Nieuwe Testament · Brief
2 Corinthiërs 9 - Statenvertaling
Hoofdstuk 9 van 13 in 2 Corinthiërs · 15 verzen
1Want van de bediening, die voor de heiligen geschiedt, is mij onnodig aan u te schrijven.
2Want ik weet de volvaardigheid uws gemoeds, van welke ik roem over u bij de Macedoniers, dat Achaje van over een jaar bereid is geweest; en de ijver, van u begonnen, heeft er velen verwekt.
3Maar ik heb deze broeders gezonden, opdat onze roem, dien wij over u hebben, niet zou ijdel gemaakt worden in dezen dele; opdat (gelijk ik gezegd heb) gij bereid moogt zijn;
4En dat niet mogelijk, zo de Macedoniers met mij kwamen, en u onbereid vonden, wij (opdat wij niet zeggen: gij) beschaamd worden in deze vasten grond der roeming.
5Ik heb dan nodig geacht deze broeders te vermanen, dat zij eerst tot u zouden komen, en voorbereiden uw te voren aangedienden zegen; opdat die gereed zij, alzo als een zegen, en niet als een vrekheid.
6En dit zeg ik: Die spaarzamelijk zaait, zal ook spaarzamelijk maaien; en die in zegeningen zaait, zal ook in zegeningen maaien.
7Een iegelijk doe, gelijk hij in zijn hart voorneemt; niet uit droefheid, of uit nooddwang; want God heeft een blijmoedigen gever lief.
8En God is machtig alle genade te doen overvloedig zijn in u; opdat gij in alles te allen tijd, alle genoegzaamheid hebbende, tot alle goed werk overvloedig moogt zijn.
9Gelijk er geschreven is: Hij heeft gestrooid, hij heeft den armen gegeven; Zijn gerechtigheid blijft in der eeuwigheid.
10Doch Die het zaad den zaaier verleent, Die verlene ook brood tot spijze, en vermenigvuldige uw gezaaisel, en vermeerdere de vruchten uwer gerechtigheid;
11Dat gij in alles rijk wordt tot alle goeddadigheid, welke door ons werkt dankzegging tot God.
12Want de bediening van dezen dienst vervult niet alleen het gebrek der heiligen, maar is ook overvloedig door vele dankzeggingen tot God;
13Dewijl zij door de beproeving dezer bediening God verheerlijken over de onderwerping uwer belijdenis onder het Evangelie van Christus, en over de goeddadigheid der mededeling aan hen en aan allen;
14En door hun gebed voor u, welke naar u verlangen, om de uitnemende genade Gods over u.
15Doch Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave.
Bijbeltekst: Statenvertaling, publiek domein.
Over 2 Corinthiërs 9
- Bijbelboek
- 2 Corinthiërs, boek 47 van 66
- Testament
- Nieuwe Testament
- Genre
- Brief
- Plaats in het boek
- Hoofdstuk 9 van 13
Kruisverwijzingen bij 2 Corinthiërs 9
Andere bijbelteksten die over hetzelfde spreken, de meest genoemde eerst.
- Efeziërs 3:20bij vers 8
- Filippenzen 4:18-19bij vers 8
- Spreuken 10:22bij vers 8
- Spreuken 11:24-25bij vers 6
- 2 Corinthiërs 8:12bij vers 7
- Psalm 112:9bij vers 9
- Lukas 6:38bij vers 6
- Handelingen 20:35bij vers 7
- Jesaja 55:10bij vers 10
- Spreuken 22:9bij vers 6
- 1 Kronieken 29:17bij vers 7
- Hosea 10:12bij vers 10
Kruisverwijzingen: OpenBible.info (CC BY), bewerkt: gefilterd en omgezet naar de versnummering van deze vertaling. Versnummering via STEPBible TVTMS (CC BY 4.0).