Nieuwe Testament · boek 56 van 66
Titus
Gezonde leer die zichtbaar wordt in goede werken.
- Genre
- Brief
- Omvang
- 3 hoofdstukken
- Kernverzen
- Titus 1:16 · Titus 2:11-12 · Titus 3:5
Waar gaat Titus over?
Titus is een korte brief van Paulus aan zijn medewerker op Kreta. Hij gaat over het aanstellen van oudsten, het weerstaan van dwaalleraars en een leven dat past bij de gezonde leer, gegrond in de genade van God die in Christus verschenen is.
Titus is achtergelaten op Kreta om 'hetgeen nog ontbrak' in orde te brengen en in elke stad oudsten aan te stellen. De brief is kort en zakelijk, met dezelfde thema's als 1 Timotheüs maar in gecomprimeerde vorm.
Paulus citeert een Kretenzische dichter over het karakter van de eilandbewoners - een van de weinige keren dat hij heidense literatuur aanhaalt - en gaat dan in op de dwaalleraars die 'hele huizen verkeren' om vuil gewin.
Wat de brief bij elkaar houdt is de koppeling tussen leer en leven. Elke groep in de gemeente krijgt een korte instructie, en telkens volgt de reden: opdat het woord Gods niet gelasterd worde, opdat de leer van God versierd worde. Hoofdstuk 3 zet daar de motivering onder: niet uit werken der rechtvaardigheid, maar naar Zijn barmhartigheid heeft Hij ons zalig gemaakt.
Wie schreef Titus?
Volgens de brief Paulus, die zich 'een dienstknecht Gods, en een apostel van Jezus Christus' noemt (1:1). Zoals bij 1 en 2 Timotheüs twijfelen veel moderne wetenschappers daaraan en denken zij aan een latere leerling.
De argumenten zijn grotendeels dezelfde als bij de andere pastorale brieven: woordenschat, gemeenteorde en reizen die buiten Handelingen vallen. Handelingen noemt geen gemeentestichting op Kreta; Paulus voer er alleen langs als gevangene op weg naar Rome (Handelingen 27:7-13). Wie aan Paulus vasthoudt, gaat uit van een zendingsreis na zijn vrijlating. Titus zelf kennen we uit Galaten 2 en 2 Corinthiërs als een betrouwbare medewerker en een onbesneden Griek.
Wanneer is Titus geschreven?
Als Paulus de schrijver is, waarschijnlijk tussen 62 en 66 n.Chr., na zijn eerste gevangenschap in Rome en ongeveer in dezelfde tijd als 1 Timotheüs. Bij een latere schrijver hoort ook een latere datum.
Kreta was een groot eiland met veel steden en een joodse gemeenschap; op de Pinksterdag waren er ook Kretenzen in Jeruzalem (Handelingen 2:11). De gemeenten waren jong en nog zonder vaste leiding. Er waren leraren, vooral uit de besnijdenis, die joodse fabelen en geboden van mensen verspreidden en er schandelijk gewin mee zochten (1:10-14). Aan het slot vraagt Paulus Titus naar Nikopolis te komen, waar hij wilde overwinteren (3:12).
Opbouw van Titus
Titus 1Oudsten en dwaalleraars
Na een uitvoerige groet over de hoop van het eeuwige leven legt Paulus uit waarom Titus op Kreta is: om in elke stad oudsten aan te stellen. Een opziener moet onberispelijk zijn in huwelijk en gezin, gastvrij, beheerst, en vasthouden aan het betrouwbare woord. Dat is nodig, want er zijn veel ijdelsprekers en verleiders. Zij belijden God te kennen, maar verloochenen Hem met hun werken.
Titus 2Gezonde leer per groep
Titus moet spreken wat de gezonde leer past, en dat concreet maken voor oudere mannen en vrouwen, jonge vrouwen, jonge mannen en slaven. Hij moet zelf een voorbeeld van goede werken zijn. De reden staat in 2:11-14: de zaligmakende genade van God is verschenen en onderwijst ons matig, rechtvaardig en godzalig te leven, in afwachting van de verschijning van de grote God en Zaligmaker Jezus Christus.
Titus 3Goede werken
Gelovigen moeten overheden gehoorzamen en vriendelijk zijn tegen alle mensen, want ook zij waren eerst dwaas en ongehoorzaam. Toen verschenen de goedertierenheid en menslievendheid van God. Hij maakte ons zalig door het bad der wedergeboorte en de vernieuwing van de Heilige Geest. Wie God gelooft, moet zich toeleggen op goede werken, en wie na een eerste en tweede vermaning blijft twisten, moet gemeden worden.
Kernthema's in Titus
De leer versieren
Titus wil dat de leer van God 'versierd' wordt (2:10): wat de gemeente gelooft, moet zichtbaar worden in hoe mensen thuis, op het werk en in de samenleving leven. Omgekeerd verloochent wie slecht leeft, God met zijn werken (1:16). Belijden en doen zijn hier niet van elkaar los te maken.
Genade die onderwijst
In 2:11-14 is genade niet alleen vergeving, maar ook een leermeester. Zij leert nee zeggen tegen goddeloosheid en wereldse begeerten, en ja tegen een matig, rechtvaardig en godzalig leven. Christus gaf Zichzelf om een eigen volk te reinigen dat ijverig is in goede werken (2:14).
Gered door barmhartigheid
Titus 3:4-7 vat het Evangelie in één lange zin samen. God redde ons niet op grond van onze eigen rechtvaardige daden, maar uit ontferming: door de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest. Gerechtvaardigd door Zijn genade worden wij erfgenamen van het eeuwige leven (3:7).
Bekende gedeelten uit Titus
Oudsten in elke stad
Titus 1:5-9De vereisten voor oudsten en opzieners, met nadruk op karakter, gezin en trouw aan het woord.
Een dichter van Kreta
Titus 1:12-13Paulus haalt een van de eigen profeten van de Kretenzen aan over zijn volk, en noemt dat getuigenis waar.
De genade is verschenen
Titus 2:11-14Genade die onderwijst hoe te leven, in afwachting van de verschijning van de grote God en Zaligmaker Jezus Christus.
Het bad der wedergeboorte
Titus 3:3-7Van dwaasheid en haat naar redding door Gods menslievendheid, wedergeboorte en de overvloedig uitgestorte Geest.
Titus in het geheel van de Bijbel
Naast 1 Timotheüs gelegd blijken de vereisten voor oudsten sterk verwant (1 Timotheüs 3), maar de situatie is anders: op Kreta moest alles nog beginnen. De persoon Titus kennen we uit Galaten 2:1-3, waar hij als onbesneden Griek met Paulus naar Jeruzalem gaat, en uit 2 Corinthiërs 7 en 8, waar hij bemiddelt tussen Paulus en de gemeente in Korinthe en de collecte begeleidt.
In 2:13 wordt Jezus Christus, zoals veel uitleggers de zin lezen, de grote God en Zaligmaker genoemd. Samen met 3:4-7, waar God de Vader, Jezus Christus en de Heilige Geest in één adem genoemd worden, maakt dat de brief ondanks zijn praktische karakter tot een belangrijk getuigenis over Christus en over de redding uit genade, zoals Paulus die ook in Romeinen en Efeziërs 2 uitlegt.
Studievragen bij Titus
Wat is het verband tussen 'gezonde leer' en gedrag in deze brief?
Wat leert de genade ons volgens 2:11-12?
Waarom mijdt Paulus twistvragen en geslachtsregisters (3:9)?
Titus lezen
Titus lees je in tien minuten. Lees de brief twee keer: eerst om de opdrachten per groep te zien, dan om te letten op de redenen erachter, vaak ingeleid met 'opdat' of 'want'. Lees tot slot 2:11-14 en 3:4-7 achter elkaar; deze twee korte samenvattingen van het Evangelie dragen de hele brief.