Oude Testament · Poëzie en wijsheid

Spreuken 22 - Statenvertaling

Hoofdstuk 22 van 31 in Spreuken · 29 verzen

1De naam is uitgelezener dan grote rijkdom, de goede gunst dan zilver en dan goud.

2Rijken en armen ontmoeten elkander; de HEERE heeft hen allen gemaakt.

3Een kloekzinnig mens ziet het kwaad, en verbergt zich; maar de slechten gaan henen door, en worden gestraft.

4Het loon der nederigheid, met de vreze des HEEREN, is rijkdom, en eer, en leven.

5Doornen en strikken, zijn in den weg des verkeerden; die zijn ziel bewaart, zal zich verre van die maken.

6Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.

7De rijke heerst over de armen; en die ontleent, is des leners knecht.

8Die onrecht zaait, zal moeite maaien; en de roede zijner verbolgenheid zal een einde nemen.

9Die goed van oog is, die zal gezegend worden; want hij heeft van zijn brood den armen gegeven.

10Drijf den spotter uit, en het gekijf zal weggaan, en het geschil met de schande zal ophouden.

11Die de reinheid des harten liefheeft, wiens lippen aangenaam zijn, diens vriend is de koning.

12De ogen des HEEREN bewaren de wetenschap; maar de zaken des trouwelozen zal Hij omkeren.

13De luiaard zegt: Er is een leeuw buiten; ik mocht op het midden der straten gedood worden!

14De mond der vreemde vrouwen is een diepe gracht; op welken de HEERE vergramd is, zal daarin vallen.

15De dwaasheid is in het hart des jongen gebonden; de roede der tucht zal ze verre van hem wegdoen.

16Die den arme verdrukt, om het zijne te vermeerderen, en den rijke geeft, komt zekerlijk tot gebrek.

17Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;

18Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.

19Opdat uw vertrouwen op den HEERE zij, maak ik u die heden bekend; gij ook maak ze bekend.

20Heb ik u niet heerlijke dingen geschreven van allerlei raad en wetenschap?

21Om u bekend te maken de zekerheid van de redenen der waarheid; opdat gij de redenen der waarheid antwoorden moogt dengenen, die u zenden.

22Beroof den arme niet, omdat hij arm is; en verbrijzel den ellendige niet in de poort.

23Want de HEERE zal hun twistzaak twisten, en Hij zal dengenen, die hen beroven, de ziel roven.

24Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man;

25Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.

26Wees niet onder degenen, die in de hand klappen, onder degenen, die voor schulden borg zijn.

27Zo gij niet hadt om te betalen, waarom zou men uw bed van onder u wegnemen?

28Zet de oude palen niet terug, die uw vaderen gemaakt hebben.

29Hebt gij een man gezien, die vaardig in zijn werk is? Hij zal voor het aangezicht der koningen gesteld worden; voor het aangezicht der ongeachte lieden zal hij niet gesteld worden.

Bijbeltekst: Statenvertaling, publiek domein.

Over Spreuken 22

Bijbelboek
Spreuken, boek 20 van 66
Testament
Oude Testament
Genre
Poëzie en wijsheid
Plaats in het boek
Hoofdstuk 22 van 31
hfst. 10-22Dit hoofdstuk hoort bij: Spreuken van SalomoLosse tweeregelige spreuken over vrijwel elk terrein van het leven.
hfst. 22-24Dit hoofdstuk hoort bij: Woorden der wijzenDertig uitspraken, verwant aan Egyptische wijsheidsliteratuur.

Kruisverwijzingen bij Spreuken 22

Andere bijbelteksten die over hetzelfde spreken, de meest genoemde eerst.

Kruisverwijzingen: OpenBible.info (CC BY), bewerkt: gefilterd en omgezet naar de versnummering van deze vertaling. Versnummering via STEPBible TVTMS (CC BY 4.0).

Verder lezen