Nieuwe Testament · boek 66 van 66
Openbaring
Het Lam heeft overwonnen - hoe het er ook uitziet.
- Genre
- Apocalyptiek
- Omvang
- 22 hoofdstukken
- Kernverzen
- Openbaring 1:8 · Openbaring 3:20 · Openbaring 5:9 · Openbaring 21:4
Waar gaat Openbaring over?
Openbaring gaat over Jezus Christus, Die regeert en terugkomt. In visioenen laat het boek zien hoe de gemeente onder druk staat, hoe God het kwaad oordeelt en hoe alles uitloopt op een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Openbaring is het moeilijkste boek van de Bijbel en tegelijk het enige dat een zegen belooft aan wie het leest. Het is geschreven aan zeven concrete gemeenten in Klein-Azië die onder druk staan, en het gebruikt de beeldtaal van de apocalyptiek: dieren, getallen, kleuren en kosmische taferelen.
Er zijn ruwweg vier manieren waarop het door de eeuwen is uitgelegd. De preteristische leest het over gebeurtenissen in de eerste eeuw, de historische als een overzicht van de kerkgeschiedenis, de futuristische over een nog komende eindtijd, en de idealistische als een tijdloze uitbeelding van de strijd tussen goed en kwaad. Wie het bestudeert, wint erbij te weten welke bril hij opheeft.
Waar de uitleggingen elkaar raken is de kern. Het boek opent met de verhoogde Christus tussen de kandelaren en zeven brieven die pijnlijk concreet zijn. Daarna volgen reeksen van zeven - zegels, bazuinen, schalen - met steeds hemelse tussenscènes waarin het Lam aanbeden wordt. En het eindigt niet in de hemel maar op aarde: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een stad die neerdaalt, en God die de tranen van de ogen afwist.
Wie schreef Openbaring?
De schrijver noemt zich Johannes, een dienstknecht van Christus die om het woord van God op het eiland Patmos was (1:9). Traditioneel is dat de apostel Johannes; sommigen denken aan een andere Johannes.
Vroege getuigen als Justinus en Ireneüs noemen de apostel Johannes als schrijver. In de derde eeuw merkte Dionysius van Alexandrië op dat het Grieks sterk verschilt van dat van het evangelie, en hij dacht daarom aan een andere Johannes. Dat de schrijver zijn naam zonder titel kon noemen en door zeven gemeenten gekend werd, wijst in ieder geval op een man met groot gezag in Asia.
Wanneer is Openbaring geschreven?
De meeste uitleggers dateren Openbaring rond 95 n.Chr., onder keizer Domitianus. Een deel kiest voor een vroegere datum, rond 68 n.Chr., kort na de vervolging onder Nero.
De zeven gemeenten lagen in de Romeinse provincie Asia, in het westen van het huidige Turkije: Efeze, Smyrna, Pergamus, Thyatire, Sardis, Filadelfia en Laodicea. De keizerverering drong daar steeds verder door in handel en dagelijks leven. Sommige gemeenten leden onder vervolging, zoals Antipas in Pergamus (2:13); andere waren lauw geworden door welvaart (3:17). Johannes zelf zat om zijn getuigenis op Patmos, volgens de overlevering als banneling.
Opbouw van Openbaring
Openbaring 1-3De zeven brieven
Johannes ziet de verheerlijkte Christus tussen zeven gouden kandelaren, met ogen als een vuurvlam en een stem als het geluid van vele wateren. Hij valt als dood neer, maar hoort: 'Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste' (1:17). Daarna krijgt elke gemeente een eigen brief, met lof, verwijt, een oproep tot bekering en een belofte aan wie overwint.
Openbaring 4-11Troon, boek en bazuinen
Een deur gaat open in de hemel: rondom de troon aanbidden vier dieren en vierentwintig ouderlingen. Niemand kan de verzegelde boekrol openen, behalve het Lam dat geslacht is. Bij het openen van de zegels en het blazen van de bazuinen komen oordelen over de aarde, maar telkens onderbreekt een tussenscène het geweld: de verzegelden, de grote schare, de twee getuigen.
Openbaring 12-16De strijd
Achter de geschiedenis wordt een onzichtbare strijd zichtbaar. De draak vervolgt de vrouw en haar Kind, maar wordt uit de hemel geworpen. Op aarde verschijnen een beest uit de zee en een beest uit de aarde, dat mensen dwingt een merkteken aan te nemen. Het Lam staat met de Zijnen op de berg Sion, en de schalen van Gods toorn worden uitgegoten.
Openbaring 17-20Babylon valt
Babylon, de grote stad die de volken dronken maakte, valt in één uur, en koningen en kooplieden weeklagen. In de hemel klinkt het Halleluja van de bruiloft van het Lam. Christus verschijnt op een wit paard, het beest wordt verslagen en de satan gebonden. Hoofdstuk 20, met de duizend jaren en het oordeel voor de grote witte troon, sluit dit deel af.
Openbaring 21-22Alles nieuw
Johannes ziet het nieuwe Jeruzalem neerdalen, versierd als een bruid. God woont bij de mensen; dood, rouw en pijn zijn voorbij. De stad heeft geen tempel, want God en het Lam zijn haar tempel. Uit de troon stroomt de rivier van het water des levens, met aan weerszijden de boom des levens. Het boek sluit met de belofte: 'Ik kom haastiglijk' (22:20).
Kernthema's in Openbaring
Het Lam op de troon
Het centrale beeld van het boek is een Lam, staande als geslacht, midden op de troon (5:6). Christus overwint niet door geweld maar door Zijn offer, en de hele schepping zingt dat Hij waardig is (5:9-13). Wie het boek alleen als raadsel over de toekomst leest, mist dat het in de eerste plaats Hem openbaart (1:1).
Volharding van de gemeente
Openbaring is geschreven aan gemeenten die moesten kiezen tussen trouw en aanpassing. Elke brief eindigt met een belofte aan wie overwint (hoofdstuk 2-3). De heiligen overwinnen door het bloed van het Lam en het woord van hun getuigenis (12:11), en worden opgeroepen tot lijdzaamheid en geloof (13:10; 14:12).
Oordeel en vernieuwing
God laat het kwaad niet eeuwig voortbestaan. De oordelen van zegels, bazuinen en schalen roepen tot bekering (9:20-21; 16:9) en zijn tegelijk het antwoord op het gebed van de martelaren (6:10). Maar het laatste woord is niet vernietiging: God maakt alle dingen nieuw (21:5).
Bekende gedeelten uit Openbaring
Christus tussen de kandelaren
Openbaring 1:9-20Het openingsvisioen: de verheerlijkte Mensenzoon, Die de sleutels van de hel en van de dood heeft.
Laodicea
Openbaring 3:14-22De lauwe gemeente die zich rijk waant, en de Heere Die aan de deur staat en klopt.
De troon en het Lam
Openbaring 4-5De hemelse eredienst, de verzegelde boekrol, en het nieuwe lied voor het Lam, Dat mensen kocht uit alle volken en talen.
De vrouw en de draak
Openbaring 12De achtergrond van de vervolging: de satan is verslagen, weet dat hij weinig tijd heeft, en woedt daarom des te meer.
De duizend jaren
Openbaring 20De binding van de satan en het laatste oordeel. Over de betekenis van de duizend jaren verschillen christenen al eeuwen van inzicht.
Alle dingen nieuw
Openbaring 21:1-7God woont bij de mensen, er is geen dood meer, en Hij maakt alles nieuw: het slotbeeld van de Bijbel.
Openbaring in het geheel van de Bijbel
Weinig boeken zitten zo vol toespelingen op het Oude Testament als Openbaring, ook al wordt er bijna nergens letterlijk geciteerd. Daniël, Ezechiël, Zacharia, Jesaja, Exodus en de Psalmen klinken in bijna elk hoofdstuk door: de plagen herinneren aan Egypte, de troonzaal aan Ezechiël 1, de beesten aan Daniël 7. Wie die boeken kent, leest Openbaring met een sleutel in de hand.
Tegelijk sluit het boek de hele Bijbel af. Wat in Genesis begon, komt hier tot vervulling: de boom des levens keert terug, er is geen vervloeking meer (22:3), en God woont weer bij de mensen zoals in de hof. Het middelpunt is Christus, de Alfa en de Omega, het Lam en de Leeuw uit de stam van Juda (5:5), Die komt om alles te voleinden.
Studievragen bij Openbaring
Lees de zeven brieven (2-3) en zet naast elkaar wat elke gemeente wordt geprezen en verweten.
Welke uitlegstroming lijkt jou het meest overtuigend, en welke tekstgegevens ondersteunen die?
Waarom eindigt het boek met een stad die neerdaalt in plaats van met mensen die opstijgen?
Openbaring lezen
Lees Openbaring eerst in grote gehelen, zonder elk detail te willen verklaren, en let op wat er in de hemel gebeurt tussen de oordelen door. Uitleggers lezen het boek grofweg als verslag van de eerste eeuw, historisch als overzicht van de kerkgeschiedenis, toekomstgericht als voorzegging van de eindtijd, of idealistisch als tijdloos beeld van de strijd tussen Christus en het kwaad; velen combineren die lijnen. Begin met hoofdstuk 1 tot en met 5 en 21 tot en met 22.