Nieuwe Testament · boek 65 van 66

Judas

Strijden voor het geloof dat eenmaal overgeleverd is.

Genre
Brief
Omvang
1 hoofdstuk
Kernverzen
Judas 1:3 · Judas 1:22-23 · Judas 1:24-25

Waar gaat Judas over?

Judas gaat over het bewaren van het geloof tegen mensen die de gemeente van binnenuit ondermijnen. De brief waarschuwt met voorbeelden uit het Oude Testament en eindigt met een lofprijzing op God, Die de gelovigen kan bewaren.

Judas schrijft dat hij eigenlijk een heel andere brief wilde sturen - over de gemeenschappelijke zaligheid - maar dat de omstandigheden hem dwingen tot iets dringenders: strijd voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is.

De aanleiding zijn mensen die 'ingeslopen' zijn en de genade van God veranderen in ongebondenheid. Judas stapelt voorbeelden op uit de geschiedenis en uit joodse overlevering - inclusief een verwijzing naar het boek Henoch en naar een twist over het lichaam van Mozes, wat het briefje voor uitleggers extra interessant maakt.

Zijn beeldspraak is fel: wolken zonder water, bomen in de late herfst zonder vrucht, dwalende sterren. Maar het slot is opvallend zacht: ontferm u over sommigen, red anderen door vrees, en dan die slotzegen - 'Hem nu, Die machtig is u van struikelen te bewaren'.

Wie schreef Judas?

De schrijver noemt zich 'Judas, een dienstknecht van Jezus Christus, en broeder van Jakobus'. Traditioneel is dat Judas, een van de broers van de Heere Jezus (Mattheüs 13:55).

Dat hij zich niet de broer van de Heere noemt maar Zijn dienstknecht, wordt vaak gezien als teken van bescheidenheid. De Jakobus naar wie hij verwijst, is dan de bekende leider van de gemeente in Jeruzalem. Sommige onderzoekers denken aan een latere schrijver die de naam van Judas gebruikte; voorstanders van de traditionele toeschrijving wijzen erop dat zo iemand eerder een bekendere naam gekozen zou hebben. In de oude kerk aarzelden sommigen over de brief vanwege de verwijzing naar Henoch.

Wanneer is Judas geschreven?

Dat is onzeker. Wie de broer van Jezus als schrijver ziet, denkt aan de jaren 60 tot 80 n.Chr.; anderen dateren de brief aan het eind van de eerste eeuw.

We weten niet naar welke gemeente de brief ging. De lezers kenden het Oude Testament en joodse overleveringen in elk geval goed, want Judas verwijst er zonder uitleg naar. Het probleem zat binnen de gemeente: mensen die meeaten bij de liefdemaaltijden (vers 12), maar Gods genade als vrijbrief voor losbandigheid gebruikten en gezag verachtten. Judas herinnert de lezers eraan dat de apostelen dit al voorzegd hadden (vers 17-18).

Opbouw van Judas

  1. Judas vers 1-4De aanleiding

    Judas groet de geroepenen, die geheiligd zijn in God de Vader en behouden in Jezus Christus. Hij had graag geschreven over de zaligheid die zij samen delen, maar de nood dwingt hem tot een oproep om te strijden voor het geloof. Er zijn mensen ongemerkt binnengekomen die de genade van God ombuigen tot een vrijbrief en God, de enige Heerser, en onze Heere Jezus Christus verloochenen.

  2. Judas vers 5-16Voorbeelden en beelden

    Judas herinnert aan drie oordelen: het volk dat uit Egypte gered werd en daarna in de woestijn omkwam, de engelen die hun oorspronkelijke staat niet bewaarden, en Sodom en Gomorra. Daarna volgen Kaïn, Bileam en de opstand van Korach. De dwaalleraars beschrijft hij met natuurbeelden: wolken, bomen, golven, sterren. Het deel eindigt met een profetie van Henoch over de komst van de Heere met Zijn heiligen.

  3. Judas vers 17-23Bouwt uzelf op

    Nu richt Judas zich op de lezers zelf. De apostelen hadden al gezegd dat er spotters zouden komen. Daartegenover: bouw uzelf op in het allerheiligst geloof, bid door de Heilige Geest, bewaar uzelf in de liefde van God en verwacht de barmhartigheid van Christus. En zie om naar anderen: ontferm u over sommigen en ruk anderen als uit het vuur.

  4. Judas vers 24-25De lofprijzing

    De brief eindigt niet met een waarschuwing, maar met aanbidding. God is machtig de gelovigen zonder struikelen te bewaren en hen onberispelijk en met vreugde te stellen voor Zijn heerlijkheid. Aan de enige wijze God, onze Zaligmaker, komt heerlijkheid, grootheid, kracht en macht toe, nu en in alle eeuwigheid.

Kernthema's in Judas

Het overgeleverde geloof

Judas spreekt over een geloof dat eenmaal aan de heiligen is doorgegeven (vers 3): een vaste inhoud, geen steeds bijgestelde mening. Strijden daarvoor betekent niet ruziemaken, maar trouw blijven aan het Evangelie van genade, juist wanneer anderen die genade ombuigen tot ongebondenheid (vers 4).

Gods oordeel in de geschiedenis

Israël in de woestijn, de gevallen engelen en Sodom (vers 5-7) laten zien dat God zonde niet eindeloos laat begaan. Judas gebruikt ook een joodse overlevering over de aartsengel Michaël en het lichaam van Mozes (vers 9), om te tonen hoe vermetel het is om gezag en hemelse heerlijkheden te lasteren.

Bewaard en zelf bewaren

Aan het begin heten de lezers behouden, of bewaard, in Jezus Christus (vers 1); aan het slot is God machtig hen te bewaren (vers 24). Daartussen staat de opdracht: bewaart uzelf in de liefde van God (vers 21). Gods trouw maakt de eigen inzet niet overbodig, maar juist mogelijk.

Bekende gedeelten uit Judas

  • Strijd voor het geloof

    Judas 1:3

    De sleuteltekst van de brief: een oproep om te strijden voor wat eens en voor altijd is doorgegeven.

  • Michaël en het lichaam van Mozes

    Judas 1:9

    Een raadselachtige verwijzing naar een joodse overlevering, gebruikt als voorbeeld van terughoudendheid in het oordelen.

  • De profetie van Henoch

    Judas 1:14-15

    Woorden die ook voorkomen in het buitenbijbelse boek Henoch, over de komst van de Heere met Zijn heiligen ten oordeel.

  • Bouwen, bidden, bewaren

    Judas 1:20-23

    Opdrachten voor de gemeente zelf, en de oproep om anderen met barmhartigheid en ernst te redden.

  • De slotlofzang

    Judas 1:24-25

    Een van de bekendste zegenbeden van de Bijbel, veel gebruikt in de eredienst.

Judas in het geheel van de Bijbel

Judas leest de geschiedenis van het Oude Testament als waarschuwing voor de gemeente: de uittocht en de woestijn, Sodom, Kaïn, Bileam en Korach. Daarnaast haalt hij joodse geschriften buiten de Bijbel aan, zoals het boek Henoch. Dat maakt die boeken niet tot Schrift; Judas gebruikt een bekende tekst omdat die hier iets waars zegt, zoals Paulus ook heidense dichters aanhaalde (Handelingen 17:28).

De nauwe verwantschap met 2 Petrus 2 laat zien dat dezelfde dreiging op meer plaatsen speelde, en de slotlofzang lijkt op die van Romeinen 16:25-27. Christus staat in de brief centraal als de enige Heere, in Wie de gelovigen geroepen en bewaard zijn, en van Wie zij barmhartigheid verwachten tot het eeuwige leven.

Studievragen bij Judas

  1. Welke voorbeelden uit het verleden gebruikt Judas, en wat hebben ze gemeen?

  2. Hoe verhouden de scherpe beelden zich tot de zachte opdracht in vers 22-23?

  3. Wat betekent 'het geloof dat eenmaal den heiligen overgeleverd is'?

Judas lezen

Lees de brief eerst in één keer en daarna nog eens langzaam, met een pen in de hand. Zoek bij elke naam uit het Oude Testament de oorspronkelijke geschiedenis op, zoals Numeri 16 voor Korach en Numeri 22 voor Bileam. Sta ten slotte lang stil bij vers 20-25: na alle waarschuwingen is dat de plek waar Judas zijn lezers wil laten eindigen.

Judas heeft één hoofdstuk

  1. Judas 1

Of bestudeer alleen Judas 1

Lees verder na Judas