Oude Testament · boek 21 van 66
Prediker
Alles is vluchtig - en juist daarom is het gewone leven een gave.
- Genre
- Poëzie en wijsheid
- Omvang
- 12 hoofdstukken
- Kernverzen
- Prediker 1:2 · Prediker 3:1 · Prediker 3:11 · Prediker 12:13
Waar gaat Prediker over?
Prediker gaat over de zoektocht naar blijvende zin in een leven dat vluchtig is als een zucht. De schrijver onderzoekt wijsheid, genot, werk en bezit, en komt uit bij een nuchtere vreugde in Gods gaven en bij ontzag voor God.
Prediker is het eerlijkste boek van het Oude Testament over zinloosheid. Het Hebreeuwse woord hevel, in de Statenvertaling 'ijdelheid', betekent letterlijk damp of adem: iets wat je ziet en niet kunt vastpakken. Dat woord staat bijna veertig keer in twaalf hoofdstukken.
De Prediker probeert het één voor één: wijsheid, plezier, werk, rijkdom, roem. Alles loopt stuk op dezelfde twee muren - je gaat dood, en je hebt geen controle over wat er daarna met je werk gebeurt. Hij weigert dat weg te praten, en hij weigert ook cynisch te worden.
Zijn conclusie is niet somber maar nuchter: eet je brood, drink je wijn, geniet van je werk en van de vrouw die je liefhebt, want dat is je deel. En vrees God. Het boek eindigt met een oproep die pas gewicht heeft omdat alles ervoor zo grondig is doorgeprikt.
Wie schreef Prediker?
De schrijver noemt zichzelf de Prediker, zoon van David en koning in Jeruzalem (1:1). Joodse en christelijke traditie hebben dat gelezen als Salomo.
Het Hebreeuwse woord Qohelet betekent zoiets als 'iemand die een gemeente bijeenroept'. De naam Salomo valt nergens, en het slot (12:9-14) spreekt in de derde persoon over de Prediker. Daarom denken veel uitleggers, ook behoudende, aan een latere wijze die in de rol van Salomo schrijft. Het taalgebruik lijkt volgens hen op laat Hebreeuws. Anderen houden vast aan Salomo als schrijver, mogelijk aan het eind van zijn leven.
Wanneer is Prediker geschreven?
Als Salomo de schrijver is, dan in de 10e eeuw v.Chr. Wie het taalgebruik als laat Hebreeuws leest, dateert het boek na de ballingschap, rond de 4e of 3e eeuw v.Chr. Een definitief antwoord is er niet.
Het boek draagt geen sporen van een concrete politieke crisis. Het kijkt naar dingen die in elke eeuw spelen: onrecht in de rechtbank, een koning die je beter kunt ontzien, rijken die niet kunnen slapen, erfgenamen die verspillen wat een ander opbouwde. Zijn eerste lezers waren gelovigen die de wijsheid van Spreuken kenden en tegen de randen ervan aanliepen. In de synagoge wordt Prediker gelezen op het Loofhuttenfeest, het feest van de oogst en van de tijdelijke hutten.
Opbouw van Prediker
Prediker 1-2Het grote experiment
Het boek opent met 'IJdelheid der ijdelheden' en een gedicht over zon, wind en rivieren die eindeloos rondgaan zonder dat er iets nieuws gebeurt. Dan beschrijft de Prediker hoe hij als koning alles uitprobeerde: studie, lachen, wijn, bouwwerken, tuinen, zangers en schatten. De wijze en de dwaas sterven allebei. Toch eindigt hoofdstuk 2 met een eerste lichtpunt: eten en drinken en het goede zien in je werk komt uit Gods hand.
Prediker 3-6Tijd en onrecht
Alles heeft zijn tijd: geboren worden en sterven, wenen en lachen. God heeft de eeuwigheid in het hart van de mens gelegd (3:11), maar de mens overziet Zijn werk niet. De Prediker ziet tranen van verdrukten zonder trooster, eenzaam gezwoeg, en de waarde van samen: twee zijn beter dan één. Hij waarschuwt voor haastige beloften aan God en voor geldliefde die nooit verzadigd raakt.
Prediker 7-10Wijsheid onder de zon
In korte spreuken weegt de Prediker wat beter is: een goede naam, het huis van rouw, geduld. Hij erkent dat er geen mens rechtvaardig op aarde is die niet zondigt (7:20), en dat niemand Gods werk kan uitvinden. Omdat allen hetzelfde lot wacht, roept hij op je brood met vreugde te eten en te doen wat je hand vindt om te doen. Hoofdstuk 10 laat zien hoe klein de dwaasheid is die veel wijsheid bederft.
Prediker 11-12Slotsom
Werp je brood uit op het water: durf te geven en te ondernemen zonder alles te overzien. Geniet van je jeugd, maar weet dat God oordeelt. 'Gedenk aan de Schepper in de dagen uwer jongelingschap' (12:1), voordat de ouderdom komt, in beelden beschreven als een huis dat vervalt. Het stof keert terug naar de aarde, de geest naar God. Het slot vat samen: vrees God en houd Zijn geboden.
Kernthema's in Prediker
Alles is vluchtig
Het woord dat de Statenvertaling met 'ijdelheid' vertaalt, omlijst het boek (1:2; 12:8). Het beschrijft niet dat alles waardeloos is, maar dat niets blijft en niets vast te houden is. Wie van werk, genot of kennis de grond van zijn leven maakt, grijpt naar damp.
Het leven als gave uit Gods hand
Zeven keer komt de Prediker terug bij eten, drinken en genieten van je werk (onder meer 2:24; 3:13; 9:7). Dat is geen levensgenieterij uit wanhoop, maar het ontvangen van wat God geeft, binnen de grenzen die Hij stelt. Wie niet alles kan beheersen, kan wel dankbaar zijn.
Dood, eeuwigheid en oordeel
De dood relativeert elke prestatie (2:16; 9:5). Tegelijk heeft God de eeuwigheid in het hart gelegd (3:11), en Hij zal elk werk in het gericht brengen (12:14). Die spanning tussen vergankelijkheid en eeuwigheid geeft het boek zijn ernst.
Bekende gedeelten uit Prediker
Niets nieuws onder de zon
Prediker 1De opening over de eindeloze kringloop van zon, wind en water, en een mens die er geen blijvend voordeel van heeft.
Een tijd voor alles
Prediker 3Het bekende gedicht over geboren worden en sterven, planten en uitrukken, zwijgen en spreken.
Twee zijn beter dan één
Prediker 4Over vriendschap en samenwerking, met het beeld van een drievoudig snoer dat niet snel breekt.
Eet uw brood met vreugde
Prediker 9Omdat het leven kort is, oproep om te genieten van wat God geeft en je werk met kracht te doen.
Gedenk aan de Schepper
Prediker 12De ouderdom in beelden, de zilveren koord die losraakt, en de slotsom: vrees God en houd Zijn geboden.
Prediker in het geheel van de Bijbel
Prediker leest als een lange overdenking bij Genesis 3: de mens is uit stof genomen en keert terug tot stof (Prediker 3:20; 12:7), en zijn werk gaat met moeite en zweet gepaard. Naast Spreuken bewaakt het boek dat wijsheid geen garantie voor succes is. Paulus schrijft dat de schepping aan de 'ijdelheid' onderworpen is, in hoop (Romeinen 8:20), en gebruikt daarmee de taal van Prediker.
Jezus' gelijkenis van de rijke dwaas (Lukas 12:16-21) klinkt als een echo van Prediker 2. En waar de Prediker ziet dat alle arbeid onder de zon in de dood eindigt, verkondigt Paulus na de opstanding van Christus dat de arbeid van de gelovigen 'niet ijdel is in den Heere' (1 Corinthiërs 15:58).
Studievragen bij Prediker
Wat betekent 'ijdelheid' als je het leest als 'damp' in plaats van 'zinloosheid'?
De Prediker zegt zeven keer dat je moet eten, drinken en genieten. Waar staan die plaatsen, en wat is de functie ervan?
Hoe verhoudt 12:13-14 zich tot de rest van het boek - is het een correctie of een conclusie?
Prediker lezen
Lees Prediker in één of twee keer, zodat je de beweging voelt, en onderstreep elke keer 'onder de zon' en elke oproep om te genieten. Vraag bij moeilijke uitspraken of de Prediker iets vaststelt, onderzoekt of aanbeveelt. Lees het slot (12:9-14) als de bril waarmee het geheel bedoeld is, niet als een losse toevoeging.