Nieuwe Testament · boek 46 van 66
1 Corinthiërs
Een verdeelde gemeente in een havenstad, en het kruis dat alle status doorstreept.
- Genre
- Brief
- Omvang
- 16 hoofdstukken
- Kernverzen
- 1 Corinthiërs 1:18 · 1 Corinthiërs 12:12 · 1 Corinthiërs 13:13 · 1 Corinthiërs 15:3-4
Waar gaat 1 Corinthiërs over?
1 Corinthiërs gaat over een begaafde maar verdeelde gemeente die worstelt met trots, seksualiteit, eredienst en twijfel aan de opstanding. Paulus beantwoordt hun vragen één voor één vanuit het kruis van Christus en de liefde die de gemeente moet dragen.
Korinthe was een rijke, rumoerige havenstad, en de gemeente daar bracht de stad mee naar binnen. Paulus behandelt in deze brief het ene probleem na het andere: partijschappen rond leraren, een rechtszaak tussen gemeenteleden, seksuele moraal, huwelijk en ongehuwd zijn, offervlees, hoofdbedekking, een avondmaal waarbij de rijken al gegeten hebben voordat de armen aankomen, en chaos rond geestelijke gaven.
Zijn antwoord is telkens hetzelfde en het staat aan het begin: het woord van het kruis. Wat de wereld voor wijsheid en status houdt, wordt door een gekruisigde Messias doorgestreept. Daarom is het onmogelijk om in een gemeente een rangorde op te bouwen.
Twee hoofdstukken worden los van de brief het meest gelezen: hoofdstuk 13, over de liefde, dat níet los staat maar middenin het betoog over de gaven, en hoofdstuk 15, de uitvoerigste behandeling van de opstanding in het Nieuwe Testament.
Wie schreef 1 Corinthiërs?
Paulus, die de gemeente in Korinthe zelf had gesticht. Hij schrijft samen met Sosthenes, maar spreekt in de brief grotendeels in de ik-vorm. Over zijn schrijverschap bestaat vrijwel geen twijfel.
Paulus had anderhalf jaar in Korinthe gewerkt tijdens zijn tweede zendingsreis (Handelingen 18:11). Sosthenes is mogelijk dezelfde als de overste van de synagoge die in Handelingen 18:17 geslagen wordt, maar zeker is dat niet. De brief verwijst naar een eerdere brief van Paulus (5:9) en naar vragen die de Corinthiërs hem schriftelijk hadden gesteld (7:1). Aan het slot schrijft Paulus de groet met eigen hand (16:21).
Wanneer is 1 Corinthiërs geschreven?
Waarschijnlijk rond 54-55 n.Chr., vanuit Efeze, tijdens Paulus' derde zendingsreis. Hij was van plan daar tot Pinksteren te blijven (16:8).
Korinthe was een Romeinse kolonie, in 44 v.Chr. herbouwd, met twee havens en een bevolking uit alle windstreken. Handel, rijkdom, filosofie en een bonte verzameling tempels bepaalden het straatbeeld. Paulus hoorde via de huisgenoten van Chloë over ruzies (1:11) en kreeg bezoek van Stefanas, Fortunatus en Achaïkus (16:17). De gemeente bestond vooral uit mensen zonder aanzien (1:26), met daarnaast enkele welgestelden, zoals Crispus en Gajus (1:14).
Opbouw van 1 Corinthiërs
1 Corinthiërs 1-4Verdeeldheid
De gemeente valt uiteen in groepjes die zich noemen naar Paulus, Apollos, Kefas of Christus. Paulus zet daar het kruis tegenover, dat in de ogen van de wereld dwaas en zwak is, maar Gods kracht en wijsheid blijkt te zijn. Leraren zijn slechts dienaren: de een plant, de ander maakt nat, maar God geeft de wasdom. Wie bouwt, moet bouwen op het enige fundament, Jezus Christus.
1 Corinthiërs 5-7Moraal en huwelijk
Een man leeft met de vrouw van zijn vader, en de gemeente grijpt niet in; Paulus eist tucht. Broeders slepen elkaar voor heidense rechters. Paulus herinnert eraan dat hun lichaam een tempel van de Heilige Geest is en dat zij duur gekocht zijn. In hoofdstuk 7 beantwoordt hij vragen over huwelijk, scheiding en ongehuwd blijven, met ruimte voor ieders eigen genadegave.
1 Corinthiërs 8-11Vrijheid en samenkomst
Mag een christen vlees eten dat aan afgoden geofferd is? Paulus antwoordt dat kennis opgeblazen maakt maar liefde sticht, en dat vrijheid moet wijken voor het geweten van een zwakkere broeder. Hij geeft zelf het voorbeeld door af te zien van zijn recht op onderhoud. Daarna behandelt hij de orde in de samenkomst en de viering van het avondmaal, met de instellingswoorden die hij van de Heere ontvangen had.
1 Corinthiërs 12-14De gaven
Er zijn verscheidenheden van gaven, maar het is dezelfde Geest. Zoals een lichaam veel leden heeft die elkaar nodig hebben, zo is het ook met de gemeente van Christus. Daarna wijst Paulus een weg die nog uitnemender is: de liefde, zonder welke zelfs de grootste gaven niets zijn. Hoofdstuk 14 past dat toe op de samenkomst: profetie en tongentaal moeten dienen tot opbouw van allen.
1 Corinthiërs 15-16De opstanding
Paulus geeft een van de oudste overzichten van getuigen van de opgestane Heere: Kefas, de twaalf, meer dan vijfhonderd broeders, Jakobus, en ten laatste hijzelf. Als Christus niet is opgewekt, is het geloof tevergeefs. Maar Hij is opgewekt als eersteling, en wie van Hem zijn, zullen een onvergankelijk lichaam ontvangen. De brief sluit af met de inzameling voor Jeruzalem, reisplannen en groeten.
Kernthema's in 1 Corinthiërs
Het woord van het kruis
Paulus meet alles af aan de gekruisigde Christus. Joden vragen tekenen en Grieken zoeken wijsheid, maar hij predikt Christus, de Gekruisigde (1:22-23). Daarmee valt elke vorm van roem op eigen wijsheid, afkomst of welsprekendheid weg. Wie roemt, moet roemen in de Heere (1:31).
Eén lichaam, vele leden
De gemeente is het lichaam van Christus (12:27). Geen lid kan zeggen dat het de andere niet nodig heeft, en de leden die het zwakst lijken, zijn juist onmisbaar (12:22). Dat raakt alles in de brief: de partijschappen, de rechtszaken, het avondmaal en het gebruik van de gaven.
Opstanding van het lichaam
Veel Grieken zagen het lichaam als minder belangrijk dan de ziel. Paulus leert anders: het lichaam is voor de Heere (6:13), en Christus' opstanding is de eerstelingsvrucht van de lichamelijke opstanding van allen die van Hem zijn (15:20-23). Daarom is arbeid in de Heere nooit tevergeefs (15:58).
Bekende gedeelten uit 1 Corinthiërs
De dwaasheid van het kruis
1 Corinthiërs 1Het woord van het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar Gods kracht voor wie behouden worden.
De instelling van het avondmaal
1 Corinthiërs 11Paulus geeft door wat hij van de Heere ontvangen heeft: brood en beker tot Zijn gedachtenis, en een oproep tot zelfbeproeving.
Het lichaam van Christus
1 Corinthiërs 12Vele leden en één lichaam: voet, hand, oog en oor hebben elkaar allemaal nodig.
Het hooglied van de liefde
1 Corinthiërs 13'De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren'; geloof, hoop en liefde blijven, 'doch de meeste van deze is de liefde'.
Christus is opgewekt
1 Corinthiërs 15Het uitvoerigste betoog over de opstanding, dat eindigt met de triomfantelijke vraag: dood, waar is uw prikkel?
1 Corinthiërs in het geheel van de Bijbel
1 Corinthiërs grijpt vaak terug op het Oude Testament. Israëls tocht door de woestijn dient als waarschuwing voor de gemeente (10:1-11), Christus wordt ons Pascha genoemd (5:7), en dat God de wijsheid van de wijzen teniet doet, is een woord uit Jesaja 29:14 (1:19). Adam en Christus staan ook hier tegenover elkaar (15:22, 45).
De brief sluit aan bij Handelingen 18, waar de stichting van de gemeente beschreven wordt, en krijgt een vervolg in 2 Corinthiërs. Het avondmaalsgedeelte in hoofdstuk 11 is een van de vroegste beschrijvingen van de viering, en hoofdstuk 15 bevat een van de oudste geloofsbelijdenissen: Christus is gestorven voor onze zonden, begraven en opgewekt naar de Schriften.
Studievragen bij 1 Corinthiërs
Waarom zet Paulus het liefdeshoofdstuk midden tussen de hoofdstukken over de gaven?
Wat is er volgens 11:17-34 precies mis met hun avondmaal?
Wat betekent 15:14 - 'indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel'?
1 Corinthiërs lezen
Lees 1 Corinthiërs als een antwoord op een brief die je zelf niet hebt: zoek bij elk nieuw onderwerp naar de vraag of het probleem erachter, vaak ingeleid met aangaande nu (7:1; 8:1; 12:1; 16:1). Lees hoofdstuk 13 bewust in zijn verband, tussen 12 en 14 in. En bewaar hoofdstuk 15 voor een rustig moment: het is een van de sterkste troostgronden van het Nieuwe Testament.