Nieuwe Testament · boek 57 van 66
Filémon
Een weggelopen slaaf teruggestuurd als broeder.
- Genre
- Brief
- Omvang
- 1 hoofdstuk
- Kernverzen
- Filémon 1:10-11 · Filémon 1:16 · Filémon 1:21
Waar gaat Filémon over?
Filémon is een persoonlijke brief van Paulus aan Filémon, een christen die vermoedelijk in Kolosse woonde. Paulus vraagt hem zijn weggelopen slaaf Onesimus, die tot geloof is gekomen, weer op te nemen, niet meer alleen als slaaf maar als geliefde broeder.
Filémon is de kortste brief van Paulus en de meest persoonlijke. Onesimus, een slaaf van Filémon, is weggelopen - waarschijnlijk met schade - en in Rome bij Paulus terechtgekomen, waar hij tot geloof kwam. Paulus stuurt hem terug.
Het briefje is een lesje in overreding. Paulus zegt met zoveel woorden dat hij het als apostel zou kúnnen bevelen, en doet het daarom juist niet: 'zo bid ik u liever door de liefde'. Hij speelt met de naam Onesimus, die 'nuttig' betekent, biedt aan de schade zelf te vergoeden, en herinnert Filémon en passant eraan dat hij hem zijn eigen leven schuldig is.
Wat hij vraagt zegt hij nooit ronduit. Onesimus moet ontvangen worden 'niet meer als een dienstknecht, maar meer dan een dienstknecht, namelijk een geliefde broeder'. Wat dat concreet betekent, laat hij aan Filémon over - en hij schrijft erbij dat hij weet dat die meer zal doen dan hij vraagt.
Wie schreef Filémon?
Paulus, die zich hier 'een gevangene van Christus Jezus' noemt, samen met Timotheüs (1:1). Dat Paulus deze brief schreef, wordt vrijwel door iedereen aanvaard.
De brief is zo persoonlijk en zo weinig leerstellig dat niemand een reden ziet hem aan een ander toe te schrijven. Paulus schrijft minstens een deel met eigen hand, zoals blijkt uit zijn schuldbekentenis in vers 19. Het briefje is gericht aan Filémon, maar ook aan Appia, Archippus en de gemeente die in zijn huis samenkomt. Daarmee wordt een privézaak ook een zaak van de gemeente.
Wanneer is Filémon geschreven?
Waarschijnlijk rond 60-62 n.Chr., tijdens Paulus' gevangenschap in Rome en in dezelfde tijd als Colossenzen. Sommige uitleggers denken aan een eerdere gevangenschap in Efeze, dat veel dichter bij Kolosse lag.
Slavernij was in het Romeinse rijk overal aanwezig, en een weggelopen slaaf riskeerde zware straffen. Hoe Onesimus bij de gevangen Paulus terechtkwam, vertelt de brief niet; misschien zocht hij hem bewust op als bemiddelaar. Filémon was door Paulus tot geloof gekomen (vers 19) en stelde zijn huis open voor de gemeente. De brief ging vermoedelijk mee met Tychikus en Onesimus, samen met de brief aan de Colossenzen (Colossenzen 4:7-9).
Opbouw van Filémon
Filémon vers 1-7Groet en dankzegging
Paulus noemt zichzelf hier geen apostel, maar gevangene van Jezus Christus. Hij groet Filémon, Appia, Archippus en de gemeente in Filémons huis. Dan dankt hij God voor Filémons liefde en geloof, en bidt dat de gemeenschap van zijn geloof krachtig wordt. De harten van de heiligen zijn door Filémon verkwikt, schrijft hij, en dat woord 'verkwikken' komt later in de brief terug.
Filémon vers 8-16Het pleidooi voor Onesimus
Paulus zou kunnen bevelen, maar vraagt liever. Hij noemt Onesimus zijn zoon, die hij in zijn banden heeft gewonnen, en speelt met diens naam: eertijds onnut, nu zeer nuttig. Hij had hem graag bij zich gehouden, maar wil niets doen zonder Filémons instemming. Misschien, zegt hij voorzichtig, was Onesimus een korte tijd weg om voor altijd terug te komen, als broeder.
Filémon vers 17-22Reken dat mij toe
Als Filémon Paulus als deelgenoot beschouwt, moet hij Onesimus ontvangen als Paulus zelf. Heeft Onesimus iets verkeerd gedaan of is hij iets schuldig, dan moet Filémon dat op Paulus' rekening zetten. Paulus tekent met eigen hand voor de schuld, en herinnert er fijntjes aan wat Filémon hem zelf verschuldigd is. Hij vraagt alvast een verblijf voor hem gereed te maken.
Filémon vers 23-25Groeten
Epafras, Paulus' medegevangene, laat groeten, samen met Markus, Aristarchus, Demas en Lukas. Het zijn grotendeels dezelfde namen als aan het slot van Colossenzen. De brief eindigt met de wens dat de genade van de Heere Jezus Christus met hun geest mag zijn.
Kernthema's in Filémon
Broederschap die verhoudingen verandert
Paulus schaft de slavernij niet met één pennenstreek af, maar zet er iets tegenover wat haar van binnenuit ondergraaft: Onesimus komt terug als geliefde broeder, zowel naar het vlees als in de Heere (vers 16). Wie elkaar zo ontvangt, kan de oude verhouding niet ongewijzigd voortzetten.
Vragen in plaats van bevelen
Paulus heeft het gezag om te gebieden, maar kiest voor een beroep op de liefde (vers 8-9). Hij wil dat het goede vrijwillig gebeurt en niet uit dwang (vers 14). Zo laat hij zien hoe geestelijk gezag in de gemeente werkt: overtuigen en vertrouwen, niet opleggen.
Instaan voor een ander
'Reken dat mij toe' (vers 18): Paulus neemt de schuld van een ander op zich, zodat die ontvangen kan worden. De reformatoren zagen hierin een beeld van wat Christus doet. Luther schreef dat wij allen Onesimussen zijn: Christus pleit voor ons bij de Vader en neemt onze schuld op Zich.
Bekende gedeelten uit Filémon
Dank voor Filémon
Filémon 1:4-7Paulus dankt voor Filémons liefde en geloof, waardoor de harten van de heiligen verkwikt zijn.
Eertijds onnut, nu nuttig
Filémon 1:10-11Een woordspel met de naam Onesimus: wie eerst tot last was, is door het Evangelie werkelijk nuttig geworden.
Meer dan een dienstknecht
Filémon 1:15-16Misschien was hij daarom een tijd weg, om voortaan voor altijd terug te zijn, als geliefde broeder.
Reken dat mij toe
Filémon 1:18-19Paulus zet met eigen hand zijn naam onder de schuld van Onesimus en belooft die te betalen.
Filémon in het geheel van de Bijbel
Filémon hoort bij Colossenzen: dezelfde afzenders, dezelfde groeten, en Onesimus die in Colossenzen 4:9 een getrouwe en geliefde broeder genoemd wordt. Wat Paulus in Colossenzen 3:11 en Galaten 3:28 in het algemeen zegt, dat er in Christus geen slaaf of vrije is, wordt hier in één huishouden uitgewerkt. De huisregels voor slaven en heren in Colossenzen 3:22-4:1 krijgen in deze brief een gezicht.
Het Oude Testament kende al bescherming voor een gevluchte slaaf: Deuteronomium 23 verbiedt hem aan zijn heer uit te leveren. Maar het diepste beeld in deze brief is dat van Christus, die voor schuldigen instaat. Onesimus wordt ontvangen op rekening van een ander, zoals zondaren aangenomen worden om Christus' wil.
Studievragen bij Filémon
Welke middelen gebruikt Paulus om Filémon te overtuigen? Maak een lijst.
Waarom beveelt hij niet, terwijl hij zegt dat hij dat wel zou kunnen?
Wat verandert er aan een slavenverhouding als beiden 'broeder' zijn?
Filémon lezen
Lees Filémon hardop, alsof je de brief in de huisgemeente hoort voorlezen, met Filémon en Onesimus allebei in de kamer. Dan voel je hoe fijngevoelig Paulus schrijft. Lees daarna Colossenzen 4:7-18 om de mensen rond de brief te leren kennen, en let op hoe vaak Paulus Filémon de ruimte laat om zelf te kiezen.