Oude Testament · boek 28 van 66
Hosea
Een profeet moet trouwen met een ontrouwe vrouw om Gods pijn te laten zien.
- Genre
- Kleine profeten
- Omvang
- 14 hoofdstukken
- Kernverzen
- Hosea 2:18 · Hosea 4:6 · Hosea 6:6 · Hosea 11:8
Waar gaat Hosea over?
Hosea gaat over Gods liefde voor een ontrouw volk. Via zijn eigen huwelijk met Gomer laat de profeet het noordrijk Israël zien hoe het God verlaat voor de Baäls, en hoe God het toch niet opgeeft.
Hosea krijgt de zwaarste opdracht van alle profeten: trouw met Gomer, een vrouw van wie vaststaat dat ze hem ontrouw zal zijn, en noem je kinderen naar het oordeel - Jizreël, Lo-Ruchama ('geen ontferming') en Lo-Ammi ('niet mijn volk'). Zijn gezin wordt de preek.
De boodschap raakt het noordrijk in zijn laatste decennia. Israël is materieel welvarend en religieus door en door vermengd met de Baälsdienst. Hosea noemt dat wat het volgens hem is: overspel. Niet een regeltje overtreden maar een relatie verraden.
Wat het boek onvergetelijk maakt is hoofdstuk 11, waar God hardop worstelt: 'Hoe zou Ik u overgeven, Efraïm? ... Mijn hart is in Mij omgekeerd'. Het oordeel wordt niet ingetrokken, maar de liefde eronder blijkt sterker dan de woede. Het boek eindigt met een uitnodiging: 'Bekeer u, o Israël, tot den HEERE, uw God'.
Wie schreef Hosea?
Hosea, de zoon van Beëri. Over zijn leven weten we weinig meer dan wat hij zelf vertelt over zijn huwelijk en zijn kinderen.
Hosea richt zich vooral tot het noordrijk, dat hij vaak Efraïm noemt, en lijkt daar zelf vandaan te komen. Zijn taal zit vol beelden uit het boerenleven en de natuur: dauw, een koek die niet is omgekeerd, een onnozele duif. Uitleggers verschillen over de vraag of Gomer al ontrouw was toen hij met haar trouwde, of het pas later werd. Calvijn las het huwelijk als een zinnebeeldige handeling; de meeste uitleggers nemen het als werkelijk gebeurd.
Wanneer is Hosea geschreven?
In de 8e eeuw v.Chr., ongeveer tussen 750 en 725 v.Chr. Het opschrift noemt koning Jerobeam II van Israël en de koningen Uzzia tot en met Hizkia van Juda (1:1).
Hosea begon te spreken in een tijd van welvaart onder Jerobeam II. Daarna ging het snel bergafwaarts: koningen werden vermoord en opgevolgd door hun moordenaars, en Israël zwalkte tussen Egypte en Assyrië (7:11). In 722 v.Chr. viel Samaria en werd het noordrijk weggevoerd. Hosea's eerste hoorders zagen hun samenleving dus letterlijk uiteenvallen. Het boek werd bewaard in Juda, waar het een waarschuwing werd: wat Efraïm overkwam, kon ook Juda overkomen.
Opbouw van Hosea
Hosea 1-3Het huwelijk
God draagt Hosea op te trouwen met Gomer, en de drie kinderen die zij krijgt, dragen namen die als vonnissen klinken. Maar nog in hetzelfde gedeelte keert God die namen om: wie niet Zijn volk heette, zal kinderen van de levende God genoemd worden. Hoofdstuk 2 beschrijft Gods rechtszaak tegen Zijn ontrouwe bruid en belooft dat Hij haar naar de woestijn zal lokken om opnieuw tot haar hart te spreken. In hoofdstuk 3 koopt Hosea zijn vrouw terug.
Hosea 4-10De aanklacht
God voert een rechtszaak tegen het land: er is geen trouw, geen weldadigheid en geen kennis van God (4:1). Priesters die het volk hadden moeten onderwijzen, laten het in de steek. De trouw van het volk is als een morgenwolk die snel verdwijnt (6:4). Israël zoekt steun bij Egypte en Assyrië in plaats van bij God, en het kalf van Samaria vervangt de ware dienst. Wie wind zaait, zal wervelwind maaien (8:7).
Hosea 11-14Liefde die niet loslaat
God herinnert Zich hoe Hij Israël als kind uit Egypte riep, het leerde lopen en het optilde. Dat Hij Zijn volk zou prijsgeven, gaat tegen Zijn hart in, want Hij is God en geen mens (11:9). Hoofdstuk 12 en 13 halen Jakob en de woestijntijd aan en tonen hoe diep de ontrouw zit. Het boek sluit met een gebed dat God zelf aanreikt, en met de belofte dat Hij hun afkering zal genezen en voor Israël zal zijn als de dauw.
Kernthema's in Hosea
Het verbond als huwelijk
Bij Hosea wordt de verhouding tussen God en Israël voor het eerst uitvoerig als een huwelijk beschreven. Afgoderij is daardoor geen religieuze vergissing, maar overspel, en Gods toorn is de jaloersheid van een bedrogen echtgenoot. Latere profeten als Jeremia en Ezechiël nemen dat beeld over.
Kennis van God
Kennen is in het Hebreeuws meer dan weten: het is vertrouwd zijn met iemand. Het volk gaat verloren omdat het zonder kennis is (4:6), en God vraagt weldadigheid en kennis van Hem meer dan brandoffers (6:6). Echte godsdienst is een relatie, geen ritueel.
Oordeel en herstel
Hosea verzwijgt het oordeel niet: Samaria zal vallen, en het volk zal lange tijd zonder koning en zonder offer leven (3:4). Maar aan het eind van de weg staat telkens een nieuwe belofte. Zelfs aan de macht van de dood belooft God Zijn volk te ontrukken (13:14).
Bekende gedeelten uit Hosea
De namen van de kinderen
Hosea 1Jizreël, Lo-Ruchama en Lo-Ammi: drie kinderen als levende preek over een gebroken verbond.
Teruggekocht
Hosea 3Hosea moet opnieuw liefhebben, en koopt zijn vrouw vrij voor vijftien zilverlingen en gerst.
Komt en laat ons wederkeren
Hosea 6Een oproep tot bekering, met de kernzin dat God weldadigheid wil en geen offer (6:6).
Ik heb Mijn zoon uit Egypte uitgeroepen
Hosea 11God als vader die Zijn kind leerde lopen, met een hart dat zich omkeert bij de gedachte het los te laten.
De weg terug
Hosea 14Het slotgebed en Gods antwoord: genezing, liefde en een volk dat weer bloeit als de lelie.
Hosea in het geheel van de Bijbel
Het Nieuwe Testament grijpt op verrassende plaatsen naar Hosea. Jezus citeert tot twee keer toe Hosea 6:6 tegen critici die Hem verwijten dat Hij met zondaars eet en op de sabbat genade laat gaan (Mattheüs 9:13; 12:7). Mattheüs ziet in de woorden over Gods zoon uit Egypte (11:1) een vervulling in de terugkeer van het kind Jezus (Mattheüs 2:15).
Paulus en Petrus lezen de omgekeerde namen van Hosea's kinderen als belofte voor heidenen die door Christus Gods volk worden (Romeinen 9:25-26; 1 Petrus 2:10), en Paulus zingt met Hosea 13:14 de overwinning op de dood uit (1 Corinthiërs 15:55). Zo wordt Hosea's trouw aan Gomer een voorafschaduwing van Christus, die Zijn ontrouwe bruid vrijkoopt.
Studievragen bij Hosea
Wat betekenen de namen van Hosea's kinderen, en wat gebeurt er later met die namen?
Wat bedoelt 6:6 met 'Ik heb lust tot weldadigheid, en niet tot offer'? Waar citeert Jezus dit?
Hoe verandert de toon tussen hoofdstuk 4 en hoofdstuk 11?
Hosea lezen
Lees eerst hoofdstuk 1 tot en met 3 als de sleutel tot het boek, en daarna hoofdstuk 11 en 14. Het middendeel is bondig en springerig: korte uitspraken die elkaar snel opvolgen. Onderstreep bij het lezen de beelden uit de natuur, zoals dauw, wind, duif en koek, en vraag je bij elk beeld af wat het zegt over Israël of over God.