Nieuwe Testament · boek 49 van 66
Efeziërs
Eén nieuwe mens: de muur tussen Jood en heiden is afgebroken.
- Genre
- Brief
- Omvang
- 6 hoofdstukken
- Kernverzen
- Efeziërs 2:8-9 · Efeziërs 2:14 · Efeziërs 4:15 · Efeziërs 6:11
Waar gaat Efeziërs over?
Efeziërs gaat over wat God in Christus voor Zijn gemeente gedaan heeft en hoe je daaruit leeft. De brief beschrijft genade, verkiezing en de eenheid van Joden en heidenen in één lichaam, en werkt dat uit in gemeente, huwelijk, gezin en werk.
Efeziërs valt netjes in tweeën: drie hoofdstukken over wat God gedaan heeft, drie over hoe je dan leeft. Het scharnier staat in 4:1 - 'zo bid ik u dan, dat gij wandelt waardiglijk der roeping'.
Het eerste deel is één lange lofzang. Uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, verlost door het bloed, levend gemaakt terwijl we dood waren in zonden, en dat alles 'uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave'. Hoofdstuk 2 loopt uit op het punt waar de brief om draait: de scheidsmuur tussen Jood en heiden is weggebroken, en uit twee is één nieuwe mens gemaakt.
Het tweede deel maakt dat concreet: eenheid, waarheid spreken, eerlijk werk, het huwelijk, ouders en kinderen, heren en slaven. En dan het slot met de wapenrusting Gods - een beeld dat vaak losgeknipt wordt gelezen, maar dat hier staat als afsluiting van een brief over samen staan, niet alleen.
Wie schreef Efeziërs?
De brief noemt Paulus als schrijver (1:1; 3:1). De kerk heeft dat vanaf de tweede eeuw aanvaard, maar sinds de negentiende eeuw houden veel wetenschappers het op een leerling die in Paulus' naam schreef.
Wie aan Paulus twijfelt, wijst op de lange, plechtige zinnen en op de nauwe verwantschap met Colossenzen. Wie aan Paulus vasthoudt, en dat doen orthodox-protestantse uitleggers doorgaans, wijst erop dat de brief zich nadrukkelijk presenteert als brief van de gevangen apostel en dat Tychikus als brenger genoemd wordt (6:21-22), net als in Colossenzen 4:7. Een ander onderwerp en een andere situatie verklaren volgens hen de verschillen in stijl.
Wanneer is Efeziërs geschreven?
Als Paulus de schrijver is, schreef hij Efeziërs tijdens een gevangenschap, waarschijnlijk in Rome rond 60-62 n.Chr., in dezelfde periode als Colossenzen en Filémon.
Paulus had ongeveer drie jaar in Efeze gewerkt (Handelingen 20:31), de grote havenstad in Asia met de beroemde tempel van Diana. In een aantal oude handschriften ontbreken in 1:1 de woorden 'te Efeze', en de brief bevat vrijwel geen persoonlijke groeten. Daarom denken veel uitleggers aan een rondzendbrief voor meerdere gemeenten in de provincie. De lezers waren grotendeels bekeerde heidenen, die moesten leren dat zij volwaardig bij Gods volk hoorden.
Opbouw van Efeziërs
Efeziërs 1-3Wat God gedaan heeft
Na de groet volgt in 1:3-14 één lange lofprijzing: de Vader verkiest, de Zoon verlost, de Geest verzegelt. Paulus bidt dat de lezers mogen zien hoe groot hun hoop is. Hoofdstuk 2 beschrijft de overgang van dood naar leven, en hoe heidenen die eerst vreemdelingen waren nu medeburgers zijn. In hoofdstuk 3 verklaart Paulus zijn eigen roeping en bidt hij om kennis van Christus' liefde.
Efeziërs 4-5Hoe je dan leeft
Eén lichaam, één Geest, één Heere, één geloof: de gaven die de opgevaren Christus gaf, dienen om de gemeente op te bouwen tot volwassenheid. Daarna volgt het afleggen van de oude mens en het aandoen van de nieuwe, heel concreet: niet liegen, niet stelen, geen bitter woord. Hoofdstuk 5 roept op als kinderen van het licht te wandelen en tekent het huwelijk als afbeelding van Christus en Zijn gemeente.
Efeziërs 6De strijd
De huisregels lopen door: kinderen en ouders, dienstknechten en heren, telkens met het oog op de Heere die boven beiden staat. Dan verbreedt Paulus het blikveld. De eigenlijke strijd is niet tegen vlees en bloed, maar tegen geestelijke machten. Daarvoor is de hele wapenrusting van God nodig, van de gordel der waarheid tot het zwaard des Geestes, en gebed op elk moment.
Kernthema's in Efeziërs
Genade alleen
Hoofdstuk 2 is een van de helderste samenvattingen van het Evangelie: dood in zonden, levend gemaakt met Christus, zalig uit genade door het geloof en niet uit werken (2:1-9). Goede werken zijn geen voorwaarde, maar het doel waartoe God ons in Christus geschapen heeft (2:10).
De gemeente als één lichaam
Christus is het Hoofd, de gemeente Zijn lichaam (1:22-23). Joden en heidenen zijn samen één nieuwe mens geworden en worden gebouwd tot een tempel waarin God woont door de Geest (2:19-22). Die eenheid is gegeven, maar moet ook met inspanning bewaard worden (4:3).
De wandel van de nieuwe mens
Het woord 'wandelen' komt steeds terug: vroeger naar de eeuw dezer wereld (2:2), nu waardig de roeping (4:1), in de liefde (5:2) en als kinderen des lichts (5:8). Geloof wordt zichtbaar in spreken, werken, huwelijk en gezin.
Bekende gedeelten uit Efeziërs
De grote lofprijzing
Efeziërs 1:3-14In het Grieks één doorlopende zin over verkiezing, verlossing en verzegeling met de Heilige Geest, tot lof van Gods heerlijkheid.
Uit genade zalig
Efeziërs 2:8-10Behouden door het geloof, als gave van God, en geschapen tot goede werken die God tevoren bereid heeft.
De scheidsmuur afgebroken
Efeziërs 2:11-22Christus is onze vrede: Joden en heidenen hebben samen door één Geest toegang tot de Vader.
Gebed om Christus' liefde
Efeziërs 3:14-21Paulus buigt de knieën en bidt dat de lezers de breedte, lengte, diepte en hoogte van Christus' liefde mogen begrijpen.
Man en vrouw
Efeziërs 5:22-33Het huwelijk als afbeelding van Christus en de gemeente, met liefde tot zelfovergave als maatstaf.
De wapenrusting Gods
Efeziërs 6:10-20Staande blijven in de geestelijke strijd, met waarheid, gerechtigheid, geloof, zaligheid, het Woord en gebed.
Efeziërs in het geheel van de Bijbel
Handelingen 19 en 20 vertellen hoe de gemeente in Efeze ontstond en hoe Paulus in Milete afscheid nam van haar oudsten. Efeziërs staat heel dicht bij Colossenzen: veel onderwerpen en zelfs formuleringen komen in beide brieven voor. Paulus leest het Oude Testament mee: Psalm 68 over de opgevaren Koning die gaven geeft (4:8), het huwelijk uit Genesis 2:24 (5:31) en het gebod om vader en moeder te eren (6:2).
Christus staat in het middelpunt. God heeft Hem uit de doden opgewekt en boven alle overheid en macht gezet (1:20-21), in Hem wordt alles tot één vergaderd (1:10), en Hij heeft door het kruis vrede gemaakt tussen God en mensen en tussen mensen onderling (2:14-16). De brief maakt van die belijdenis een lofzang.
Studievragen bij Efeziërs
Welke muur is er in 2:14 afgebroken, en wat betekende die muur concreet?
Wat is het verband tussen de drie eerste en de drie laatste hoofdstukken?
Wat valt op aan de wapenrusting: welke onderdelen zijn defensief en welke offensief?
Efeziërs lezen
Lees Efeziërs eerst in één keer; dat kost ongeveer twintig minuten. Markeer daarna de twee gebeden (1:15-23 en 3:14-21) en het scharnier in 4:1. Let in het tweede deel op het woord 'wandelen', en lees de wapenrusting van hoofdstuk 6 als slot van de hele brief: het is een oproep aan de gemeente als geheel, niet aan een eenzame strijder.