaaktheid en dankbaarheid in alles.

Colossenzen in het geheel van de Bijbel

Colossenzen hoort bij de gevangenschapsbrieven, samen met Efeziërs, Filippenzen en Filémon. Met Efeziërs deelt hij veel onderwerpen en de huisregels voor man en vrouw, kinderen en ouders, slaven en heren; met Filémon de namen in de groeten. Laodicea, de buurstad die in 4:16 genoemd wordt, krijgt later een eigen boodschap in Openbaring 3:14-22.

De lofzang van 1:15-20 staat naast Johannes 1:1-3 en Hebreeën 1:2-3 als getuigenis dat de Zoon door Wie alles geschapen is, ook Degene is door Wie alles verzoend wordt. De strijd tegen voorschriften over spijs en sabbatten doet denken aan Galaten; volgens 2:17 waren die dingen een schaduw van wat komen zou, maar het lichaam is van Christus.

Studievragen bij Colossenzen

  1. Wat zegt de hymne in 1:15-20 over de verhouding tussen Christus en de schepping?

  2. Welke concrete eisen stelde de dwaalleer (2:16-23), en waarom wijst Paulus ze af?

  3. Vergelijk Colossenzen 3 met Efeziërs 4-5. Wat is hetzelfde en wat verschilt?

Colossenzen lezen

Lees de lofzang van 1:15-20 langzaam en schrijf op wat er allemaal van Christus gezegd wordt; je komt op meer dan tien uitspraken. Lees daarna hoofdstuk 2 met die lijst ernaast en vraag bij elke regel van de dwaalleer wat de lofzang er al over zegt. Hoofdstuk 3 en 4 lees je dan als antwoord op de vraag hoe dat geloof thuis en op het werk zichtbaar wordt.

De 4 hoofdstukken van Colossenzen

  1. Colossenzen 1
  2. Colossenzen 2
  3. Colossenzen 3
  4. Colossenzen 4

Of bestudeer alleen Colossenzen 1

Colossenzen in "Wat zegt de Bijbel over..."

Lees verder na Colossenzen